Ikhtilaaf is een barmhartigheid?

in Fiqh/Manhaj door
Leestijd: 10 minuten

Ikhtilaaf in mijn Oemmah is een barmhartigheid?

Een wijdverspreide uitspraak binnen de islamitische gemeenschap is de uitspraak die toegeschreven wordt aan de Profeet saws :

“Ikhtilaaf (meningsverschil) in mijn Oemmah is een barmhartigheid”.

Lees in het volgende artikel hoe dit correct begrepen dient te worden in de Islaam

 

 

 

 

ZIJN DE VERSCHILLEN TUSSEN DE GELEERDEN EEN RAHMAH?

Sommige zeggen: “Er is geen twijfel dat het verplicht is om terug te keren naar de leiding van onze Profeet – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam – in de zaken van onze Religie, in het speciaal als het gaat om de aanbevolen zaken van aanbidding zoals het gebed, waar er geen ruimte is voor opinie of idjtihaad, vanwege hun onveranderlijke aard. Maar, wij horen bijna niemand van de Moeqallid Shaykh’s hierover uitweiden, in feite, wij zien dat zij het verschillen in opinie in standhouden, welke zij beschouwen als flexibiliteit voor de Oemmah. Hun bewijs hiervoor is de hadieth welke zij herhaaldelijk quoteren in zulke situaties, wanneer zij de helpers van de Soennah (proberen te) weerleggen ;

“De verschillen van opinie (ikhtilaaf) in mijn Oemmah is een barmhartigheid (rahmah)”

Het lijkt voor ons erop dat deze hadieth in tegenstrijd is met de principes waar u naar uitnodigt en waar u de samenstelling van dit boek en anderen op gebaseerd hebt. Dus wat zegt u over deze hadieth?”

Antwoord ash-Shaykh Mohammed Naasiroe d-Dien al-Albaanie:

Het antwoord is vanuit twee invalshoeken:

Ten eerste: Deze hadieth is niet authentiek; in feite, het is vals en zonder fundament. ‘Allaamah Soebki zei; “Ik ben geen authentieke of zwakke of gefabriceerde ketting van overlevering hiervan tegengekomen.” M.a.w. geen ketting van overleveraars bestaat er voor deze hadieth! Het is ook overgeleverd met de bewoording:

“….de verschillen van opinie onder mijn metgezellen is een barmhartigheid voor jullie”

en

“Mijn metgezellen zijn als sterren, dus wie van hen je ook volgt, je zal rechtgeleid worden”

Deze beide zijn niet authentiek: de voorgaande is zeer zwak, en de laatste is gefabriceerd.

Ten tweede: Deze hadieth contradicteert de Edele Qoer’aan, want de verzen die opsplitsing in de Religie verbieden en eenheid gebieden zijn te welbekend om ter herinnering gebracht te worden. Maar het schaadt niet om sommigen van hen te vernoemen ter voorbeeld:

Allaah zegt:

“En gehoorzaamt Allaah en Zijn boodschapper en redetwist niet met elkander, anders zult gij laf worden en uw kracht zal vergaan”
[al-Anfaal 46]

 

“…en behoort niet tot de afgodendienaren, degenen die hun godsdienst verdelen en secten vormen, elke partij zich verheugend met wat zij heeft”

[ar-Roem 31-32]

 

“maar zij zullen blijven verschillen, met uitzondering van degenen, die uw Heer barmhartigheid heeft betoond”

[Hoed 118-119]

Daarom, als degenen voor wie jullie Heer barmhartig is niet verschillen, en de mensen van valsheid verschillen, hoe kan het dan logisch zijn dat verschillen een barmhartigheid is?! Derhalve, het is bevestigd dat deze hadieth niet authentiek is, niet in ketting en niet in betekenis. Daarom, het is duidelijk en vanzelfsprekend dat het niet gebruikt kan worden om weerstand te rechtvaardigen tegen het handelen naar het Boek en de Soennah, wat zoiezo hetgeen is wat onze Imaams ons hebben opgedragen.

Misvatting 2:

”Als verschillen in de Dien verboden zijn, wat zeg je dan van de meningsverschillen tussen de metgezellen en de imaams na hen? Is er enig verschil tussen hun meningsverschillen en die van latere generaties?”

