Laat je niet vangen door kameleons in Imaam kleding

in Salafisme door
Leestijd: 18 minuten

Het is voor velen niet onbekend gebleven wat er wordt verspreidt aan laster en verdraaiingen jegens Ahl al-Sunnah in Nederland en haar moskeeën en stichtingen. Waar zij worden bestempeld met benamingen zoals Madkhalis en Ghulaat at-Tabdie’, door bepaalde kartrekkers van de zogenaamde “gematigde Islām”, of de zogenaamde “inclusieve Islām”. De “Islām” die meer in de smaak valt bij de gemeentes en hun burgemeesters en bij de politieke partijen waar zij al decennia zo hard voor werken als spreekbuizen om zo de moslims als stemvee naar de stembussen te lokken. Dit allemaal onder het mom van maṣlaḥa (profijt) voor de ummah, ook al heeft niemand nog ooit die beweerde maṣlaḥa gezien, eerder het tegenovergestelde.

Lees het hier in pdf

Net zoals het een bekende eigenschap is van de Ahl al-Ahwā (de mensen begeerten) van weleer om Ahl as-Sunnah te bestempelen met allerlei bijnamen, zoals Ḥashwiyyah[1], Nasibis[2], Wahhābis[3], herhaald de geschiedenis zich ook hedendaags weer bij de Ahl al-Ahwā. Alleen nu hanteert men buiten de oudere namen ook weer nieuwe benamingen zoals Madkhalis[4], Jaamis[5], Ghulāt al-Tabdīʿ enzovoort.

Deze namen dienen enkel als stromannen, om de massa af te leiden van de inhoud waar het daadwerkelijk om draait. Dus net zoals de extreme Sūfīs elke moslim bestempelen als Wahhābī omdat zij tegen zaken zijn zoals het aanroepen van de doden, bemiddelingen zoeken bij hen, het offeren bij graven en het afleggen van eden aldaar, het vieren van de mawlid. Ook al volgt een moslim totaal Shaykh Muḥammed b. ʿAbd al-Wahhāb’s daʿwah niet, en kent hij hem misschien zelfs niet, zal hij toch bestempeld worden met de term Wahhābī vanwege het overeenkomen in het afwijzen van die daden van shirk en bidʿah.

Zo ook gebeurt dit nu met de benamingen Madkhalis en Djāmis, ze worden te pas en te onpas gegooid naar elke moslim die de standpunten en handelingen afwijst waar deze politieke en revolutionaire groepen voor staan. Zij die beïnvloed zijn door het gedachtegoed van de Ikhwān al-Muslimīn (het moslimbroederschap), waarbij men het terugbrengen van de eer van deze Ummah heeft beperkt tot de gang naar de stembus en het optrekken met politici en het stichten van politieke partijen.

Dus ook al is iemand totaal geen fan van Shaykh Rabīʿ al-Madkhalī, of kent iemand Shaykh Muḥammed Amān al-Djāmi niet, alsnog zal hij bestempeld worden met Madhkali of Djāmi wanneer hij zich kritisch uit tegen de standpunten en handelingen van deze politieke stromingen en groepen.

Bestaan er dan geen fanatieke volgers van Shaykh al-Madkhali? Zeker wel, net zoals er fanatieke volgers bestaan van talloze andere Shaykhs of predikers. En dit is iets wat afgewezen dient te worden, en dit wordt ook gedaan, bij iedereen die zich hieraan schuldig maakt. Want de Islām en de methodiek van de Selef is vrij van elke vorm van taʿaṣṣub (fanatisme) en taḥazzub (partijgeest) voor wie of wat dan ook. Want zoals de bekende uitspraak luidt van al-Imām Malik “Van een ieder wordt geaccepteerd en verworpen,  behalve de bewoner van dat graf” En hij wees naar het graf van onze edele  Profeet Muḥammed ﷺ

Maar zoals eerder is vermeld, wordt deze benaming enkel gebruikt als een stroman, een afleidingsmanoeuvre om zo inhoudelijke kritiek te ontlopen op hun dwalingen en om de onwetende massa weg te jagen van de Sunnah en haar geleerden. Zodat zij niet inhoudelijk in hoeven te gaan op de wetenschappelijke kritieken op hun dwalende gedachtegoed, afwijkende standpunten, en hun dwalende predikers en mashaykh die zij volgen.

Om deze inleiding niet langer te maken dan het al is geworden zal ik de lezers overlaten aan de woorden van de geleerden, degenen tot wie wij bevolen zijn om naar terug te keren voor kennis en fatwa door Allah onze Rabb en de Alwetende Schepper. Speciaal voor deze gelegenheid, waar de verschillende politieke predikers en uitnodigers naar het zwijgen over Ahl al-Bid’ah en hun dwalingen uit hun holen komen, heb ik een belangrijk stuk vertaald wat te maken heeft met dit onderwerp. Het is afkomstig uit een fenomenaal werk, welke geprezen is door Shaykh Muhammed b. Naasiruddin al-Albaani – raḥimahullāh. Die in de inleiding van het boek heeft aangegeven dat hij ondanks zijn slechte lichamelijke toestand, en zijn drukke agenda in het nakijken en publiceren van Islamitische geschriften, geen genoeg kon krijgen van het boek. En dat hij elke keer weer verder wilde lezen en dat hij enorm profijt heeft gehad van het onderzoek uit het boek.

