Het doen herleven van de Khilâfah een omstreden concept

in Aqidah - Geloofsleer/Geschiedenis/Manhaj door
Leestijd: 10 minuten

Als het gaat om de Khilâfah dan is dit een omstreden term en concept, het feit dat bij de eerste Khalief er meteen al onenigheid ontstond bewijst dit. Wat betreft de term Khalief, dan is dit een  benaming die later in de Islaam pas prominentie kreeg. De eerste khaliefen legden zelf niet zo een hele grote nadruk op deze titel als ook de gemeenschap in die tijd niet, het was dus een veel minder beladen titel dan in latere tijden. Men hanteerden in die tijd ook gewoon titels als amîr (bestuurder) of imâm (leider) van de gelovigen. Waar het uiteindelijk omgaat is dat de moslimgemeenschap geleidt moet worden en iemand de verantwoordelijkheid draagt voor alles wat hierbij komt kijken.


Bij de Soennieten is dit concept van  leiderschap, hetzij met de nodige politieke strubbelingen, altijd iets geweest wat zich generatie na generatie voortzette. Er bestond geen periode waarbij de moslims zonder leiderschap kwamen te staan zoals wij dit kennen sinds de 19e eeuw. Totdat de Westerse mogendheden hierin verandering brachten en zij na de val van het Ottomaanse rijk, en daarmee de val van het laatste Khalifaat,  op grote schaal de moslimwereld begonnen te kolonialiseren en het Islamitische grondgebied door het Westen werd onderverdeeld. Als reactie daarop ontstond er in delen van de  gekolonialiseerde moslimwereld een counterreactie, verschillende islamitische denkers en groepen begonnen zich te ontpoppen als reactie op de nieuwe realiteit in de moslimwereld. Dit gebeurde natuurlijk met de beste intenties maar niet elke counterreactie heeft ook de juiste vruchten afgeworpen.

Het is onmogelijk om elke groep en individuele denker hierin te noemen dus ik zal mij beperken tot enkelen van de vooraanstaande denkers en populaire groepen die in de geschiedenis een  prominente rol hebben gespeeld en in sommige gevallen nog steeds spelen. In Egypte werd de beweging al-Ikhwân al-Moeslimîn opgericht door Hassan al-Bannaa25. Deze groep kwam met een  aantal “oplossingen” gericht op het verwijderen van de Engelse bezettingsmacht en het terugbrengen van het Khalifaat. In India waren er soortgelijke counterreacties op het Westerse Kolonialisme  zoals die van Abu A’lâ al-Maudûdi en zijn beweging Jamaat-e-Islami, die ook ontzettend gericht was op het stichten van een Islamitische staat, zo extreem dat hij de pilaren van de  Islaam daaraan ondergeschikt maakte. Zo prees hij de revolutie van al-Khoemeiny in Iran aan als een “Islamitische revolutie”. Dit terwijl al-Khomeiny een Raafidhi was van de Shi’a twaalvers  (Ithna ‘ashriyyah sekte).

Uit deze bewegingen, en haar splintergroeperingen, kwamen talloze personen voort die vanuit dit gedachtengoed, hetzij met aanpassingen, hetzelfde doel nastreefden. Wat belangrijk te noemen is,  is dat al deze splintergroeperingen gebruik maakten van een methodologie die vreemd is aan de methodologie van de Profeten en Boodschappers in het verbeteren van de gemeenschap. Waar  de methodologie van de Profeten er een was van het focussen op het belang van de Tawhied, het enkel en alleen aanbidden van Allaah, het wegblijven van Zijn verboden en het onderwerpen aan  Zijn geboden, is hun methodologie veelal revolutionaire van aard en hanteert een top-down politiek, d.w.z.: zij zijn van mening dat de focus dient te liggen op het leiderschap en de macht in een  gebied, wanneer deze macht gegrepen kan worden dan kan men van boven naar beneden de maatschappij opnieuw inrichten. Om dit te bereiken gaan sommigen van hen uiteindelijk zelfs over tot  geheime structuren, cellen en leiderschap buiten het leiderschap van de staat om26.

Als ik bijvoorbeeld één denker eruit licht Sayyid Qutb dan is het duidelijk dat hij zich richtte qua dawah naar at-Tawhied primair op al-Hâkimiyyah, wat enkel een onderdeel is van at-Tawhîd al- Ulûhiyyah (de eenheid in het aanbidden van Allaah). Deze vorm van Tawhîd is een onderdeel van-, maar niet het enige- en meest belangrijke onderdeel van Tawhîd al-Ulûhiyyah. Wij zien dat  Profeten zich primair richten in het uitnodigen naar het alleen aanbidden van Allaah en het wegblijven bij al hetgeen aanbeden wordt buiten Allaah. In dit onderdeel schoot Qutb tekort, dit terwijl  hij leefde in een samenleving waarin anderen naast Allaah aanbeden werden bij graven en in moskeeën met daarin graven en talloze andere plaatsen waar Shirk gemanifesteerd werd in Egypte, dit  tot vandaag de dag!

