Tawassoel – Een beknopte uitleg

in Aqidah - Geloofsleer door
Leestijd: 7 minuten

At-Tawassoel is het zoeken van een middelpunt in de aanroeping, en deze heeft een voorgeschreven vorm en een niet voorgeschreven vorm, m.a.w. een toegestane vorm en een verboden vorm. In dit artikel wordt dit onderwerp zeer simpel uiteengezet

Een beknopte weergave van de voorgeschreven en verboden tawassoel

نبذة عن التوسل المشروع والتوسل الممنوع

– as-Shaykh Badr bin ‘Alî bin Tâmie al-‘Utaybî –

In Algemeenheid zeg ik:

Dat men weet dat at-Tawassoel het zoeken van een middelpunt in het aanroepen. Dus daarop baserend heeft het drie pilaren:

1. Moetawassil (degene die een hulpmiddel zoekt)
2. Moetawassal bihi (het hulpmiddel zelf)
3. Moetawassal ilayhi (naar wie dit hulpmiddel gericht wordt)

Als één pilaar ervan wegvalt, dan wordt het niet gerekend tot at-tawassul, noch tot zijn betekenis.

1. De Moetawassal ilayhi (naar wie dit hulpmiddel gericht wordt) is: Allâh, de Verhevene. Want via Hem bereik je de benodigdheden en verkrijg je hetgeen je verlangt;

2. En al-Moetawassil is degene die aanroept.

3. En dan blijft de Moetawassal bihi (het hulpmiddel zelf) over, en dat is het hulpmiddel van ad-du’â (de smeekbede).

En deze heeft twee soorten:

  • Voorgeschreven (i.e. volgens de Sharîe’ah)
  • En niet-voorgeschreven

De voorgeschreven at-tawassoel

Wat betreft de voorgeschreven Moetawassal bihi deze heeft meerdere vormen, waartoe behoort:

At-Tawassoel naar Allâh, de Verhevene, middels Zijn Namen en Eigenschappen, zoals de uitspraak:

“Yaa al-Hayyoe l-Qayyoem, bij Uw Rahmah zoek ik hulp’’

Dus (in deze voorbeeld zin:)

De Moetawassil : is degene die aanroept (i.e. de smeekbede verricht)

De Moetawassal bihi : i.e. het middel, is het eren van Allâh met Zijn Naam al-Hayy en al-Qayyûm, en met Zijn Eigenschap van al-Hayyaat (leven) en al-Qayyûmiyyah (bescherming)

De Moetawassal ilayh : en dit is Allâh, de Verhevene. Hij is Degene van wie hulp gezocht wordt, als Enige, zonder anderen buiten Hem.

En tot de vormen van at-Tawassoel behoort: at-Tawassoel middels het geloven in Allâh en het geloven in Zijn Boodschapper – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam – , zoals de Verhevene zegt:

“Onze Heer, wij hebben een oproeper gehoord, die oproept tot het geloof: ‘Gelooft in jullie Heer’ dus wij geloven. Onze Heer, vergeef ons onze zonden en wis onze fouten uit en doe ons sterven met de rechtvaardigen.”

[3: 193]

Tot de vormen van at-Tawassoel behoort: at-Tawassoel middels goede daden, zowel de uiterlijke als de innerlijke. Zoals degenen in dat verhaal voor wie een rots was gevallen voor de grot (waarin zij verbleven, waardoor zij vastzaten en niet naar buiten konden) waarop zij at-Tawassoel naar Allâh deden middels de goede en zuivere daden (door te zeggen: ‘’O Allâh, ik zoek toenadering tot U middels dit-en-dat” en zij noemden hun goede daden).

En tot de vormen van at-Tawassoel behoort: at-Tawassoel met de smeekbede van de levende (!) vromen, zoals bevestigd is vanuit meerdere opzichten van ‘Omar bin al-Khattâb – moge Allâh tevreden over hem zijn – dat hij bij de al-istisqâ (i.e. het vragen om regen bij Allâh) zei: ‘’O Allâh, toen ons waterdroogte trof, zochten wij at-Tawassoel middels Uw Profeet Mohammad en (nu) zoeken wij at-Tawassoel middels de oom van Uw Profeet Mohammed .’’ Vervolgens beval hij al-‘Abbâs (i.e. de oom) om op te staan en Allâh – de Verhevene – aan te roepen. En daarin bevindt zich dat hij at-Tawassoel naar Allâh deed middels de smeekbede van al-‘Abbâs – moge Allâh tevreden over hem zijn.