Antwoord: Ja, er is een groot verschil tussen deze twee voorbeelden van meningsverschillen, dat zich uit op twee manieren: ten eerste in oorzaak; ten tweede in effect.

1) Wat betreft de meningsverschillen tussen de metgezellen, dat was een onvermijdelijk, natuurlijk verschil in interpretatie: ze verschilden niet in hun keuzes. Andere aspecten in hun tijd droegen ertoe bij, dat een verschil van mening noodzakelijk was, maar deze verdwenen ook weer na hun tijd. Het is onmogelijk om dit soort meningsverschillen geheel te elimineren en dergelijke mensen kunnen niet worden beschuldigd van zaken die in bovengenoemde verzen worden genoemd, omdat de voorwaarden die daarop van toepassing zijn ontbreken, dat wil zeggen, met opzet van mening verschillen en daaraan vasthouden. Voor de meningsverschillen die gevonden worden tussen de moeqallidien (blindvolgers) van deze tijd, is geen doorslaggevend excuus. In het ene geval krijgt hij het bewijs uit het Boek en de Soennah te zien, dat toevallig een andere madhhab ondersteunt dan voor hem gebruikelijk is, dus zet hij het bewijs opzij, alleen maar omdat het tegen zijn eigen madhhab is. Het is net alsof zijn madhhab de oorspronkelijke is, of het de Dien is die Mohammed – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam – heeft gebracht, terwijl andere madhhabs aparte religies zouden zijn die zijn geopenbaard!

Anderen nemen het andere uiterste, waarbij ze de madhhabs -vanwege al hun verschillenvergelijken met wetcodes, zoals sommige van hun latere aanhangers uitleggen: het kan geen kwaad als een Moeslim ervan neemt wat hij wil en laat wat hij wil, omdat het allemaal geldige wetcodes zijn! Beide categorieen mensen rechtvaardigen het vasthouden aan hun verdeeldheid met deze valse hadieth;

”De meningsverschillen binnen mijn oemmah zijn een barmhartigheid”

Zovelen van hen horen we dit gebruiken als bewijs! Sommigen van hen geven als reden voor en doel van deze hadieth, dat het flexibiliteit voor de oemmah verzekert! Behalve het feit dat deze ”reden” tegen de duidelijke Qoraanverzen en tegen de betekenis van de woorden van de imaams die we noemden, ingaat, zijn er ook teksten van sommige imaams die het verwerpen. Ibn al-Qaasim heeft gezegd,

”Ik hoorde Maalik en Laith spreken over de meningsverschillen van de metgezellen van de Boodschapper van Allaah – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam -, ”Het is niet zoals de mensen zeggen: ”Er zit flexibiliteit in”; nee, dat klopt niet, maar het is een kwestie van sommigen die verkeerd zijn en anderen die juist zijn’.”

 (ibn ‘Abdoel Bar in Djaami ‘Bayaan al-‘Ilm 2/81-2)

 

Ashhab heeft gezegd; ”Maalik werd gevraagd over iemand die een hadieth accepteerde die overgeleverd is door betrouwbare mensen, op gezag van de metgezellen van de boodschapper van Allaah – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam -, ”Zie je daar enige speelruimte in?’ Hij zei;’Nee, bij Allaah, moge hij het bij het juiste einde hebben. Er kan slechts een waarheid zijn. Twee tegengestelde  meningen, kunnen die beide juist zijn?! Slechts een van hen kan waar en juist zijn.”

(ibn ‘Abdoel Bar in Djaami ‘Bayaan al-‘Ilm 2/82, 88-9)

Imaam Moezani, een metgezel van Imaam ash-Shaafi’i heeft gezegd, ”De metgezellen van de boodschapper van Allaah – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam – verschilden inderdaad van mening, en de een corrigeerde de ander. Sommigen onderzochten elkaars mening tot in detail en vonden daar wel eens fouten in. Als al hun meningen juist waren geweest, dan hadden ze dat niet zo gedaan. ‘Omar ibn al-Chattab werd kwaad over een redetwist tussen Oebayy ibn Ka’b en ibn Mas’oed over het bidden in een enkel gewaad. Oebayy zei, ‘Bidden in één gewaad is goed en prettig’; ibn Mas’oed zei, ‘Dat mag alleen als men niet veel kleren heeft.’ Dus Omar kwam kwaad naar buiten en zei,

‘Twee mannen van de metgezellen van de Boodschapper van Allaah – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam -, waar tegenop wordt gekeken en waar men van leert, die redetwisten? Obayy heeft de waarheid gesproken en zich niets aangetrokken van ibn Mas’oed. Maar als ik hier ook maar iemand over hoor twisten, dan zal ik zus-en-zo tegen hem doen’.”
 
