Je mag niet iemand berispen bij kwesties waar een geschil over bestaat!

in Fiqh/Manhaj door
Leestijd: 4 minuten

Het is tegenwoordig een wijdverspreid fenomeen bij vele mensen, wanneer er bij hen iets wordt afgewezen over een kwestie waarvan het bewijs evident is, duidelijk zoals de zon op een klaarlichte dag, dat zij zeggen: “Je mag niet iemand berispen bij kwesties waar een geschil over bestaat!” Klopt dit werkelijk? Dat je bij kwesties van geschil niet mag berispen?

In deze zaak zit een geschil!

Je mag niet iemand berispen bij kwesties waar een geschil over bestaat!

Alle lof zij Allāh de Heer der werelden, Degene die zegt in de Duidelijke Nederzending:

وَأَطِيعُوا اللَّهَ وَرَسُولَهُ إِنْ كُنْتُمْ مُؤْمِنِينَ

“En gehoorzaamt Allāh en Zijn Boodschapper, indien jullie geloven”

al-Anfāl 1

en de Ṣalāh en de Salām zij over degene die gezonden is als een Barmhartigheid voor de Werelden, die zei: “Voorwaar, wat de Boodschapper van Allāh verboden verklaard is zoals wat Allāh verboden heeft verklaard”.[1]

Vervolgens dit:

Voorzeker het fundament waar de achtenswaardige Islamitische wetgeving op gebouwd is, en waar Allāh de moslims mee bevolen heeft om eraan vast te klampen, is het bewijs uit de Qurʾān en de Sunnah. En hetgeen wat verplicht is om bij elk geschil en onenigheid naar terug te keren is het Oordeel van Allāh de Verhevene.

Allāh سبحانه وتعالى zegt:

وَمَا اخْتَلَفْتُمْ فِيهِ مِنْ شَيْءٍ فَحُكْمُهُ إِلَى اللَّهِ

“En waarover jullie het ook oneens zijn, het oordeel erover komt God toe.”

Shūrā 10

En de Boodschapper van Allāh ﷺ zei:

إنِّي أُوتيتُ القُرآنَ ومِثْلَه معه

“Voorwaar, er is aan mij de Qurʾān gegeven en wat eraan gelijk is”[2]

 

Het is tegenwoordig een wijdverspreid fenomeen bij vele mensen, wanneer er bij hen iets wordt afgewezen over een kwestie waarvan het bewijs evident is, duidelijk zoals de zon op een klaarlichte dag, dat zij zeggen: “Je mag niet iemand berispen bij kwesties waar een geschil over bestaat!

Klopt dit werkelijk? Dat je bij kwesties van geschil niet mag berispen?

 Het antwoord is: Ja, “لا إنكارَ في مَسائِلِ الخِلافِ” “Er wordt niet berispt in zaken van geschil

Degenen die de mensen berispen over elke kwestie waarin er een meningsverschil bestaat onder de geleerden en die de mensen tot hun mening willen dwingen, die zijn hierin fout! Maar op welk meningsverschil slaat dit? Geldt dit voor élk meningsverschil?!

Alvorens we hierop antwoord geven moeten we eerst stil staan bij het feit dat al-Khilāf (meningsverschil) tweesoortig is.

– Een Khilāf (meningsverschil) welke geaccepteerd (سائِغٌ) en achtenswaardig (مُعتَبَرٌ) is

Een Khilāf (meningsverschil) welke niet geaccepteerd (سائِغٌ) en achtenswaardig (مُعتَبَرٌ) is.

En beide soorten kent niveaus.

Hetgeen wat behoort tot de kwesties waar geen bewijs voor is uit het Boek en de Sunnah, of de bewijzen vanuit de twee kanten bekeken zijn gelijkwaardig aan elkaar, waarbij twee correcte bewijsvoeringen uit de Sharīʿah even overtuigend zijn. Waar het niet mogelijk is om een van de twee standpunten stellig correct te beschouwen. Dit zijn de kwesties waarbij de Khilāf wordt gezien als een geaccepteerd meningsverschil. Het verdient de voorkeur om dit soort verschillen te kwalificeren als zijnde Masāʾil al-Idjtihādiyyah (kwestie van Idjtihād)  i.p.v. Masāʾil al-Khilāfiyyah (kwesties van geschil), vanwege het onderscheid tussen de twee. En dit is hetgeen waarbij men niet de ander berispt.