Zo ook de groot geleerde, de nog levende Muḥaddith van Medīnah, degene die de zes boeken van Ḥadīth compleet heeft uitgelegd zowel de ketenen als de tekst, Shaykh ʿAbd al-Muḥsin al-ʿAbbād heeft dit werk gelezen en geprezen om zijn inhoud en de belangrijke leerstellingen die erin vermeld staan.

Als ook Shaykh Muḥammed b. Ṣāliḥ al-ʿUthaymīn en nog vele andere geleerden hebben zich zeer positief uitgelaten over dit werk van Shaykh ʿAbd al-Malik al-Ramaḍānī met de titel:

“Madārik al-Nadhar fie al-Siyāsah bayna al-Taṭbīqāt al-Sharʿiyyah wa al-Infiʿālāt al-Ḥamāsiyyah”

 Dit boek geeft een intellectuele kijk in de politiek en hoe deze bedreven en toegepast zou moeten worden volgens de volmaakte Sharīʿah onder begeleiding en toezicht van de geleerden en hoe deze toegepast en bedreven is door de verschillende revolutionaire politieke groepen en hun predikers en hun emotionele uitbarstingen. Het behandeld verschillende historische fitan uit de jaren 90, en hoe revolutionaire (haraki) predikers zich hebben geprofileerd tijdens deze gebeurtenissen, in het aansteken en aanwakkeren van de vuren van onlusten en onrust. Zoals o.a. Safar al-Ḥawālī, Salmān al-ʿAwdhah, ʿAidh al-Qarnī, ‘Alī b. al- Ḥadj en anderen.

Zijn de edele geleerden zoals al-Albānī, Abd al-Muḥsin al-ʿAbbād, al-ʿUthaymīn nu ook Madkhalis? Omdat zij dit werk hebben geprezen en zij achter de kritieken staan op deze Ḥarakiyyīn predikers?

Wij laten het oordeel over aan de oprechte lezers en eerlijke onderzoekers.

Ik heb tien bladzijdes vertaald uit dit prachtige boek die van toepassing zijn op de huidige ontwikkelingen die wij zien op Social Media, waarbij deze Siyāsiyyīn verheugd uitnodigen naar een conferentie over de zogenaamde “extremisten in tabdīʿ”. Een dubieuze conferentie waar sprekers in voorkomen die het voorhoofd kussen van een Seculiere Leninistische Marxist[6], anderen die de Ashāʿirah en de Māturidiyyah onder de ʿAqīdah van Ahl al-Sunnah willen scharen[7], en nog velen andere aparte individuen die dan de geleerden van Ahl al-Sunnah moeten voorstellen…

Ik laat u nu over aan het vertaalde stuk uit het boek, moge Allaah deze daad van mij accepteren enkel en alleen voor Zijn Gezicht.

Abu Hudayfa Musa ibn Yusuf al-Indonesi

7 Muḥarram 1443/15 augustus 2021


Madārik al-Nadhar fie al-Siyāsah bayna al-Taṭbīqāt al-Sharʿiyyah wa al-Infiʿālāt al-Ḥamāsiyyah

Het vijfde fundament: Het weerleggen van de Mukhālif (d.w.z. degene die afwijkt van de Qurʾān en de Sunnah en de Idjmāʿ) behoort tot al-Amr bi l-Maʿrūf wa al-Nahī ʾani l-Munkar (het goede gebieden en het slechte verbieden).[8]

 Het is nodig dat ik voor mijn onderzoek een fundamentele onderbouwing uiteenzet in deze paragraaf, omdat er sommige zwakke zielen zijn met weinig kennis die het benauwd krijgen in hun borst wanneer zij weerleggingen doornemen. Waarbij zij de gedachte hebben dat deze afkeer voor weerleggingen dichter bij vroomheid is en het behoort tot het beschermen van de eer van de moslims.

En een vluchtige kijk in de geschiedenis van de geleerden zal jou laten zien dat er geen periode in de geschiedenis vrij was van het weerleggen van de mukhālif, zelfs al was het bij de beste van de moslims.

Gezien het feit dat de meeste islamitische groeperingen het weerleggen van de mukhālif beschouwen als ‘zelf-kritiek’ (m.a.w. de ummah bekritiseren), willen zij dit levend begraven, en willen zij abortus plegen van al-Amr bi l-Maʿrūf wa al-Nahī ʾani l-Munkar (het goede gebieden en het slechte verbieden), en willen zij de grootste vesting van de Islām ontdoen van de murābiṭ (bewaker, beschermer). En de ene keer is hun argument hiervoor het bedekken van de tekortkomingen van de moslims, en een andere keer is het om een plan te beramen tegen de ongelovigen (door naar buiten toe het te doen laten lijken dat men een eenheid is). En andere emotionele bewijzen die ervoor zorgen dat het verstand van de mensen wordt weggekaapt in een tijd waarin kennis al verzwakt is. Vanwege dit gegeven is het noodzakelijk om de waarheid terug te brengen naar haar originele positie:

 

