Overeenkomst tussen Allaah en de schepselen in benamingen vernoodzaakt geen overeenkomst in hoedanigheid

in Aqidah - Geloofsleer door
Leestijd: 7 minuten

Als het gaat om de eigenschappen van Allaah dan ontstaat er bij sommige moslims een verwarring wanneer er een overeenkomst aanschouwt wordt tussen bepaalde benamingen die ook bij schepselen gehanteerd worden. Zoals dat schepselen leven en boos worden en liefhebben, zien en horen, handen hebben en voeten hebben etc. Deze bewoordingen worden ook aan Allaah toegeschreven in de Qoer’aan en de Soennah, dus zij delen met elkaar deze bewoordingen bij het beschrijven van de eigenschappen máár zij delen met elkaar niet de hoedanigheid. In het arabisch wordt dit ishtiraak genoemd, in dit artikel wordt deze kwestie nader uitgelegd en zal het duidelijk worden dat deze gedeelde benamingen niet vernoodzaakt dat hierdoor ook de hoedanigheid en werkelijkheid gedeeld wordt.

Verduidelijking omtrent de Ishtiraak1 tussen de beschrijvingen van Allaah en de beschrijvingen van de schepping en het verschil tussen hen beiden

uit Adwaa’oe min fataawaa Shaykh ul Islaam ibn Taymiyyah fiel ‘Aqeedah2
Verzameld door Shaykh Saalih al Fawzaan

Ibn Taymiyyah rahimahullaah zegt 3 :

En dit wordt duidelijk aan de hand van twee edele fundamenten en twee gestelde voorbeelden

﴾ وَلِلّهِ الْمََثلُ الأَعَْلىَ ﴿

(en aan Allaah komt het hoogste voorbeeld toe)

Hij (Ibn Taymiyyah) zegt : Wat betreft de 2 fundamenten, één hiervan is dat men zegt : “Het spreken over één van de eigenschappen is als het spreken over alle eigenschappen”

En dus wanneer de aangesprokene die van degenen is die zeggen dat Allaah Levend is door (Zijn eigenschap) Leven (Hayaat), Alwetend is door (Zijn eigenschap) Kennis (‘Ilm), Machtig door (zijn eigenschap) Macht (Qudrah), Horend is door (Zijn Eigenschap) Horen (Sam’), Ziend is door (Zijn Eigenschap) Zien (Basar), dat Allaah kan Spreken (Mutakallim) door (zijn eigenschap) spraak (kalaam), dat Allaah Mureed is (Degene die een Wil heeft) door (zijn eigenschap) Iraadah (willen), en hij verklaart dit alles als zijnde werkelijk (haqeeqattan), en hij maakt verschil als het gaat om Zijn (eigenschappen) Liefde (Mahabbah), Tevredenheid (Ridhaa), Woede (Ghadab), en Afkeer (Kiraahah), en hij verklaart deze als zijnde metaforisch (madjaazan) en legt ze uit ofwel met Iraadah (Wil), ofwel met enkele scheppingen vanonder de gunsten en de bestraffingen.

Er wordt dan tegen hem gezegd : Er is géén verschil tussen hetgeen je ontkent en hetgeen je bevestigt, integendeel het spreken over het ene is als het spreken over het andere. Als je zegt : Zijn Iraadah (Wil) is zoals de iraadah (wil) van het geschapene dan geldt dit ook zo voor Zijn Liefde (Mahibbah), Zijn Tevredenheid (Ridhaa), Zijn Woede (Ghadab) en dit is tamthiel4. En als je zegt : Hij heeft een Iraadah (Wil) die bij Hem past, dan zeggen wij tegen jou, en zo ook heeft Hij Liefde (Mahabbah) die bij Hem past, en tot het geschapene behoort liefde die bij hem past. En (zo ook) heeft Hij Tevredenheid (Ridhaa) en Afkeer (Kiraahah) die bij Hem past, zoals ook het geschapene een iraadah (wil) heeft die bij hem past, en het geschapene tevredenheid (ridhaa) en woede (ghadab) heeft die bij hem past.