En het is niet toegestaan om dat te vragen van een dode; als het wel toegestaan was dan zou het niet passen bij ‘Omar bin al-Khattâb en zijn begrip (van de religie) en zijn liefde voor de Profeet S om de smeekbede van al-‘Abbâs voorrang te geven over de smeekbede van de Profeet – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam. Zo ook de tawassoel van Mu’âwiyah bin Abee Sufyân middels de smeekbede van al-Aswad bin Yazîd alJarashî en anderen. Dit alles zijn vormen van de (in de Shari’ah) voorgeschreven tawassoel.

De niet voorgeschreven (i.e. verboden) vorm van at-Tawassoel:

Wat betreft de verboden tawassoel, welke niet-voorgeschreven is (in de Shari’ah). Dat is de tawassoel middels de status of recht of het wezen van de profeten en vromen, zoals de uitspraak van degene die zegt:

اللھم إني أسألك بجاه النبي ، أو بحق النبي، أو بالنبي

‘’O Allâh ik vraag U bij de status van de Profeet of bij het recht van de Profeet of bij de Profeet (zelf). ‘’

Wees erop attent dat de situatie nog gaat over “het aanroepen van Allâh middels een hulpmiddel” en hier maakt de dâ’î (degene die aanroept) het tot een hulpmiddel: recht of status of de Profeet – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam. Deze soort van at-tawassoel, daar verschillen de mensen van kennis over, (degenen) van na de beste generaties (i.e. de eerste drie generaties) over of het toegestaan is. En wat juist is, is dat het bid’ah is, (en) niet toegestaan. Want er is daarover geen authentieke overlevering gekomen op gezag van de Profeet – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam – en de metgezellen – moge Allâh tevreden over hen zijn – deden het niet. Het is niet overgeleverd, behalve overleveringen die niet (geschikt zijn om) als bewijs dienen en uitspraken van degenen wiens woorden geen bewijs zijn!!! Sterker nog, Abû Hanîfa an-Nu’mân schreef – en daarop bevindt zich de overeenstemming van de sahâba – dat het verboden is: “Om Allâh te vragen met iets van Zijn schepping.” Al-Qadûrî zei: ‘’Het vraagstuk van: (at-tawassoel) met Zijn schepselen, is niet toegestaan, want er is geen recht van de schepping over (dat van) de Schepper, dus het is niet toegestaan, (en) wat gelijk hieraan is.’’

Zodoende, at-Tawassoel bij het recht van een schepsel, zijn status of zijn wezen, is een afkeuringswaardige innovatie. En niemand van Ahl as-Sunnah zegt dat het grote shirk is; dit als de ‘al-bâ’ (van bi haqq, jâh en dhât) staat voor ‘middelen’ (sebebiyyah; het als middel nemen). Maar als de ‘al-bâ’ staat voor het zweren, dan is het shirk vanuit een andere opzicht, en dat is: het zweren bij iets anders dan Allâh – de Verhevene.

Daarover schreven meerdere geleerden en tot hen behoort: de uitlegger van at-Tahâwiyyah, Ibn Abie al-‘Izz al-Hanafî. En het zweren bij anderen dan Allâh – de Verhevene – behoort tot shirk, zonder meningsverschil. De Profeet – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam – noemde het ‘shirk’ en het is voor géén iemand uit de beide werelden (al-‘Alaamien; alles buiten Allaah) toegestaan om het uit de benaming van ‘as-shirk’ te halen. Maar is het de shirk die je buiten de oevers plaatst of niet? Het onderzoek en de gedetaileerde uitleg (at-tafsiel) daaromtrent is bekend, en hetgeen correct is, is dat het behoort tot de kleine shirk, zolang er geen aanwijzing naar voren komt dat het overgaat naar grote ash-shirk, zoals de overtuiging dat diegene daar recht op heeft (1) of diegene eigenschappen van (Ar-Roeboebiyaah) Heerschappij (van Allaah) (2) bevat en dergelijke.