لِّيَهْلِكَ مَنْ هَلَكَ عَنۢ بَيِّنَةٍ وَيَحْيَىٰ مَنْ حَىَّ عَنۢ بَيِّنَةٍ ﴾ ﴿

“Zodat zij die sneuvelden vanwege een duidelijk bewijs sneuvelden; en zodat zij die in leven bleven vanwege een duidelijk bewijs in leven bleven”

al-Anl 42

En degenen die twisten met hun tongen in het afwijzen van het weerleggen van de valsheid, ook al hebben sommigen van hen ook deugdelijkheid en goedheid in zich, zij hebben in sommigen gevallen te kampen met een tekort aan vitaliteit en zwakte in vastberadenheid (in het verdedigen van de Qurʾān en de Sunnah en de Islamitische ‘Aqīdah), en in andere gevallen een zwakte in hun begrip om de waarheid en het correcte te vatten. Sterker nog, in werkelijkheid behoort dit tot het verlaten van de strijdposities in het heetst van de strijd, de posities vanuit waar de religie van Allaah verdedigd en beschermt dienen te worden. Derhalve is het zo dat degene die zwijgt en zich weerhoudt om de waarheid te spreken, dat hij mee deelt in de zonde van degene die spreekt met valsheid.

Abū ʿAlī al-Daqāq (al-Naysabūrī al-Shāfiʿī) 406H[9] zei: “Degene die zwijgt over de waarheid is een doofstomme Shayṭān, en degene die spreekt met valsheid is een sprekende Shayṭān”.

En de Profeet ﷺ heeft geïnformeerd over de opsplitsing van deze Ummah in 73 sektes, en dat de redding enkel is voor één groep die zich bevind op de profetische weg. En deze gasten willen de gehele Ummah samensmelten tot één groep terwijl er noodzakelijkerwijs verschillen zijn in ‘Aqīdah?!

Is het mogelijk dat een daʿwah naar eenheid het Woord van at-Tawḥīd afbreekt? Dus wees op je hoede (voor deze valse uitnodiging)!!

En wat zijn hun bewijzen behalve valse uitspraken, zoals”

“Breek de rijen niet van binnenuit”

“Gooi geen stof op van binnenuit”

“Veroorzaak geen opsplitsing tussen de moslims”

“Laten we nader tot elkaar komen in hetgeen waarin we overeenkomen, en laten we elkaar excuseren in hetgeen waarin we verschillen”

en zo verder (aan verschillende onzinnige emotionele drogredenen).[10]

En de zwakste vorm van al-Imān is dat men tegen degenen die hierover twisten zegt: “Zwijgen de mensen van valsheid? Zodat wij ook kunnen zwijgen? Maar dat zij de (zuivere) geloofsleer aanvallen voor iedereen die het kan zien en horen en vervolgens verzoeken om te zwijgen hierover, dan bij Allaah nee!…”

 

En wij vragen toevlucht bij Allaah voor elke moslim tegen de infiltratie van argument van de Joden, want zij (m.a.w. de Joden) verschillen over hun Boek, en zij wijken af van hun Boek, en ondanks dit doen zij het voorkomen alsof zij één zijn en verenigd zijn. Maar Allaah heeft hun leugen ontbloot, Hij – verheven is Hij boven elke tekortkoming – zei:

 

تَحْسَبُهُمْ جَمِيعًا وَقُلُوبُهُمْ شَتَّىٰ ﴾ ﴿

“Jullie denken dat zij een eenheid vormen, maar hun harten zijn verdeeld”

al-Ḥashr 14

 

En tot de reden van hun vervloeking is hetgeen wat Allaah heeft vernoemd in Zijn Uitspraak:

كَانُوا لَا يَتَنَاهَوْنَ عَن مُّنكَرٍ فَعَلُوهُ ۚ ﴾ ﴿

“Zij verboden elkaar  niet het verwerpelijke wat zij verrichtten”

al-Māʾidah 79

Dus daarom wanneer je iemand ziet die de mukhālif weerlegt in een afwijkend fiqh standpunt, of een geïnnoveerde uitspraak, wees hem dan dankbaar voor zijn verdediging, naar gelang zijn inzet.

 

En de Aṣl (fundamentele basis) in dit onderwerp zijn de geopenbaarde teksten die gaan over al-Amr bi l-Maʿrūf wa al-Nahī ʾani l-Munkar (het goede gebieden en het slechte verbieden), zoals de uitspraak van de Verhevene:

 

وَلْتَكُن مِّنكُمْ أُمَّةٌ يَدْعُونَ إِلَى ٱلْخَيْرِ وَيَأْمُرُونَ بِٱلْمَعْرُوفِ وَيَنْهَوْنَ عَنِ ٱلْمُنكَرِ ۚ  ﴿

وَأُولَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُفْلِحُونَ ﴾

“En laat er uit jullie een groep voortkomen die uitnodigt tot het goede en oproept tot deugdelijkheid en die het verwerpelijke verbiedt, en zij zijn degenen die welslagend zijn”

āl ʿImrān 104

Ibn Taymiyyah zei: “En het bevelen van de Sunnah en het verbieden van al-Bidʿah dát is het gebieden van goede en het verbieden van het verwerpelijke, en dit behoort tot de beste van de vrome daden…[11]

Dus het is onnodig voor de Islamitische groepen vandaag de dag om een druk in de borst te voelen bij een weerlegging, want dit behoort tot standvastigheid ten aanzien van de gerechtigheid, en tot het getuigen omwille van Allaah, Degene die ons heeft bevolen daarmee, zelfs bij onszelf, en bij de mensen van onze religie, zoals de Verhevene zei:

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا كُونُوا قَوَّٰمِينَ بِٱلْقِسْطِ شُهَدَآءَ لِلَّهِ وَلَوْ عَلَىٰٓ أَنفُسِكُمْ أَوِ ٱلْوَٰلِدَيْنِ وَٱلْأَقْرَبِينَ ۚ  ﴿

إِن يَكُنْ غَنِيًّا أَوْ فَقِيرًا فَٱللَّهُ أَوْلَىٰ بِهِمَا ۖ فَلَا تَتَّبِعُوا ٱلْهَوَىٰٓ أَن تَعْدِلُوا ۚ وَإِن تَلْوُۥٓا أَوْ تُعْرِضُوا

﴾ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرًا

“O jullie die geloven! Weest standvastigen ten aanzien van de gerechtigheid, als getuigen omwille van Allaah. Zelfs tegenover jullie zelf of de ouders en de verwanten, of het nu een rijke of een arme is (waartegen getuigd moet worden), want Allaah kent hun belangen beter. Volgt niet de begeerte om niet rechtvaardig te zijn. En indien jullie verdraaien of je afwenden, dan voorwaar: Allaah weet wat jullie doen.”

al-Nisāʾ 135

En (de woorden in het bovenstaande vers) ‘verdraaien’ (al-Layyu) betekent liegen, en het woord afwenden (al-Iʿrāḍ) betekent het verzwijgen van de waarheid (al-Kitmān) zoals Ibn Taymiyyah dit uitgelegd heeft.[12] Dus hoe is het nog mogelijk voor een gelovige, nadat wij al het voorgaande in ogenschouw nemen, om correcte da’wah te verrichten wanneer dit gepaard moet gaan (volgens hen) met het stilzwijgen van fouten en het schuilen achter zoetsappige politieke praatjes?!

En er is geen twijfel over mogelijk dat de ghīrah (eergevoel, positieve jaloezie), die Allaah in de harten heeft geplaats van elke gelovige over alles wat hen heilig is, de drijvende kracht is die hem in beweging brengt om deze verplichting tot stand te brengen, zoals de Profeet ﷺ zei: “Voorzeker Allaah de Verhevene is jaloers voor Zijn eer, en de gelovige is jaloers voor zijn eer, en de jaloezie van God is dat de gelovige niet datgene zou moeten doen wat Allaah heeft verboden voor hem[13]

En als het zo is dat men elke keer zegt tegen de moslim wanneer hij de weg wil reparen: “Nu is het niet de geschikte tijd want de ongelovigen liggen op de loer!” Wanneer gaat hij dan zijn fouten kennen? En wanneer wordt hij dan ertegen beschermd? En wanneer wordt de zieke dan genezen van zijn ziekte en wordt de zwakke aangesterkt?

En het is overgeleverd van Abū Hurayrah van de Boodschapper van Allaah ﷺ dat hij zei: “De gelovige is als een spiegel voor de gelovige, en de gelovige is een broeder van de gelovige. Hij beschermt hem tegen verlies en hij verdedigd hem achter zijn rug[14]

Het behoort totaal niet tot al-Muwālah (loyaliteit) voor de gelovigen dat men zijn broeder steunt in zijn valsheid, onder het mom van het tegenwerken van (bijvoorbeeld) de Communisten. Want het is overgeleverd van Anas dat de Profeet ﷺ zei: “Steun jouw broeder de onrechtpleger en het slachtoffer. Er werd gezegd ‘O Boodschapper van Allaah! Wij helpen het slachtoffer maar hoe gaan wij de onrechtpleger helpen?!. Hij zei: “Je houdt hem vast of je belemmert hem in het verrichten van het onrecht”[15]

En in de versie van Muslim via de weg van Djābir met de bewoording: “Als hij een onrechtpleger is dan verbiedt je hem het en dat is dan voor hem een steun[16].

Ibn Taymiyyah zei in de betekenis hiervan: “Het is verplicht om een ieder te bestraffen die zich toeschrijft aan hen, of die hen verdedigd, of hen prijst of hun boeken ophemelt, of wie bekend staat om het steunen van hen en het helpen van hen, of wie een afkeer heeft dat er gesproken wordt tegen hen, of wie excuses voor hen zoekt door te stellen dat er niet begrepen wordt wat er met deze woorden bedoeld wordt? […]

En soortgelijke excuses die niet worden gegeven behalve door een djāhil (onwetende) of een munāfiq (een hypocriet). Integendeel, het is verplicht om een ieder die hun situatie kent en die niet meehelpt in het bestrijden van hen, te bestraffen. Want het opstaan tegen hen behoort tot de grootste verplichtingen, want zij verpesten het verstand en de tradities van de mensen, van de Mashāyikh en de ʿUlamāʾ en de Koningen en de Bestuurders, en zij verspreiden onheil in het land en houden de mensen tegen van de Weg van Allaah”[17]

 

Het weerleggen van de Mukhālif is een verdediging van de Islām vanuit twee slagvelden:

 “De eerste: het bestrijden van het externe gevaar, en dit zijn de fanatieke ongelovigen die het licht van de Islām niet kennen, met hetgeen wat zij beramen tegen de Islām en de moslims aan kruistochten waarmee zij met hun strijd de geloofsleer van de moslims en hun normen en waarden, politiek en bestuur willen vernietigen.