Als hij dan zegt : deze eigenschappen worden bevestigd (m.a.w. geaccepteerd) door het verstand, want een actuele daad duidt op qudrah (kracht/vermogen) en een specifieke daad duidt op al-iraadah (een wil) en het oordelen (al-ihkaam) duidt op kennis (al ‘ilm). En voor deze eigenschappen is leven vernoodzaakt, en het levende is niet zonder gehoor en zicht en spreken of het tegenovergestelde hieraan.

Shaykh Saalih al Fawzaan : Vervolgens geeft de Shaykh (Ibn Taymiyyah) rahimahoellaah hierop twee antwoorden.

Het eerste : Het feit dat het verstand duidt op deze eigenschappen welke jij genoemd hebt, betekent niet dat het anderen ontkent. Want de afwezigheid van een specifieke aanduiding/bewijs, vernoodzaakt niet de afwezigheid van het specifieke dat aangeduid/bewezen moet worden. En het is niet aan jou om te ontkennen zonder bewijs. Want de ontkenner moet dit doen met bewijs, net zoals dit ook geldt voor de bevestiger.

En de wetgeving heeft geduid op deze eigenschappen welke jij ontkent hebt, en die zijn niet tegenstrijdig met het verstand en het gehoor, en dus is het verplicht om te bevestigen wat bevestigd is d.m.v. bewijs, veilig van oppositionele contradictie.

Het tweede : Dat men zegt : het is ook mogelijk om deze eigenschappen welke jij ontkent hebt, te bevestigen d.m.v. bewijs gebaseerd op het verstand.

Door te zeggen : het begunstigen van de dienaren door goedheid jegens hen, duidt op de Barmhartigheid (ar-Rahmah). Zo ook het specificeren (hierin) duidt op al Mashee’ah (wil). En het bejegenen van degenen die gehoorzamen duidt op Liefde (Mahabbah) voor hen, en het straffen van de ongelovigen duidt op de Woede (Ghadab) over hen.

Zoals is bevestigd d.m.v. getuigen en overleveringen betreffende het bejegenen van de vrienden van Allaah en het straffen van Zijn vijanden.
En de prijzenswaardige doeleinden in Zijn Daden en Zijn Bevelen duiden op Zijn Volmaakte Wijsheid.

En daarom is hetgeen wat in de Qur’aan staat aan verduidelijkingen omtrent de gunsten en wijsheden in zijn scheppingen, groter dan hetgeen in de Qur’aan staat aan verduidelijkingen omtrent de verwijzingen die duiden op de Mashee’ah (Wil) alleen.

Shaykh Saalih al Fawzaan : Vervolgens zegt de Shaykh (Ibn Taymiyyah) rahimahoellaah : En als de aangesprokene van degenen is die de Eigenschappen ontkent en de Namen bevestigd, zoals de Moe’tazilah doen, die zeggen ; Hij is Levend (Hayyoen), Wetend (‘Aliemoen), Machtig (Qaadieroen) maar het beschrijven met (de eigenschappen) Leven (Hayaat), Kennis (‘Ilm), en Macht (Qudrah) wordt verworpen.

Dan wordt er tegen hem gezegd : Er is géén verschil in het bevestigen van de Namen en in het bevestigen van de Eigenschappen. Want wanneer jij zegt ; het bevestigen van (de eigenschappen) Leven, Kennis en Macht leidt tot Tashbieh5 en Tadjsiem6, want men komt het beschrijven met eigenschappen niet tegen behalve bij iets wat een lichaam is.

Als jij dan ontkent wat je ontkent met deze stelling van jou, dat men dit niet terugvindt behalve bij een lichaam, ontken dan ook de Namen, ontken dan alles ! Want jij vindt het niet terug behalve bij een lichaam.