(ibn ‘Abdoel Bar in Djaami ‘Bayaan al-‘Ilm 2/83-4)

Imaam Moezani heeft ook gezegd,

”Er zijn mensen die meningsverschillen toestaan en denken dat als twee geleerden idjtihaad doen over een probleem en de ene zegt, ‘Halaal’ , terwijl de ander zegt, ‘Haraam’, dat dan beiden de waarheid hebben gevonden met hun idjtihaad! Tegen zo’n persoon kan men dan zeggen, ‘Is jouw visie gebaseerd op de bronnen, of op qiyaas (analogie)?’ Als hij zegt, ‘Op de bronnen’, dan kan men zeggen, ‘Hoe kan het op de bronnen gebaseerd zijn, als de Qoraan meningsverschillen uitsluit?’ En als hij zegt, ‘Op qiyaas (analogie), dan kan men zeggen, ‘Hoe kan het dat de bronnen meningsverschil uitsluiten, en dat het jou wel is toegestaan om door middel van analogie te beredeneren dat meningsverschil toegestaan is?! Dit is onacceptabel voor eenieder die intelligent is, laat staan voor een geleerde.”

(ibn ‘Abdoel Bar in Djaami ‘Bayaan al-‘Ilm 2/89)

Verder wordt er ook gezegd dat: ”Wat je citeerde van imaam Maalik over het feit dat de waarheid één is, en niet meervoudig, wordt tegengesproken door hetgeen gevonden is in al-Madkhal al-Fiqhi van Shaykh Zarqaa’ (1/89), ”De kaliefen Aboe Dja’far al-Mansoer en later ar-Rashied, stelden voor om de madhhab van imaam Maalik en zijn boek al-Moewatta’ als officiële wetcode te kiezen voor het ‘Abbaasi rijk, maar Maalik verbood hen dit door te zeggen, ”Waarachtig, de metgezellen van de boodschapper van Allaah – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam – hadden meningsverschillen over niet-fundamentele kwestiesen waren verspreid over diverse dorpen, maar ieder van hen was juist.

Ik zeg: Dit incident van imaam Maalik, is welbekend, maar voor zijn uitspraak aan het eind, ”maar ieder van hen was juist” kan ik geen basis vinden, bij Allaah, welke overlevering of bron ik ook maar heb gezien, behalve een overlevering verzameld door Aboe Noe’aim in Hilyah al-Awliyaa’ (6/332), maar met een keten van overleveraars waaronder al-Miqdaad ibn Dawoed, die door Dhahabi in ad-Doe’afaa’ wordt beschouwd als een van de zwakke overleveraars; en niet alleen dit, maar de bewoording ervan is, ”…maar ieder van hen was juist in zijn eigen ogen.” Dus de frase ”in zijn eigen ogen” laat zien dat de overlevering van Madkhal vervalst is; hoe zou het ook anders kunnen, als het tegenspreekt wat is overgeleverd op het betrouwbare gezag van Imaam Maalik, dat de waarheid slechts één is en niet meervoudig, zoals we reeds hebben genoemd, en dat hier overeenstemming over bestaat bij alle imaams van de metgezellen en de opvolgers, alsmede bij de vier Moedjtahid imaams en anderen.

Ibn Abdoel Barr zegt,

”Als de tegengestelde meningen beiden juist zouden kunnen zijn, dan zouden de salaf niet elkaars idjtihaad, oordelen en uitspraken hebben gecorrigeerd. Eenvoudige logica sluit uit dat eenkwestie en zijn tegengestelde, beiden juist kunnen zijn; zoals een mooi gezegde luidt, “Om twee tegenstellingen tegelijkertijd te bewijzen is de meest belachelijke dwaasheid”

(Djaami’ Bayaan al-Ilm 2/88)

Verder wordt ook gezegd,‘Als je ervan uit gaat dat deze overlevering van imaam Maalik onjuist is, waarom verbood hij al-Mansoer dan om de mensen te verenigen met zijn boek al-Moewatta’, in plaats van in te stemmen met de wens van de Kalief?”