Hij schreef zijn bekende werken tussen 1954 tot aan zijn executie door de Egyptische staat in 1966, de meeste werken schreef hij in de gevangenis zoals Ma’âlim fî t-Tariq (Mijlpalen), en Fî Dhilâl  il-Qur’ân (In de schaduw van de Qur’ân), Qutb is in deze tijd gemarteld en verschrikkelijk behandeld door de machthebbers in Egypte uit zijn tijd en zijn overtuiging werd hierdoor steeds  radicaler.  Zelfs al-Qardâwie, kopstuk van de Ikhwaan al-Muslimien, zei over de werken van Sayyid Qutb:

“En het was in deze periode dat de boeken van de martelaar Sayyid Qutb verschenen, de boeken die zijn laatste gedachtengoed representeerde. Het gedachtegoed wat takfier van hele gemeenschappen rechtvaardige…het breken met elke vorm van sympathie met de gemeenschap, het verbreken van de banden met anderen en het verkondigen van een vernietigende jihaad tegen de gehele mensheid…”27

Vooral Mijlpalen werd een van zijn bekendste werken omdat hij deze schreef in de gevangenis vlak voor zijn executie en omdat dit werk een praktisch handboek werd voor de Islamisten. Het boek groeide dan ook uit tot het belangrijkste manifest voor het Islamisme. In dit werk was de beïnvloeding van Qutb door de ideeën van Marx en Lenin duidelijk zichtbaar, complete teksten leken zo  gekopieerd te zijn uit het bekende manifest van Lenin “Wat te doen”. Waarbij de termen van Lenin door Qutb geïslamiseerd werden, als Lenin sprak over een revolutionaire voorhoede, sprak Qutb  over een Islamitische voorhoede. Als Lenin sprak over de noodzaak van een sociale revolutie sprak Qutb over een Islamitische revolutie om sociale rechtvaardigheid te herstellen en om de  Islamitische gemeenschap te redden uit wat hij noemde het juk van al-Jâhiliyyah door de overheden die het alleenrecht van Allaah om te oordelen (al-Hâkimiyyah) over het reilen en zeilen van de  gemeenschap zichzelf toegeëigend hadden. De werken van Sayyid Qutb waren vooral gecentreerd rondom deze twee hoofdconcepten :

– Al-Hâkimiyyah
– Al-Djaahiliyyah

Al-Hâkimiyyah slaat op het alleenrecht dat Allaah heeft om te oordelen, en volgens Sayyid Qutb was dit recht wat enkel aan Allaah toebehoort in zijn tijd vervangen door de wetgeving van mensen. En omdat de wetgeving van Allaah dus niet langer geïmplementeerd werd was de Oemmah (de islamitische gemeenschap) beland in wat hij noemde al-Jâhiliyyah. Nu al-Jâhiliyyah is een  Islamitische terminologie wat in de klassieke leer stond voor de pre-islamitische periode vóór de komst van de Profeet Muhammed صلى الله عليه وسلم en de Islaam. Het slaat dus op een periode van ongeloof en afgoderij. En volgens Sayyid Qutb was de gehele moslimgemeenschap teruggevallen naar die periode van ongeloof en afgoderij en de enige oplossing was een top-down politiek waarbij de focus ligt op het neerhalen van de gevestigde orde28. Later is het gedachtegoed van Qutb verder uitgewerkt en voortgezet door personen zoals Shukri Mustafa29, Mohammed Abd as-Salâm  Farâj en zijn bekende werk al-Farîdatoe l-Ghâ`ibah, in het Engels bekend als ‘The Neglected Duty’ 30 , Ayman Ad-Dhawahirie31 en vele anderen.