De tweede: het bestrijden van de interne weerstand die plaatsvind in de Ummah, van de sektes en groepen die draaien rond de harten van de jongeren van de Ummah… m.a.w. de interne weerstand vermomd in een religieus kleed, welke een grote rol speelt in het versplinteren van het grootste goed: de moslims.

En de bewandelaars van het pad die wandelen onder het licht van het Boek en de Sunnah, de Ṭāʾifah al-Manṣūrah (de gesteunde groep) – hebben een enorm aandeel en bekleedden een geweldige positie in het tegenhouden van de opsplitsing van de moslims, door hen terug te laten keren naar het Boek en de Sunnah. Dit middels het vernietigen van hetgeen waarmee deze sekten der verdeling mee aankomen zetten, aan valse standpunten, en door het te wegen op de weegschaal van de Sharīʿah.”[18]

[…]

Ibn Taymiyyah zei: “Dus het reinigen van de Weg van Allaah en Zijn godsdienst en Zijn Pad en Zijn Wetgeving, en het tegenhouden van hun misdadigheid en hun vijandigheid daarin, is een collectieve verplichting met de consensus van de moslims. En als Allaah niet zulke personen zou inzetten die opstaan met het tegenhouden van hun schadelijkheden dan zou de godsdienst verpest worden. En deze schadelijkheden zijn groter dan de schadelijkheid van overname (van het land) door de oorlogvoerende vijand. Want als zij het land overnemen dan verpesten zij niet de harten en wat er zich erin bevindt aan godsdienst behalve als indirect gevolg. Maar zij (de mensen van innovatie), zij verpesten de harten op een directe manier, en de Profeet zei: “Voorzeker Allah kijkt niet naar jullie uiterlijkheden en naar jullie bezittingen, maar Hij kijkt enkel naar jullie harten en jullie daden”…”[19][…]

Misvatting: Het toepassen van hardheid in het afwijzen van afwijkingen bij de mensen van innovatie betekent niet dat dit loyaliteit inhoudt voor de ongelovigen[20]

 Wie in mijn onderzoek enige hardvochtigheid bespeurt tegen de mukhālif, laat hem niet zomaar oordelen, want het kan mogelijk zo zijn dat hij gaat zeggen: “Hij spreekt over zijn broeders en hij zwijgt over zijn vijanden!

Men dient te weten dat het uitgangspunt bij al-Amr bi l-Maʿrūf wa al-Nahī ʾani l-Munkar (het goede gebieden en het slechte verbieden) mildheid is en zachtmoedigheid, zoals Allaah de Verheven zei:

ٱدْعُ إِلَىٰ سَبِيلِ رَبِّكَ بِٱلْحِكْمَةِ وَٱلْمَوْعِظَةِ ٱلْحَسَنَةِ ۖ وَجَـٰدِلْهُم بِٱلَّتِى هِىَ أَحْسَنُ ۚ  ﴿

إِنَّ رَبَّكَ هُوَ أَعْلَمُ بِمَن ضَلَّ عَن سَبِيلِهِۦ ۖ وَهُوَ أَعْلَمُ بِٱلْمُهْتَدِينَ﴾

“Nodig uit tot de Weg van jouw Heer, met wijsheid en goed onderricht, en wissel met hen van gedachten op de beste wijze”

al-Naḥl 125

En Hij zei tegen Mūsā en Hārūn – vrede en zegeningen zij met hen:

ٱذْهَبَآ إِلَىٰ فِرْعَوْنَ إِنَّهُۥ طَغَىٰ ﴿

﴾ فَقُولَا لَهُۥ قَوْلًا لَّيِّنًا لَّعَلَّهُۥ يَتَذَكَّرُ أَوْ يَخْشَىٰ

“Gaat naar Firʿaun: voorwaar, hij overtrad.

En spreekt mild tot hem, moge hij zich laten vermanen, of er bang van worden”

Ṭāhā 43-44

En het is overgeleverd van ʿĀʾishah echtgenote van de Profeet ﷺ van de Profeet ﷺ dat hij zei: “Voorzeker zachtmoedigheid bevindt zich niet ergens in behalve dat hij het mooie maakt, en het wordt niet ergens uit verwijderd behalve dat dit het lelijker maakt”[21]

Maar, als de munkar (het verwerpelijke) niet veranderd kan worden behalve met een bepaalde vorm van hardheid, dan is het niet erg om dit toe te passen, ook al is het met de moslims. Heb je dan niet gezien hoe Allaah het strijden hierbij toegestaan heeft, en er is boven het strijden geen hogere vorm van hardheid, Hij – verheven boven elke tekortkoming is Hij – zei:

وَإِن طَآئِفَتَانِ مِنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ ٱقْتَتَلُوا فَأَصْلِحُوا بَيْنَهُمَا ۖ فَإِنۢ بَغَتْ إِحْدَىٰهُمَا عَلَى ٱلْأُخْرَىٰ  ﴿