Ik zeg: Het beste dat ik heb gevonden als antwoord hierop is wat Haafidh ibn Kathier in zijn Sharh Ikhtisaar ‘Oeloem al-Hadieth (p.31) heeft genoemd, dat imaam Maalik heeft gezegd, ”Voorzeker, de mensen zijn het eens geworden, en weten over zaken, waar wij niets van afweten.” Dit was onderdeel van zijn wijsheid en onpartijdigheid, zoals ibn Kathier heeft gezegd. Het is dus bewezen dat al het verschillen slecht is, en niet een genade! Echter, het ene soort meningsverschil is berispelijk, zoals dat van solide volgelingen van de madhhabs, terwijl een ander soort niet berispelijk is, zoals de meningsverschillen van de metgezellen en de imaams die hen opvolgden – moge Allaah ons in hun gezelschap doen opstijgen, en ons het vermogen geven om in hun voetsporen te treden.

Het is daarom duidelijk dat het meningsverschil van de metgezellen niet hetzelfde was als dat van de moeqallidien (fanatieke blindvolgers). Kortom: de metgezellen hadden alleen meningsverschil als het onvermijdelijk was, maar ze hielden absoluut niet van redetwisten, en vermeden het als het ook maar enigszins mogelijk was; wat de moeqallidien betreft, ook al is het mogelijk om meningsverschil in heel veel gevallen te voorkomen, ze worden het niet eens en streven niet naar eenheid; sterker nog, ze houden meningsverschillen in stand. Er is dus een enorme kloof tussen deze twee typen mensen in de manier waarop ze van mening verschillen.

Tot zover de uitgangspunten over het verschil in oorzaak.

2) Het verschil in effect is duidelijk. De metgezellen waren, ondanks hun welbekende meningsverschillen over niet-fundamentele kwesties, heel erg zorgvuldig in het bewaren van een eenheid naar buiten toe, ver weg blijvend van alles dat hen zou verdelen en hun posities zou opsplitsen. Zo waren er bijvoorbeeld onder hen die het goedkeurden dat de basmalah hardop werd gezegd (in het gebed) en anderen die dit afkeurden; er waren er die erbij bleven dat het aanbevolen was om de handen (in gebed) op te heffen en anderen die dit niet deden; er waren er die zeiden dat het aanraken van een vrouw je woedoe ongeldig zou maken, en anderen die dit niet zeiden; – maar ondanks dat alles, deden ze allen het gebed achter een imaam (die een andere mening aangedaan was in de bovengenoemde zaken), en geen van hen verachtte het om achter een imaam te bidden wegens meningsverschillen.

Wat betreft de moeqallidien (fanatieke blindvolgers), hun meningsverschillen zijn totaal het tegenovergestelde, want ze zijn er de oorzaak van dat Moeslims verdeeld zijn geraakt over de belangrijkste pilaar van het geloof, na de twee getuigenissen van het geloof: niets minder dan de salah (het gebed). Men weigerde samen te bidden achter een imaam, met als argument dat het gebed van de imaam ongeldig zou zijn, of in elk geval afkeurenswaardig, net als anderen buiten ons hebben gezien; hoe kan het ook anders, als vandaag de dag sommige beroemde boeken van de madhhabs zulke gevallen van ongeldigheid of afschuwelijkheid voorschrijven. Het resultaat hiervan is dat men in sommige grotere gemeentelijke moskeeen, vier mihraabs (nissen) kan vinden, waarin vier imaams achtereenvolgens het gebed leiden, en je ziet mensen die wachten op hun imaam, terwijl een andere imaam al begonnen is met het gebed!!! In feite heeft het verschil tussen de madhhabs wat sommige moeqallidien betreft een nog ergere situatie bereikt dan dat, zoals het uitsluiten van een huwelijk tussen Hanafies en Shaafi’is. Een welbekende Hanafi geleerde, later bijgenaamd Moefti ath-Thaqalayn (De moefti van de mensen en de djinn), gaf een fatwa, waarbij hij een Hanafi man toestemming gaf om een Shaafi’i vrouw te trouwen, omdat ”haar positie net als die van de mensen van het Boek is”! Dit impliceert – en impliciete betekenissen waren acceptabel voor hen – dat het omgekeerde geval niet toegestaan is, dus een Hanafi vrouw die met een Shaafi’i man trouwt, net zomin als een moeslimvrouw met een jood of een christen kan trouwen?!!