Om een lang verhaal kort te maken, elke groep heeft zich gefocust op het veranderen van het leiderschap om zo het Khalifaat terug te brengen. Niet rekening houdend met de talloze obstakels die zich opwerpen in het bewerkstelligen van dit utopische doel. De volgelingen van dit soort bewegingen, zoals bijvoorbeeld de hedendaagse Hizb at-Tahrir32, besteden hun voornaamste tijd aan dit  soort onderwerpen. Er is weinig tot geen inzet in het onderwijzen van de moslims in alle facetten van de Islam, zo ziet men een grote onwetendheid bij de volgelingen van deze bewegingen omtrent  de basis fundamenten van de religie. Decennia zijn inmiddels voorbij gegaan en de gedroomde Islamitische staat is nog steeds niet gesticht. Ondertussen zijn er generaties gestorven op  de Shirk die Allaah niet vergeeft, en zijn moslims verzonken in innovaties en zonden en deze mensen blijven oproepen naar het stichten van een gedroomde staat die oordeelt met de Sharie’ah qua  strafwetten. Al die tijd nalatig geweest in het leren en onderwijzen van de mensen volgens de methodiek van de Profeten. Al het verspilde bloed van talloze potente moslimjongeren ten spijt!  Moslimjongeren die veel beter ingezet hadden kunnen worden voor de algemene belangen van de moslims i.p.v. een nutteloze strijd voor een utopisch idee. Het probleem van dit soort groepen is  dat zij gemakkelijk misbruikt kunnen worden door politieke machten aan de hand van populistische slogans. Afgelopen decennia zijn wij als gemeenschap duizenden jongeren verloren aan deze  groepen die meer dan regelmatig beïnvloedt en bespeelt worden door veiligheidsdiensten van Arabische dictators en Westerse mogendheden. Men gebruikt deze groepen als speelballen in de  geopolitieke arena en als pionnen op het schaakbord van diverse machthebbers.

Zou men zich gefocust hebben op het verbeteren van de gemeenschap vanaf de bodem door het onderwijzen van de mensen in de religie van Allaah, het ondersteunen van elkaar in het gedeelde maatschappelijke belang, dan was de Oemmah veel bloedvergiet en chaos bespaard gebleven en zou de Tawhied van Allaah beter gevestigd zijn ondanks het ontbreken van een Islamitische  overheid. Het is beter als een moslim sterft op Tawhied en Soennah terwijl hij leeft onder een onrechtvaardige en/of onrechtmatige leider dan dat hij sterft op Shirk en Bid’ah terwijl hij leeft onder  een zogenaamde Islamitische overheid. En wanneer de moslims terugkeren naar het juiste begrip van de religie en trachten deze in de praktijk te brengen dan zal Allaah de hulp en de overwinning  sturen aan Zijn dienaren.

“Allah has promised those who have believed among you and done righteous deeds that He will surely grant them succession [to authority] upon the earth just as He granted it to those before  them and that He will surely establish for them [therein] their religion which He has preferred for them and that He will surely substitute for them, after their fear, security, [for] they worship Me,  not associating anything with Me. But whoever disbelieves after that – then those are the defiantly disobedient.”

Aboe Hudayfa Musa ibn Yusuf


25 Al-Bannaa wilde een zo groot mogelijke groep creëren om zijn doel: De Islamitische staat, te bereiken. Hij deed dit door het concept van al-walaa en al-baraa (liefde- en haat omwille van  Allaah) te versmelten en door binnen zijn groep iedereen te accommoderen zelfs de Soefies, de Sjiieten, en de Christenen etc. Zijn bekende stelregel was “We werken samen in hetgeen we  overeenkomen, en we excuseren elkaar voor hetgeen waarin we van mening verschillen”. Dit is een duidelijke politieke stelregel waarbij het draait om de agenda van de partij en om de partij zo  groot mogelijk te maken. Want enkel met een grote achterban kan men politieke macht en invloed verkrijgen. Door de Islaam op deze wijze te politiseren kan dat grote nadelen opleveren voor de  zuiverheid van de religie omdat men vele concessies zal doen om de partij groot te houden, geen leden te verliezen met onpopulaire standpunten etc. etc. Uiteindelijk kan men verblind raken door  de partijagenda en het behouden -en werven van nieuwe partijleden, tevens kan het sektarisme in de hand werken omdat men trouw wil blijven aan de eigen partij. Deze stelregel van Bannaa is  ook enkel een uitstel van een probleem die zich in de toekomst alsnog zal ontvouwen, namelijk alle fundamentele verschillen die omwille van de partij en het gemeenschappelijke doel  opzijgeschoven zijn. Deze verschillen komen altijd naar boven zodra de macht bereikt is, want wie gaat dan bepalen hoe de macht verdeeld wordt en welke ideologie zal het meest dominant uitgedragen worden? En dit hebben we meerdere male gezien bij politieke organisaties en stromingen dat zij in de eerste instantie met iedereen samenwerken om het gemeenschappelijke doel te  bereiken en zodra de macht bereikt is begint de onderlinge strijd.