فَقَـٰتِلُوا ٱلَّتِى تَبْغِى حَتَّىٰ تَفِىٓءَ إِلَىٰٓ أَمْرِ ٱللَّهِ  ﴾

“En als twee partijen van gelovigen met elkaar slaags raken, sticht dan vrede tussen hen. Als dan de ene partij de andere onrecht aandoet, bevecht dan degenen die onrecht plegen, tot zij terugkeren naar het bevel van Allaah”

al-Ḥudjurāt 9

En het kan zo zijn dat de gelovige harder is in het afwijzen bij zijn broeder dan tegen zijn vijand, heb je dan niet gezien hoe Mūsā ﷺ mild was tegen Farao, maar hard was tegen zijn broeder Hārūn ﷺ zoals Allah dit verhaalt in Zijn Uitspraak:

﴾ وَأَخَذَ بِرَأْسِ أَخِيهِ يَجُرُّهُۥٓ إِلَيْهِ ﴿

“En hij greep zijn broeder bij zijn hoofd en trok hem naar zich toe”

al-Aʿrāf 150

Is er iemand die het lef heeft om tegen Musa te argumenteren met al-Walāʾ en al-Barāʾ (loyaliteit en distantiëring)? Met de beschuldiging dat hij zijn tong en handen loslaat op zijn broeder, maar lief is met de Tawāghīth?!

Sterker nog, vaak pakte de Profeet ﷺ de geleerden van de Metgezellen harder aan wanneer zij fouten maakten dan anderen. Kijk, als een voorbeeld hiervan, naar hoe hij sprak tegen Muʿādh toen hij het gebed te lang maakte voor de mensen:

“Ben jij een onruststoker yā Muʿādh!?” [22]

 Zet hier tegenover zijn behandeling van de Bedoeïen die urineerde in de Masdjid, zoals is overgeleverd in Ṣaḥīh al-Bukhārī en anderen.[23]

En hij ﷺ zei tegen Usāmah b. Zayd toen hij tijdens de veldslag een mushrik doodde nadat hij de Woorden van al-Tawḥīd had uitgesproken:

O Usāmah! Heb jij hem gedood nadat hij zei ‘Lā ilāha illa Allāh’?!.

Usāmah zei: “en hij bleef het maar herhalen totdat ik wenste dat ik niet tot de Islām was gekomen voor die dag[24]

En Usāmah profiteerde van deze harde aanpak in het adviseren tijdens de dagen van de fitnah, die plaatsvonden na de moord op ʿUthmān – Allah is tevreden over hem – het zorgde ervoor dat hij zich onthield uit vroomheid van het bloedvergiet van de moslims.

Al-Dhahabi – raḥimahullāh – zei: “Usāmah profiteerde van de dag dat de Profeet tegen hem zei: “Hoe kun je dat doen terwijl hij lā ilāha illa Allaah zei yā Usamah?!” Want daarna hij weerhield zijn handen (van het bloedvergieten tijdens fitan), en hij bleef in zijn huis, en hij deed wat het beste was”[25]

 Ik zeg: Allāhu akbar!! Is er een geweldigere opvoeding dan de Profetische opvoeding! En is er een slechtere opvoedingen dan de sektarische opvoeding! Die vanaf dag één het fundament van “het weerleggen van de mukhālif” verboden hebben gemaakt, terwijl hun nakomelingen zich niet onthouden van het bloed van de moslims, zij beschouwen hen als toegestaan slachtvee onder het mom van al-Djihād. En er bestaat geen fitnah behalve dat zij het hebben ontstoken of aanwakkeren.

Dit zijn de vruchten van het paaien van elkaar onder het mom van het focussen op de ongelovigen.

Daarom zei Ibn Taymiyyah: “De gelovige is voor de andere gelovige zoals twee handen, waar de ene de andere wast, en het kan zo zijn dat de viezigheid niet verwijderd kan worden behalve met een vorm van hardvochtigheid, maar dit veroorzaakt de reinheid en de schoonheid…”[26]

Dus deze mildheid die gehanteerd wordt door vele Islamitische groepen bij individuen of groepen behoort tot de zotheid van de ondoordachten (zij die niet nadenken, en handelen zonder kennis) – degenen die veelvuldig de oorzaak zijn voor de provocatie van de vijanden tegen de moslims – en behoort totaal niet tot al-Walāʾ (loyaliteit voor de moslims). Want het zorgt er enkel voor dat zij nog meer verdronken raken in hun dwaling, doordat zij niet beseffen hoe groot de overtreding is (van het afwijken van de Rechte Weg).

Vervolgens is het zo dat de hardheid die soms gebruikt wordt met de moslims, voortkomt uit een ghīrah (eergevoel, jaloezie) voor hen, dat zij niet besmeurd raken met onreinheden (van dwaling), en vanuit een gedrevenheid om de rijen recht te maken en de gaten de dichten zodat er niets vanuit die kant er doorheen komt, dus weet dit. 