al-Shaykh Ibn ʿUthaymīn zei: “Als wij in absolute zin zouden stellen dat er niet berispt mag worden in de Masāʾil al-Khilāfiyyah (kwesties van geschil), dan zou de gehele Godsdienst verloren gaan! Dan worden (enkel) de versoepelingen (door de mensen) gevolgd. Want je vindt haast geen kwestie of er bestaat Khilāf over.[3]

Ibn Taymiyyah heeft het verschil verduidelijkt tussen de kwesties van al-Khilāf en kwesties van al-Idjtihād. Wanneer is berisping daarin toegestaan en wanneer niet.

Hij zei: “Wanneer een uitspraak in tegenstrijd is met een Sunnah, of een eeuwen oude Idjmāʿ (consensus), dan is het verplicht om dit dienovereenkomstig af te wijzen, […] maar betreft de handeling die in indruist tegen een Sunnah of een Idjmāʿ, dan is het ook verplicht om dit af te wijzen, naar gelang de verschillende niveaus van Inkār (afwijzing/berisping) […] Maar als er bij een kwestie geen Sunnah bekend is en geen Idjmāʿ, en al-Idjtihād is daarin geaccepteerd; dán wordt degene die dit verricht niet berispt, of hij nu een Mudjtahid is of een Muqallid.”[4]

Zo zei hij ook over de kwesties van Idjtihād, en niet van al-Khilāf: “Wie in de kwesties van al-Idjtihād handelt volgens de uitspraak van sommige geleerden, hij wordt niet berispt en niet geboycot[5]

Al-ʿIzz ibn ʿAbd al-Salām zei: “De bepalende factor hierin is als het afwijkende standpunt extreem zwak is en verre van correct, in zo een geval wordt er niet naar omgekeken en wordt er geen aandacht aan besteedt. Wanneer het afhankelijk is van een tekst die niet geschikt is als wetmatig bewijs[6]

al-Zarkashī zei: “Al-Khilāf bestond altijd tussen de Selef in al-Furūʿ (aftakkingen), en niemand van hen berispte de andere wanneer hij hierin een mudjtahid was. Maar zij wezen enkel hetgeen af wat indruist tegen een expliciete tekst (uit de openbaring) of een onomstotelijke Idjmāʿ, of een onmiskenbare analogie[7]

[Toevoeging vertaler] Tot slot, zelfs als het gaat om zaken van Idjtihād, dan is het niet zo dat men totaal niet de ander mag aanspreken hierop. Zo zegt Ibn Taymiyyah hierover:

En daarom zeggen de geleerden, die geschreven hebben over al-Amr bi al-Maʿrūf wa an-Nahī ʿani al-Munkar (het gebieden van het goede en het verbieden van het slechte), van de Shāfiʿiyyah en anderen dan hen: In dit soort Masāʾil al-Idjtihādiyyah dient men niet af te wijzen met de hand, en niemand dient de mensen te verplichten om hem hierin te volgen. Maar er wordt wel over gesproken met wetenschappelijke bewijsvoeringen, als dan de correctheid voor iemand duidelijk wordt van een van de twee uitspraken dan dient hij dit te volgen. En wie blind de uitspraak van de anderen volgt, dan wordt hij hierom niet berispt.”[8]

📚 Bron: al-Masʾalah hā khilāf 2/2, Shaykh ‘Alawi as-Saqqaf, – dorar.net

🖊 Vertaling: Abu Hudayfa Musa ibn Yusuf al-Indonesi


[1] Overgeleverd door al-Tirmidhī (2664), en Ibn Mādjah 12

[2] Overgeleverd door Aḥmad (17174), en de oorsprong is terug te vinden in de Sunan, bij Abū Dāwud (4604), al-Tirmidhī (2664), en Ibn Mādjah (12)

[3] Liqāʾ al-Bāb al-Maftūḥ, 49/192

[4] Fatāwā al-Kubrā 6/96

[5] Madjmūʿ al-Fatāwā 20/207

[6] Qawāʿid al-Aḥkām fī Maṣāliḥ al-Anām (1/253)  

[7] al-Manthūr fī al-Qawāʿid al-Fiqhiyyah, 2/140

[8] Madjmūʿ al-Fatāwā 30/80

Geef een antwoord

Your email address will not be published.

*