Een belangrijk aandachtspunt: Als de betekenis van at-Tawassoel gekend is; de ongelovigen van Quraish mengden tussen deze betekenis, en tussen de aanroeping van degenen die zij aanbaden buiten Allâh – de Verhevene – en ze noemden hun aanroeping van anderen dan Allâh – de Verhevene – wasîla (hulpmiddel), qurba (toenadering) en shafî’ (bemiddelaar) i.e. tussenpersoon en een middel.

De Verhevene zei:

“En zij aanbidden buiten Allah datgene wat hen niet schaden en niet baten kan, en zij zeggen: “Dezen zijn onze bemiddelaars bij Allah.” Zeg: “Willen jullie Allâh inlichten over iets dat Hij niet zou kennen, in de hemelen of op de aarde?” Heilig is Hij en hoog Verheven boven al hetgeen zij met Hem vereenzelvigen”

[10: 18]

En de Verhevene zei:

“Weet, aan Allah behoort de zuivere religie. En degenen, die naast Hem anderen als awliyâ (beschermers) nemen, (zeggende): “Wij aanbidden dezen slechts opdat zij ons in Allâh’s nabijheid brengen.” Voorzeker, Allâh zal onder hen uitspraak doen betreffende datgene waarin zij verschillen. Voorwaar, Allâh leidt een ongelovige leugenaar niet”

[39: 3]

Dus Allâh – de Verhevene – verloochende hen in de twee verzen. Hij zegt:

“Willen jullie Allâh inlichten over iets dat Hij niet zou kennen?”

[10: 18]

En Hij zei:

“Voorwaar, Allâh leidt een ongelovige leugenaar niet”

[39: 3]

Dit doordat de uiterlijke (betekenis) van hun woorden hun bedoeling is (i.e. degenen die aanbeden worden) en het verlangen naar hen. En wat bevestigd dat de polytheisten van het laatste tijdperk van onder de aanbidders van graven, tombes en vromen, vervallen zijn in hetgeen waarin hun voorgangers van onder de mushrikûn terecht gekomen waren! (3) En zij noemden het aanroepen van anderen dan Allâh – de Verhevene – (ook) ‘at-tawassul’(!!). De zoeker van hulp zegt: ‘’O Badawî, Madad (4) o Sit Zaynab, Hulp o Jîlânî!!!’’ Dit alles behoort tot het aanroepen van anderen dan Allâh – de Verhevene – en de bewering dat zij bemiddelaars, tussenposten en hulpmiddelen zijn! Dit alles is idioterie, kathib (leugen) en ongeloof.

Dit doordat – bij het aanroepen van anderen dan Allâh, de  Verhevene, – daar geen herinnering aan Allah, de Verhevene, in voor komt. En zodoende het eindpunt van at-Tawassoel wegvalt en zijn belangrijkste pilaar weg gelaten wordt (i.e. dat het naar Allâh gericht is). En tot het aanroepen van anderen dan Allah – de Verhevene – is het zoeken van hulp bij diegene en niet het zoeken van een hulpmiddel bij diegene. Indien (men beweert van) niet: waar is dan de mutawassal ilayhi (i.e. naar wie het gericht wordt i.e. Allaah) in zijn du’a? Dit is zo, omdat al-istighaatha (het vragen van hulp) twee pilaren heeft:

1. De Moestaghith; (degene die hulp zoekt)

2. De Moestaghâth bihi; (bij wie hulp gezocht wordt), en er is geen derde pilaar

Maar wat betreft at-Tawassul: deze heeft drie pilaren, zoals voorgegaan is:

1. Al-Moetawassil; degene die aanroept

2. Moetawassal bihi; het hulpmiddel zelf

3. Moetawassal ilayhi; naar wie dit hulpmiddel gericht wordt (Allaah)

Dit vanuit één invalshoek , en vanuit een andere invalshoek: de uitspraak van een persoon: ‘’O persoon help mij, o Boodschapper van Allâh neem mijn calamiteit weg’’. Op basis van het begrip van elke Arabier en verstandig (persoon), wordt dit al-istighâtha genoemd en niet at-tawassoel. Hij vroeg slechts hulp van hem en vroeg van hem om (zijn) calamiteit weg te nemen. En er wordt niet gezegd: zijn bedoeling was ‘’O persoon, roep Allâh aan om mij te helpen’’ of ‘’O boodschapper van Allâh roep Allâh aan om mijn calamiteit weg te nemen.’’ Want dit is niet wat overgekomen is uit zijn woorden; de realiteit van de situatie is dat hij dat wilt van degene die hij aanroept. Als hij het van Allâh wilde dan had hij het van Allâh rechtstreeks gevraagd.

Vandaar, dat de mushrikûn (polotheisten) beweerde dat zij hen (i.e. de afgodsbeelden) niet aanriepen buiten Allâh om, maar dat zij hen slechts als tussenposten, bemiddelaars en middel namen.5 Waarop Allâh – de Verhevene – hen verloochende en hen als ongelovig verklaarden, zoals reeds eerder genoemd is.

Dus deze soort van de geclaimde tawassoel met zijn foute betekenis: is Grote Shirk met Allâh – de Verhevene – en dat is de ‘tawassoel’ van de polytheisten naar hun afgoden toe en overeenkomstig met hun bewering, leugens en verzinsels.

En bij deze eindigt de bespreking van at-Tawassoel in ’t kort.”

Einde van de woorden van as-Shaykh Badr bin ‘Alî bin Tâmî al-‘Utaybî

Vertaling: Tariq bin ‘Ali


1 : Omdat alle aanbidding Allaah toebehoort en niemand naast Hem. Dit is ook de betekenis van de Geloofsgetuigenis die de moslims doen: “Ik getuig dat er geen God waard is aanbeden te worden behalve Allaah, en ik getuig dat Mohammed de Boodschapper van Allaah is.”
2 : In deze vorm van Tawheed geloofden zelfs de Moeshrikien van de Qoraish, dat Allaah de Schepper en Onderhouder van het universum is, en als men hierin shirk begaat is dit ook 1 van de zaken die een persoon buiten de oever van de Islaam laat treden en is het zelfs shirk die de oude moeshrikien niet deden!

3 : Lees hiervoor vooral deze prachtige verhandeling: “ De uitleg van de 4 principes” van Imaam Ibn ‘Abdel Wahaab met uitleg van as-Shaykh Zayd al-Madkhalie, Hafidahoellaah : http://selefienederland.nl/site/index.php/artikelen/category/12-oesoelfundamenten?download=100:sharh-al-qawaa-ied-oel-arba-ah-uitleg-van-de-vier-principes

4 De grootgeleerde Ibn Bâz – moge Allâh hem begenadigen – zei: ´Deze woorden (i.e. madad o Profeet) behoren tot de grote shirk en de
betekenis is: Het vragen naar hulp van de Profeet . En de geleerden van de metgezellen van de Profeet  en hun volgelingen,
vanonder de geleerden van de Sunnah, hebben overeenstemming bereikt dat het hulp zoeken bij doden van onder de Profeten en
anderen buiten hen of afwezigen van onder de engelen of jinn, of bij beelden, stenen, bomen, sterren, etc, behoort tot grote shirk…´´
Bron: http://www.ibnbaz.org.sa/mat/229

5 Lees meer over deze vorm van shirk in deze 2 verhandelingen van an-nawaaqid al Islaam van Imaam Mohammed bin ‘Abdel Wahaab,
bij de 3e Tenietdoener: http://selefienederland.nl/site/index.php/artikelen/category/2-tawhied?download=168:uitleg-annuleerders-van-de-islaam-shaykh-saalihal-fawzaan

http://selefienederland.nl/site/index.php/artikelen/category/9-shirk-koefr?download=190:e-boek-uitleg-van-de-tenietdoeners-van-deislaam-ash-shaykh-al-barraak

Geef een antwoord

Your email address will not be published.

*