Shaykh Saalih al Fawzaan zegt : todat hij (Ibn Taymiyyah) rahimahoellaah zegt 7 :

Het 2e fundament : Het spreken over de Eigenschappen is als het spreken over de Dhaat (m.a.w. Allaah’s Zelf).

En wat betreft Allaah dan is er niets aan Hem gelijk (laysa kamithlihi shayy), niet aan Zijn Dhaat en niet aan Zijn Eigenschappen en niet aan Zijn Daden, en als Allaah een Dhaat heeft die werkelijk is (haqeeqattan) niet gelijk aan de Dhawaat (mv. van Dhaat) van anderen. Dan is de Dhaat die beschreven wordt met werkelijke Eigenschappen niet gelijk aan alle andere eigenschappen.

Als een vraagsteller dan zegt : Hoe is de Istiwaa 8 op de Troon (al ‘Arsh) ? Dan wordt er tegen hem gezegd ; zoals Rabee’ah en Maalik en anderen dan hen rahiemahoemoellaah zeiden :

“De Istiwaa is bekend (ma’loem) en de Kayfiyyah (hoedanigheid) is onbekend (madjhoel), en het geloven erin (al Imaanu bihi) is verplicht (waadjib) en de vraag naar de Kayfiyyah is een innovatie (bid’ah)”

Want het is een vraag over iets waar geen van de mensen kennis over heeft, en waarover het niet mogelijk is voor hen om op te antwoorden.
En zo ook wanneer hij zegt : “Hoe daalt onze Rabb neder (yanziloe) naar de hemel van de aarde ? ” Er wordt dan tegen hem gezegd ; “Hoe is(de hoedanhigheid van) zijn Dhaat ?” Als hij dan zegt ; “Ik heb geen weet over(de hoedanhigheid van) Zijn Dhaat”.

Dan wordt er tegen hem gezegd ; “(Zo ook) hebben wij geen weet over de Kayfiyyah (hoedanigheid) van Zijn Nederdalen (noezoel), want de kennis over de Kayfiyyah van een Eigenschap komt voort uit de kennis over de Kayfiyyah van het beschrevene, het is een vertakking ervan en wat eruit volgt.

(En dus) waarom verzoek je mij dan om de Kayfiyyah (hoedanigheid) van Zijn Horen en Zien en Spreken en Verhevenheid en Zijn Nederdalen en jij kent de Kayfiyyah van Zijn Dhaat niet ? En als jij erkent hebt dat Hij een werkelijkheid (haqieqah) heeft die bevestigd is, op dezelfde wijze vernoodzaakt dit dat de Eigenschappen Volmaakt zijn en aan niets gelijk zijn. En dus Zijn Horen, en Zien, en Spreken en Nederdalen en Zijn Verhevenheid worden op dezelfde wijze bevestigt, en dat is dat Hij beschreven wordt met Volmaakte Eigenschappen die in niets gelijk zijn aan het horen van de schepselen en hun zien en spreken en nederdalen en verhevenheid.

Shaykh Saalih al Fawzaan : Eind van het beoogde uit de woorden van de Shaykh rahiemahoellaah, en dat is dat d.m.v. deze discussie met de ontkenners van sommige van de Eigenschappen of allen van hen, en hij heeft hen vastgezet dat zij geen tegen antwoord meer hebben, en ervoor gezorgd dat zij de waarheid te weten zijn gekomen. En zo niet dan zijn zij koppig. En het is verplicht voor de moslim om te geloven in hetgeen gekomen is in het Boek en de Soennah van de Eigenschappen van Allaah en Zijn Namen, en om zich niet te begeven, met zijn tekortkomend verstand en beperkte begrip, in het verdraaien van de teksten (ta’weel an-nosoos) en het veranderen van zijn correcte betekenissen. Integendeel, het is verplicht voor hem om zich over te geven (at-tasliem) en te stoppen bij zijn grenzen. Dat is de weg van de redding (tarieq an-nadjaat) en veiligheid tegen het overdrijven (takalloef) en het afdwalen (al-inhiraaf).

