Taqlied – Verplicht of toegestaan?

in Fiqh/Manhaj door
Leestijd: 7 minuten

Het onderwerp van at-Taqlid (blindvolgen) is een steeds terugkerend onderwerp, er zijn fanatieke groepen die zeggen dat at-Taqlid verplicht is voor elke moslim die niet het niveau van een Mudjtahid bereikt heeft. Leest u hier een genuanceerder antwoord van diverse geleerden van Ahl as-Soennah

Introductie – pdf

Het onderwerp van at-Taqlid is een steeds weer terugkerend onderwerp, er zijn groepen die zeggen dat at-Taqlid verplicht is voor elke moslim die niet het niveau van een Mudjtahid bereikt heeft. En dat het absoluut onmogelijk is voor de moslim om de bewijsvoeringen te volgen van het Boek en de Soennah, ondanks dat Allaah in Zijn openbaring de moslim verplicht om hetgeen wat nedergezonden is aan Muhammed – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam – te volgen. En derhalve is het volgens deze groep verplicht om één bepaalde madhhab (wetschool) uit te kiezen en om Taqlied te verrichten op hetgeen wat een geleerde van een uitgekozen madhhab hem voorschotelt.

Deze mensen hebben van Taqlied het uitgangspunt gemaakt en van al-Ittibaa’ (het navolgen van de openbaring) de uitzondering. Tevens beschuldigen zij de geleerden van Ahl as-Soennah die de da’wah naar al-Ittibaa’ hebben doen herleven in de Oemmah van het afkeuren van de 4 wetscholen, en dat zij het zouden verbieden voor de moslims om een van de 4 wetscholen te volgen, te bestuderen etc. Bij sommigen van deze mensen is het te wijten aan een slecht begrip van -en misvattingen over de standpunten en bewoordingen van de geleerden van Ahl as-Soennah die de kwestie van at-Taqlid en al-Ittibaa’ hebben behandeld, deze groep kunnen met de Wil van Allaah genezen worden met het verkrijgen van het correcte begrip over de standpunten van de geleerden van Ahl as-Soennah, en het wegnemen van hun misvattingen.

Een andere groep is het simpelweg te wijten aan valse intenties en al-hawaa (begeerten), en haat en afgunst tegen de Soennah en de mensen van Ahl as-Soennah.

Hieronder heb ik een stukje vertaald uit het werk van de Moehaddith van al-Medinah alMoenawwarah, niemand minder dan ash-Shaykh al-‘Allaamah Muhsin al-‘Abbaad al-Badr – hafidhahoellaah. Waarin hij dit onderwerp behandelt, en hij de valse beweringen van de mensen van valsheid, de uitnodigers naar at-Ta’assoeb (fanatisme) en at-Taqlid (blindvolgerij), weerlegd en hun misvattingen verhelderd.

Moge Allaah de Shaykh belonen voor zijn constante inzet in het verspreiden en verdedigen van de Soennah, en moge Allaah deze kleine daad van mij accepteren.

Abu Hudayfah Musa ibn Yusuf al-Indonesi 3 Shawwaal 1438 – 27 juni 2017

De tekst

Ten derde : Wat betreft de uitspraak van de auteur (i.e. Ramadân al-Bouti), over degenen waarover hij beweert ze te willen adviseren, dat zij het verwerpen en het bij anderen afwijzen om at-Taqlied (blindvolgen) en al-Ittibaa’ (navolgen) te verrichten bij de vier imaams, dan is dit niet correct. Want wie kennis bezit en begrip van het bewijs van het Boek en de Soennah dan is het verplicht voor hem om het bewijs te nemen, zoals ash-Shaafi’iy – rahiemahoellaah – zei :

De mensen hebben een consensus bereikt over het feit  dat als voor iemand de Soennah van de Boodschapper van Allaah – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam – duidelijk is geworden dat het vervolgens niet aan hem is om het te verwerpen voor de uitspraak van wie dan ook

En Ibn Khoezaymah zei :

En het is verboden voor de geleerde om de Soennah tegen te gaan nadat hij er kennis over heeft genomen

(Fath oel-Baariyy 3/95).

En hij zei ook betreffende het opheffen van de handen tijdens het opkomen na de twee neerbuigingen (rak’atayn) : “Het is Soennah ook al vernoemt ash-Shaafi’iyy het niet, want de ketting is authentiek, en hij (i.e. ash-Shaafi’iyy) heeft gezegd :

‘Spreek met de Soennah en verwerp mijn uitspraak’.