Uit vele voorbeelden zijn deze twee genoeg om aan ieder intelligent mens de kwaadaardige effecten te illustreren, van de meningsverschillen tussen latere generaties en hun vasthoudendheid daaraan, die niet hetzelfde waren als de meningsverschillen van de vroegere generaties (de selef), die geen nadelig effect hebben gehad op de oemmah. Hierom zijn de laatstgenoemden ontheven van de verzen die verdeeldheid in de Dien verbieden, en de latere generaties niet. Moge Allaah ons allen op het Rechte Pad leiden. Verder zouden we zo gehoopt hebben dat de schade die door dergelijke meningsverschillen worden veroorzaakt, beperkt zouden blijven tot henzelf en dat ze niet zouden uitbreiden naar andere mensen die da’wah (uitnodiging tot de Islaam) krijgen, want dan zou het niet zo erg zijn, maar het is zo triest dat ze het toelaten dat het de ongelovigen bereikt in vele gebieden in de wereld, en hun meningsverschillen de toetreding tot de Godsdienst van Allaah belemmert voor mensen in grote aantallen!

Het boek Dhalaam min al-Gharb van Mohammed al-Ghazali (p.200) verslaat het volgende incident;

Het gebeurde tijdens een conferentie die werd gehouden aan de Universiteit van Princeton in Amerika, dat een van de sprekers een vraag stelde, een vraag die favoriet is onder de Orientalisten en aanvallers van de Islaam: ‘Welke leer verkondigen de Moeslims aan de wereld om te specificeren tot welke Islaam ze uitnodigen? Is het de islamitische leer volgens de Soennieten? Of zoals het opgevat wordt door de imaams of sji’ieten? Bovendien zijn zij allemaal ook nog onderling verder verdeeld, en daarbij geloven sommigen van hen in beperkte vooruitgang in denken, terwijl anderen koppig geloven in gefixeerde ideeen.

Het resultaat was dat de uitnodigers tot de Islaam degenen die uitgenodigd waren in verwarring achterlieten, want ze waren zelf volslagen in verwarring.3

In het voorwoord van Hadiyyah as-Soeltaan ilaa Moeslimie Bilaad Djaabaan, van ‘Allaamah Soeltaan al-Ma’soemi, zegt de auteur;

“Er werd mij een vraag gesteld door de Moeslims van Japan, uit de steden Tokio en Osaka in het verre Oosten, ”Wat is nu eigenlijk de Dien van Islaam? Wat is een Madhhab? Is het voor iemand die is verheven tot de Dien van Islaam, noodzakelijk om zich te houden aan een van de vier Madhhabs? Dat wil zeggen, moet hij een Maaliki, Hanafi, Shaafi’i of Hanbali zijn, of is dat niet noodzakelijk?”

Dit was omdat hier een groot meningsverschil, een vuil geschil, was ontstaan, toen een groep Japanse intellectuelen toe wilden treden tot de Dien van Islaam, en verheven wilden worden door de verhevenheid van Imaan (waar geloof). Toen ze dit voorlegden aan enkele Moeslims die in Tokio waren, zeiden sommige mensen uit India, ”Het is het beste als ze kiezen voor de Madhhab van Aboe Haniefah, want hij is de lamp van de oemmah”; andere mensen uit Indonesie (Java) zeiden, ”Nee, ze kunnen beter Shaafi’i worden!” Dus toen de Japanners deze uitspraken hoorden, waren ze zeer verward en kwamen terug van hun oorspronkelijke bedoeling. Zo werd de kwestie van de Madhhabs een obstakel op hun pad om de Islaam te accepteren!!

[EINDE]

1 Comment

  1. Salamoe aleikum,

    Graag zou ik willen weten wie dit Artikel heeft geschreven en wat zijn of haar educatieve achtergrond is? Bij welke geleerden heeft deze persoon kennis genomen? Een bekende gezegde luidt : ” deze kennis is religie, dus kijk (wees behoedzaam) van wie jullie je religie nemen”. Baraka Allahoe fikom.

Geef een antwoord

Your email address will not be published.

*