En daarom zei de groot geleerde ʿAbd al-ʿAzīz b. Bāz bij het onderwerp “De ontsluierende bewijzen van de fouten van sommige schrijvers”:

“En er is geen twijfel over mogelijk, dat de Volmaakte Islamitische Wetgeving gekomen is met het waarschuwen tegen extremisme in het geloof, en dat het bevolen heeft met het uitnodigen naar de Weg  van de Waarheid met wijsheid en goed onderricht, en het discussiëren op de beste wijze. Maar men dient bij dit niet de kant van strengheid en hardheid in gepaste situaties weg te wuiven, wanneer mildheid en discussiëren op de beste wijze geen profijt brengt, zoals Allaah zei:

 

﴾ يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ جَـٰهِدِ ٱلْكُفَّارَ وَٱلْمُنَـٰفِقِينَ وَٱغْلُظْ عَلَيْهِمْ  ﴿

“O Profeet, bevecht de ongelovigen en de huichelaars en treed hard tegen hen op.”

at-Tawbah 73

[…]

 

En de Verheven zei:

﴾ وَلَا تُجَـٰدِلُوٓا أَهْلَ ٱلْكِتَـٰبِ إِلَّا بِٱلَّتِى هِىَ أَحْسَنُ إِلَّا ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا مِنْهُمْ  ﴿

“En discussieer niet met de Mensen van het Boek behalve op de beste wijze, behalve degenen van hen die onrecht plegen”

al-ʿAnkabūt 46

Dus wanneer het geen profijt brengt (mildheid en zachtheid) en de persoon die dhulm (onrecht) verricht, of kufr (ongeloof), of fisq (zondigheid) blijft volhardend in zijn daden, en hij kijkt niet om naar degene die hem op het hart drukt om ermee te stoppen en hem adviseert. Dan is hetgeen wat verplicht is om hem bij de hand te nemen, en om hem hard aan te pakken, en om hem te geven wat hij verdient aan het toepassen van een Ḥadd bestraffing[27] op hem, of van een Taʿzīr bestraffing[28], of door hem te bedreigen met een consequentie of hem stevig aan te spreken en te benoemen wat hij is door zijn daad (zoals het voorbeeld van Muʿādh), zodat hij stopt en zich houdt aan zijn grenzen, en zodat hij berispt wordt voor zijn valsheid.”[29]

En wat klaarblijkelijk lijkt is dat het gepaai van de verschillende Islamitische groepen bij de Mensen van Innovatie, en het zwijgen over hun fouten, is vanwege het feit dat zij wellicht op hen zullen stemmen. Aangezien zij (de politieke islamitische groepen) de weg naar het terugbrengen van de eer van de moslims hebben beperkt tot de stembussen, en dus weerhouden zij zich van het weerleggen.

Dus, aangezien Allaah het heeft voorgeschreven met Zijn Universele Wil dat er altijd een mukhālif zal zijn – die wordt beoordeeld op zijn Islām – bewandelen wij het Pad van at-Taṣfiyyah (het zuiveren) want Allāh heeft ons verplicht vanuit Zijn Wetgevende Wil om hem te weerleggen, zoals ik heb uitgelegd in deze Aṣl (fundamentele basis).

 


 

[1] Voetnoot vertaler: Een denigrerende term die de Mu’tazilah gaven aan degenen die geen ta’wiel verrichtten bij de Sifaat (eigenschappen) die door de Mu’tazilah verworpen werden. Later namen de fanatieke Ashāʿirah deze term over om Ahl al-Sunnah mee uit te schelden. Zoals hedendaags gedaan wordt in Nederland door de fanatieke Asharis en Maturidis.

[2] Voetnoot vertaler: Nasibis was een term die gebruikt werd door een sekte die haat hadden tegen de Ahl al-Bayt en in het specifiek tegen ‘Alī b. Abī Ṭālib – raḍiya Allāhu ‘anhu – zij waren tegenovergesteld aan de Rawāfiḍ. De Sjiieten begonnen deze term te hanteren tegen Ahl al-Sunnah wa l-Djamāʿah omdat zij Abu Bakr, ʿUthmān en ʿUmar boven ‘Ali plaatsten in belangrijkheid en in khalifaatschap.

[3] Voetnoot vertaler: Deze term die voor het eerst gebruikt werd door de Britten om daarmee de volgers van de gezegende daʿwah van Shaykh Muḥammed b. ʿAbd al-Wahhāb te benoemen, werd later overgenomen door de vijanden van zijn da’wah naar Tawḥīd en de Sunnah. Vele groeperingen en sekten die voorstanders zijn van het aanroepen van heiligen, het bezoeken van hun graven, het offeren bij hun graven, het zoeken van bemiddelingen bij de doden schelden de moslims die tegen dit soort shirkiyyāt zijn uit als Wahhabis.

[4] Voetnoot vertaler: Verwijzend naar Dr. Rabīʿ b. Hādī al-Madkhalī in de meeste gevallen. Dit vanwege het feit dat hij erg prominent was, met name in de jaren 90 en 2000, in het bekritiseren van de verschillende revolutionaire politieke stromingen en groepen. Maar hij was absoluut niet de enige in zijn kritieken, en de meeste inhoud van zijn kritieken over deze groepen werden ook gedeeld door talloze andere geleerden zoals Ibn Bāz, al-ʿUthaymīn, al-Albānī, Ḥammād al-Anṣārī, de Mufti, Bakr Abu Zayd, ʿAbd al-Muhsin al-ʿAbbād, al-Fawzān, en ga maar verder de lijst is te lang om op te noemen.

[5] Voetnoot vertaler: verwijzend naar de groot geleerde Shaykh Muḥammed Amān al-Djāmī, een specialist vooral in het gebied van al-ʿAqīdah, als ook andere Islamitische wetenschappen. Ook deze Shaykh was zeer prominent in het weerleggen van de revolutionaire en politieke stromingen en groepen, die opriepen naar opstanden, ongelegitimeerde djihād, aanslagen, takfir, demonstraties etc.