(Fath oel-Baariyy 2/222)

Maar wat betreft de ‘aamiyy (de algemene moslim) en wie niet in staat is om het bewijs te begrijpen dan is at-Taqlid voor hem toegestaan, want voorzeker Allaah ‘azza wa jalla heeft gezegd :

فَاتَّقُوا اللَّهَ مَا اسْتَطَعْتُمْ

“En vrees Allaah naar gelang je vermogen”

Ash-Shaykh oel-Islaam Ibn Taymiyyah – rahiemahoellaah – zei :Voorzeker (wat betreft) Ahl as-Soennah dan is er niemand van onder hen die zegt : ‘Voorzeker de consensus van de vier imaams is een onfeilbaar bewijs (hodjatoe l-ma’soemah)’. En zij zeggen niet : ‘Voorzeker de waarheid is afgebakend erin (i.e. in de vier wetscholen), en dat hetgeen wat daarbuiten valt valsheid is’. Integendeel! Wanneer (de situatie zich voordoet dat) iemand die niet behoort tot de volgelingen van de (vier) Imaams een uitspraak doet, zoals Sufyaan ath-Thawriyy, en al-Awzaa’iyy, en al-Layth ibn Sa’d, en degenen die voor hen kwamen van de Mudjtahidien, die een uitspraak tegengaat van de vier Imaams, dan wordt de kwestie waarover van mening wordt verschilt teruggevoerd naar Allaah en Zijn Boodschapper. En dan wordt de sterkste uitspraak de uitspraak die gestoeld is op het bewijs.”

(Minhaaj oes-Soennah 3/412)

En onze Shaykh, Shaykh oel-Islâm al-‘Allâmah ‘Abd il-‘Aziz ibn Bâz – rahiemahoellaah – zei in zijn weerlegging op as-Saaboeniyy betreffende zijn uitspraak over taqlid op de vier Imaams :

[as-Saaboeniyy zei:] “Het (verrichten van taqlid) behoort tot de meest verplichte zaken”. Hij (i.e. Ibn Baaz) zei (daarop als antwoord) : “Er is geen twijfel over mogelijk dat deze uitspraak fout is, want taqlid verrichten op één van de vier Imaams is niet verplicht, en ook niet op anderen dan hen hoe groot zijn kennis ook is, want al-Haqq zit in het volgen van het Boek en de Soennah en niet in het verrichten van taqlid op wie dan ook van de mensen. En het maximale wat er over de kwestie gezegd kan worden is dat taqlid toegestaan is uit noodzaak bij degene die bekend staat om het bezitten van kennis en goedheid en een correcte ‘Aqidah, zoals al-‘Allaamah Ibn oel-Qayyim – rahiemahoellaah – uiteengezet heeft in zijn boek ‘I’laam al-Moewaqqi’ien’.

En zo waren ook de Imaams – rahiemahoemoellaah – zij waren niet tevreden dat men van hun uitspraken neemt behalve datgene wat overeenkomt met het Boek en de Soennah. Al-Imaam Maalik – rahiemahoellaah – zei : “Van een ieder wordt zijn uitspraak genomen en verworpen, behalve van de bewoner van dit graf” En hij wees naar het graf van de Boodschapper van Allaah – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam. En hetzelfde zeiden zijn broeders van de Imaams in soortgelijke betekenis.

Dus wie in staat is om te nemen van het Boek en de Soennah dan is het verplicht voor hem om niemand van de mensen blind te volgen, en hij neemt in zaken van meningsverschil de uitspraak welke het dichtste overeenkomt met de waarheid. En wie hiertoe niet in staat is dan is het voorgeschreven voor hem dat hij de mensen van kennis vraagt 1 , zoals Allaah ‘azza wa jalla zei :

فَاسْأَلُواْ أَهْلَ الذِّكْرِ إِن كُنتُمْ لاَ تَعْلَمُونَ

“En vraagt de mensen van kennis indien jullie het niet weten”

(Madjmoe’ Fataawa wa Maqaalaat Moetanawwi’ah 3/52)

En onze Shaykh de ‘Allaamah Mohammed al-Amien ash-Shanqitiyy – rahiemahoellaah – zei in zijn boek ‘Adwaa`oe l-Bayaan (7/553-555) :Er is géén meningsverschil onder de mensen van kennis dat ad-Daroerah (de noodzaak) specifieke situaties kent welke regelgevingen vernoodzaken die anders zijn dan de regelgevingen waarbij er een keuze vrijheid bestaat. Dus elke moslim die noodgedwongen geconfronteerd wordt met een noodzaak waarbij het gaat om een werkelijke correcte noodgedwongenheid, dan is het aan hem om te doen wat in zijn vermogen ligt

Tot aan dat hij zegt : “En hiermee kom je te weten dat de persoon die daadwerkelijk noodgedwongen is om blinde taqlied te verrichten doordat hij totaal geen mogelijkheid heeft om iets anders te doen (dan blind te volgen), en zonder te overdrijven in het gegeven dat hij absoluut geen mogelijkheid heeft om te begrijpen, of dat hij wel de mogelijkheid bezit om te begrijpen maar hij wordt weerhouden door onoverbrugbare belemmeringen om kennis op te doen, of hij is in het proces van kennis op doen maar hij studeert stap voor stap omdat hij niet in staat is om al hetgeen te bestuderen wat hij nodig heeft in één tijdspanne, of hij vindt niet een capabele persoon om van te leren en soortgelijke situaties, dán is hij geëxcuseerd om de genoemde taqlid te verrichten uit noodzaak, want er is voor hem dan geen ander alternatief.