26 Dit gebeurd aan de hand van een bay’ah (eed van trouw) die afgelegd wordt aan individuen buiten de staat om. Hierdoor kunnen er groepen ontstaan binnen een samenleving die zich buiten de  macht van de staat om gaan organiseren en over kunnen gaan op een staatsgreep.

27 Awwaliyyaat al-Harakah al-Islaamiyyah, blz.110, Al-Qardâwî. Y

28 En hij zei over de methode van de beweging waar hij voor stond: “Deze beweging gebruikt methoden van prediking en overreding om de ideeën en geloven te hervormen; en maakt ook gebruik  van fysieke kracht en jihad om de organisaties en het gezag van het jahili-systeem, uit te bannen die de mensen ervan weerhouden om hun ideeën en geloven te hervormen en hen dwingt om hen  te volgen in hun afgedwaalde manieren en om menselijke meesters te dienen in plaats van de Almachtige Heer.” “De vestiging van het rijk van Allah op aarde, de uitbanning van het rijk van de  mens, het ontnemen van de soevereiniteit aan degene, die dit onrechtmatig genomen heeft en het teruggeven hiervan aan Allah, en het afkondigen van de goddelijke sharie’ah en het afschaffen van de door de mens gemaakte wetten, kan niet alleen door prediking bereikt worden. Degenen dat onrechtmatig het gezag van Allah genomen hebben en de schepselen van Allah onderdrukken zullen  hun macht niet opgeven enkel door middel van prediking”

29 de leider van Jamaa’ah al-Muslimien, beter bekend als Jamaa’ ah at-Takfier wa l-Hijrah. Hij borduurde verder op de ideeën van Sayyid Qutb en het zichzelf distantiëren van de Jaahilie  samenleving. Hij verrichte takfier op de moslimgemeenschap omdat zij zich niet afzette van de Jaahiliyyah in de samenleving en verrichtte vervolgens met zijn aanhangers Hijra (migratie) door  zich terug te trekken in de bergen rondom de bewoonde gebieden. Zij verrichtte niet hun gebeden in de moskeeën gezamenlijk met de moslims en zij zagen het vrijdagsgebed als niet toegestaan  omdat men zich, volgens hem, nog bevond in de Mekkaanse fase waarbij de wetgeving van Allaah nog niet geïmplementeerd was. De Profeet stelde het vrijdagsgebed pas in toen hij in Medinah  was en er een Islamitische Staat was. Zij verklaarden ook de Islamitische geleerden die de moslimoverheden niet ongelovig verklaarden als afvalligen. Ook verklaarde hij en zijn sekte een ieder die  de organisatie verliet als afvalligen, en Islamitische landen als afvallig die rechtmatig aangevallen mochten worden. Shukri Mustafa en zijn sekte kidnapte o.a. een Egyptische minister en een  islamitische geleerde die pamfletten schreef tegen de groep van Shukri Mustafa en hen linkte aan de Khawaaridj. Toen de eisen van Shukri Mustafa niet ingewilligd werden door de staat  vermoordde hij beide gijzelaars. Later is hij gevangen genomen en ter dood veroordeeld door een militair tribunaal in Egypte. 