Wij vragen Allaah om ons de Waarheid te laten zien als Waarheid en ons te voorzien in het volgen ervan, en om ons de valsheid te laten zien als valsheid en ons te voorzien in het wegblijven ervan, en Hij is de Alhorende de Beantwoorder.

En vrede en zegeningen zij met onze Profeet Muhammed en zijn familie en zijn metgezellen.

Vertaald en voorzien van voetnoten door : Abu Hudayfa Musa ibn Yusuf al Indonesi


1 Met ishtiraak wordt bedoeld, dat er een gemeenschappelijke overeenkomst is tussen de namen van Allaah en de namen van de schepping, m.a.w. zij delen met elkaar dezelfde benaming op het gebied van taal, maar zij verschillen van elkaar in werkelijkheid en hoedanigheid. Voorbeeld􀈱􀇱 het woordje leven, een boom leeft en een mens leeft, zij zijn beiden levend, zij delen dus in deze benaming maar de hoedanigheid en werkelijkheid van het leven verschilt tussen boom en mens. En dus het feit dat er een overeenkomst is tussen de namen van Allaah en de namen van de schepping betekent dit niet dat men Allaah vergelijkt met de schepping enkel omdat zij dezelfde benaming delen. Aan de hand van dit artikel zal dit verder duidelijk gemaakt worden.

2 Zie : Adwaa’ou min fataawaa Shaykh ul Islaam ibn Taymiyyah fiel ‘Aqeedah deel 1 blz 207

3 Al-Madjmoo’ 3/16

4 [voetnoot vertaler] Tamthiel : letterlijk vergelijken met, tamthiel bij de Namen en Eigenschappen is te geloven dat de Eigenschappen van Allaah net zoals de eigenschappen van de Schepping zijn.

5[voetnoot vertaler] : At-Tashbieh is letterlijk vergelijken met, en het houdt in dat men Allaah of Zijn Eigenschappen vergelijkt met de schepping, maar niet op een totale wijze zoals het geval bij at-Tamthiel. En de zoetste van de twee is bitter !!

6[voetnoot vertaler] : Het toekennen van een lichaam of lichaamsdelen aan Allaah.

7 Al Madjmoo’ al Fataawah 3/25

8 [voetnoot vertaler]Met Istiwaa wordt bedoelt de Verhevenheid van Allaah boven Zijn Troon, deze Eigenschap komt voor in zeven verschillende verzen in de Qur’aan, Al-A’raaf 54, Yoenoes 3, ar-Ra’d 2, TaHa 5, al-Foerqaan 59, as-Sadjdah 4 en al-Hadied 4. Dit is tevens een stevig bewijs dat Allaahu Ta’aala boven alles is en niet overal is zoals de innoveerders dat verklaren. Dit was ook de overtuiging van onze vrome voorgangers zoals je dat kan afleiden uit de uitspraak van Imaam Maalik rahimahoellaah. Hoe kan het ook anders, want de Profeet sallallaahu ‘aleyhi was sallam zelf was de eerste die zijn metgezellen vragenderwijs onderwees dat Allaah Zich boven alles Bevindt, zoals wij terug zien in de hadieth in Sahieh Moslim, waar de Profeet sallallaahu ‘aleyhi was sallam vroeg aan het slavenmeisje : Waar is Allaah ? Zij antwoordde : Boven de hemel. Waarop de Profeet sallallaahu ‘aleyhi was sallam zei : “Laat haar vrij, want zij is een gelovige !”. (genomen uit de voetnoten van al-Iebaanah van Aboe Ubaydillaah Brinkman)

 

Geef een antwoord

Your email address will not be published.

*