Maar wat betreft degene die in staat is om te studeren maar hij verwaarloost erin, en degene die de opinies van de mannen voorrang geeft over hetgeen wat hij weet van de Openbaring, dan is zo iemand niet geëxcuseerd”

En hij zei ook (7/555) : “Weet! Dat onze positie m.b.t. de Imaams – rahiemahoemoellaah – van de vier en anderen dan hen, is de positie die alle eerlijke moslims innemen, en dat is dat wij loyaal aan hen zijn en dat wij van hen houden, en dat wij hen eren en in hoog aanzien houden, en dat wij hen prijzen conform hetgeen bij hen aanwezig is aan kennis en at-Taqwaa. En dat wij hen volgen in het handelen volgens het Boek en de Soennah, en dat wij deze twee voorrang geven op hun opinies, en dat wij hun uitspraken bestuderen als een hulpmiddel om de waarheid te bereiken, en dat wij hun opinies welke het Boek en de Soennah tegengaan verlaten.

Maar wat betreft de kwesties waarover geen duidelijke tekst (Nass) aanwezig is, dan is hetgeen wat correct is om te kijken naar hun idjtihaadaat, en het kan zo zijn dat het volgen van hun idjtihaadaat correcter is dan onze eigen idjtihaadaat, want zij zijn meer geleerd dan ons en bezitten meer taqwaa dan ons.

Maar het is aan ons om te onderzoeken en dat wij zorgvuldig voor onszelf zijn in (het nemen van) de uitspraak welke het dichtste bij de tevredenheid van Allaah is, en de meest omvattende en het verste verwijderd van wat twijfelachtig is.

Zoals hij – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam – zei :

Laat hetgeen wat jou doet twijfelen voor hetgeen wat jou niet doet twijfelen

en hij – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam – zei :

En wie zich beschermt tegen de misvattingen dan heeft hij zijn religie en zijn eer veiliggesteld’.

En de werkelijke beslissende uitspraak betreffende de Imaams – rahiemahoemoellaah – is dat zij behoren tot de besten van de moslims, en dat zij niet onfeilbaar zijn om in fouten te vervallen, en al hetgeen waarin zij correct zijn dan hebben zij hierin een beloning voor hun idjtihaad en een beloning voor het correct zijn, en waar zij fouten maken dan worden zij beloond in elk geval, en er wordt aan hen dan daarin geen zonde toegeschreven, en geen ondeugd en geen tekortkoming. Maar het Boek van Allaah en de Soennah van Zijn Profeet – sallallaahoe ‘alayhie wa sallam – zijn (als) twee (aangestelde) rechters over hen en over hun uitspraken, zoals dit niet onbekend is.

[…]

Dus behoort niet tot degenen die hen lastert en hen naar beneden haalt, en ook niet tot degenen die overtuigd is dat hun uitspraken zonder het Boek van Allaah en de Soennah van Zijn Boodschapper kunnen, of dat zij voorrang hebben op deze twee”. [Einde]

Dit waren een aantal van de uitspraken van de onderzoekers van onder de mensen van kennis betreffende het oordeel op at-Taqlid, en gebaseerd hierop is er geen afwijzing en geen berisping zoals de auteur probeert te beweren. Integendeel! Ash-Shaykh al-‘Allaamah al-Moehaddith Muhammed Naasir oed-Dien al-Albaanie – rahiemahoellaah – , en hij is degene die een groot aandeel heeft ontvangen aan afgunst afkomstig van ar-Rifaa’ie en al-Boutiyy – hij heeft gezegd in zijn weerlegging op Abie Ghuddah :

Voorzeker het volgen van één van de Imaams als een middel om datgene te weten te komen wat de student van kennis is ontgaan aan het begrip van het Boek en de Soennah is een zaak die noodzakelijk is vanuit de wetgeving gezien en vanuit het vermogen gezien. Want datgene wat noodzakelijk is om een verplichting uit te voeren is ook verplicht, en dit is hetgeen waar de Selef en degenen die na hen kwamen zich allemaal op begaven, zij namen kennis van elkaar. Maar de laatkomers – een kleine uitzondering nagelaten – zijn de Selef hierin tegengegaan toen zij het middel tot het doel hebben gemaakt. Zij verplichtten het voor elke moslim – ongeacht zijn niveau in kennis en begrip van Allaah en Zijn Boodschapper na de vier imaams – om taqlid te verrichten bij één van hen, en dat men niet mag afwijken naar een andere dan hem. Zoals een van hen zei : “En het is verplicht om taqlid te doen bij een geestelijke van onder hen!

Bron :ar-Radd ‘alaa ar-Rifaa’iyy wa l-Boutiyy…” pag. 40-46


(1) : Ongeacht van welke madhab die geleerde is!!

Geef een antwoord

Your email address will not be published.

*