30 Dit werk was eigenlijk enkel gericht aan de leden van de groep en het was niet gericht aan de algemene moslims voor verspreiding. Dit zien wij ook bij latere groeperingen: Geheime cellen en  samenstellingen om hun gedroomde Islamitische staat te bereiken, dit vanaf de tijd van Hassan al-Bannaa, daarna Qutub, tot vandaag de dag bij aanslagen in Islamitische landen en het westen.  Zijn werk was gevonden in zijn huis nadat hij geëxecuteerd werd door de Egyptische Staat voor het coördineren van de moordaanslag in 1981 op de toenmalige president van Egypte Anwar Sadat.  Dit werk van Faraaj werd later een van de belangrijkste inspiratiebronnen voor alle Egyptische Jihadisten in de jaren 80 en 90. Faraaj was duidelijk geïnspireerd door Qutub, hij was een activist  die Jihaad predikte in lokale moskeeën, jihadis recruteerde, en ondergronds plannen beraamde om het regime omver te werpen om een soortgelijke wijze zoals de revolutie in Iran was verlopen.  Hij was de geestelijke inspirator van de Jihaad groep welke later evolueerde tot Tandhim al-Jihaad (internationaal bekend onder de naam Egyptian Islamic Jihad). Ook gaf Faraaj het verschil aan  tussen de nabije vijand (regeringen in moslimlanden) en de verre vijand (westerse landen), en dat de voornaamste prioriteit diende te liggen bij de nabije vijand. Volgens Faraaj ging het bestrijden  van de lokale afvalligen vóór het bevrijden van al-Qoeds (jerusalem) en hij haalde hiervoor drie argumenten aan: (1) Het bestrijden van de nabije vijand heeft voorrang op het bestrijden van de  verre vijand (2) Het bevrijden van al-Qoeds dient gedaan te worden onder een Islamitische vlag, niet door de interne onreligieuze leiders, zodat deze leiders niet zouden kunnen profiteren van zo  een overwinning en daardoor aanzien krijgen in de gemeenschap. (3) de huidige leiders van de moslims zijn degenen die schuldig zijn aan de koloniale overheersing in de moslimlanden, en  derhalve dient de primaire focus van de Jihaad te zijn om deze afvallige leiders te vervangen met een Islamitisch systeem, en elke andere externe agenda zou enkel tijdverspilling zijn.Deze strategie  van Faraaj, in het primaire leggen van de focus op het bestrijden van de nabije vijand ligt in dezelfde lijn van denken als van Sayyid Qutb, dit was dan ook de oorspronkelijke strategie van  de eerste Jihadies, de neo-khawaaridj. De latere generatie van Jihadisten wijken hiervan af en gingen de focus verleggen naar de verre vijand om zo het Jihadi gedachtengoed internationaal te  maken. Deze twee concepten zouden later dan ook veelvuldig terugkomen in de retoriek van Jihaadie groeperingen die opriepen tot aanslagen in moslimlanden en beweerden dat Jihaad in  bepaalde oorlogsgebieden fard ‘ayn was- en is, zonder de voorwaarden van Jihaad in acht te nemen. Zie The Far Enemy: Why Jihad went global, pag.9. F.Gerges

31 de leider van al-Qaa’idah, hij was bevriend met Faraaj in zijn jeugd en was ook sterk beïnvloed door hem en Sayyid Qutb.

32 Wederom een beweging die ontstaan is als een counterreactie op de Westerse kolonialisatie, opgericht door Taqiuddien al-Nabhani als
politieke organisatie in Jerusalem.

2 Comments

  1. Wat jij hier zegt klopt niet, je kan niet zeggen men kan beter tawhied onderwijzen maar in de tussentijd geen islamitische staat oprichten, vooral niet in deze tijd waar al zoveel shirk en kufr plaatsvindt in Arabische landen en waar de bloed van de moslims word verspilt, weet dat tijdens jihad bloed wordt geofferd en dat zal altijd zo blijven en dat de beste da3wah al jihad is en daar is een consensus over van de selef tot aan de khalaf, dit is gewoon mijn meningtje geven en het onderbouwen op ahlul bid3ah zodat mensen van ahlu sunnah in zullen zien dat het beter is om geen jihad te verrichten, dit is gewoon totale kopie en plak werk en ver van de manhadj van de selef.

    • ‘Al het verspilde bloed van talloze potente moslimjongeren ten spijt! Moslimjongeren die veel beter ingezet hadden kunnen worden voor de algemene belangen van de moslims i.p.v. een nutteloze strijd voor een utopisch idee.’

      Vooral deze stukje is zeer in tegenstrijd tegen de manhadj van de muslimien, alsof da3wah beter is dan de da3wah met de zwaard.

      Alsof a shahadah waardeloos is en bloedverspilling is zoals jij aangeeft.

      En alsof jihad een nutteloze strijd is, Terwijl het de beste daad is in al islam.

      EN alsof het vechten voor een khilafah een utopische idee is, terwijl het de pad van de profeten is.

      allen gaat dat in tegenstrijd met de manhadj van de profeet 3aileyhim salaat wa salam, want hij riep de gelovigen naar hetgeen jij tegen spreekt ‘ jihad’ en zei dat er jihad zal blijven tot aan dag des oordeels.

      Volume 1, Book 2, Number 35:
      The Prophet said, “The person who participates in (Holy battles) in Allah’s cause and nothing compels him to
      do so except belief in Allah and His Apostles, will be recompensed by Allah either with a reward, or booty (if he
      survives) or will be admitted to Paradise (if he is killed in the battle as a martyr). Had I not found it difficult for
      my followers, then I would not remain behind any sariya going for Jihad and I would have loved to be martyred
      in Allah’s cause and then made alive, and then martyred and then made alive, and then again martyred in
      His cause.” Bukhari

      en er is een belofte van Allaah voor de mujahid die sterft op de pad van Allaah en er is niks beters dan dat.

      Dus vrees Allah met deze laster over de mujahideen en tegenstrijd tegen de mensen van sunnah.

Geef een antwoord

Your email address will not be published.

*