[6] Voetnoot vertaler: عبد الحق التُّركماني Turkmani op Twitter: “أيها المسلمون! سيخطب فيكم اليوم في: “#مؤتمر الأمة في مواجهة #غلاة_التبديع” #علي_القره_داغي ليحذركم من تبديعه وتجريحه حتَّى وإن رأيتموه بأُمِّ أعينكم يُقبِّل رأس الماركسي اللينيني العلماني: #جلال_طالباني فإن تكلمتم فيه فأنتم تشكلون خطرًا على الأمة أو بتعبير آخر أنتم من: #الجامية! https://t.co/i4BY54FEN5″ / Twitter

[7] Voetnoot vertaler: Zoals onlangs ook beweerd werd door een van de Ikhwāni spreekbuizen in Nederland, die zich profileert als een Imām, en die beweerd dat de Ashāʿirah 99,9% overeenkomen met de ‘Aqīdah van Ahl al-Sunnah………..

[8] Voetnoot vertaler: Bron: “Madārik al-Nadhar fie al-Siyāsah bayna al-Taṭbīqāt al-Sharʿiyyah wa al-Infiʿālāt al-Ḥamāsiyyah” blz,85-90

 

[9] Voetnoot vertaler: Abū ʿAlī al-Ḥasan b. Muḥammed al-Naysabūrī al-Shāfiʿī bekend als al-Daqāq, een oceaan aan kennis over grammatica en taalkunde, Uṣūl al-Fiqh en Taṣawwuf, hij overleed in het jaar 406H/1015. Zie Ṭabaqāt al-Shāfiʿiyyah van al-Isnawī 1/203

[10] Voetnoot vertaler: Terwijl deze personen dit niet toepassen bij Ahl al-Sunnah, dan is het volledig toegestaan om tegen ze te waarschuwen onder spotnamen zoals: Wahhabis, Madkhalis, Jaamis, Extremisten in Tabdie’ en zo verder. Dus Ahl al-Sunnah zijn niet veilig voor hun tongen en worden niet betrokken bij hun zogenaamde eenheid, terwijl de extreme Sufis, en de Breilvis, en de Naqshibandis, en de Ash’aris, en de Maturidis, en de Murji’a, en de Jahmiyyah, veilig zijn voor hun tongen. Sterker nog, men zoekt toenadering tot hen, en doet samen da’wah met hen, en men komt met onzinnige uitspraken zoals: “De Ash’aris komen 99,9% overeen met ons”. wa laa hawla wa laa quwwatah illaa billaah.

[11] Minhādj al-Sunnah 5/253

[12] Madjmūʿ al-Fatāwā 28/235

[13] overgeleverd door al-Bukhārī 5223 en Muslim 2761

[14] Overgeleverd door Abū Dāwud 2/304 en het is authentiek (ṣaḥīh)

[15] Overgeleverd door al-Bukhārī 444,6952

[16] Ṣaḥīh Muslim 2584

[17] Madjmūʿ al-Fatāwā 2/132, (voetnoot vertaler: Shaykh ul-Islām Ibn Taymiyyah zei dit m.b.t. tot de sekte al-Ittiḥādiyyah, die met de bidʿah en kufr kwamen van al-Ittiḥād, de bewering dat de gehele schepping één is met Allaah, waarmee o.a. Ibn ʿArabī mee kwam en soortgenoten. Deze Ibn ‘Arabi wordt hedendaags gepromoot en verdedigt door de extreme soefie Ash’aris en Maturidis, ook in Nederland. Maar deze groepen zijn veilig voor de tongen en pennen van deze twistzieke personen, dit i.t.t. Ahl al-Sunnah, de Salafiyyah, die halal zijn verklaard om aan te vallen en te besmeuren met leugens en verdraaiingen. en Allaah is over alles getuige.

[18] Ingekort van het boek “Ḥukm al-Intimāʾ ilā al-Aḥzāb” blz, 53-54

[19] Madjmūʿ al-Fatāwā 28/232

[20] Voetnoot vertaler: Bron: “Madārik al-Nadhar fie al-Siyāsah bayna al-Taṭbīqāt al-Sharʿiyyah wa al-Infiʿālāt al-Ḥamāsiyyah” blz 96-99

[21] Overgeleverd door Muslim, 2594

[22] Overgeleverd door al-Bukhārī 6106, en Muslim 465

[23] al-Bukhārī 220

[24] Overgeleverd door al-Bukhari 4269, en Muslim 96

[25] al-Siyar, 2/500-501

[26] Madjmūʿ al-Fatāwā 28/53-54

[27] Voetnoot vertaler: Een Ḥadd wordt beschouwt als een recht van Allaah, en daarin is geen idjtihād mogelijk,

nog bemiddeling (om de straf niet uit te voeren bij iemand). Terwijl Taʿzīr toevertrouwt wordt aan de leider, die daarin idjtihād mag verrichten.

[28] Voetnoot vertaler: Taʿzīr wordt omschreven als ‘een bestraffing voor een zonde welke bestraffing verdient en waarbij er geen voorgeschreven bepaling van de straf bestaat’

[29] Madjmūʿ al-Fatāwā wa Maqālāt Mutanawwiʿah van Shaykh ʿAbd al-ʿAzīz b. Bāz 3/202-203

Geef een antwoord

Your email address will not be published.

*