Wie is Salman Rushdie en wat beweert hij?

in Nieuws door
Leestijd: 4 minuten

Salman Rushdi is een schrijver geboren in het toenmalige Brits Indië in 1947 in Bombay. Zijn familie was van Kashmiri origine. Salman’s schrijfwerken beslaan hoofdzakelijk drie dominante onderwerpen Magisch Realisme, satire en post-kolonialisme.

Zijn schrijfwerk “The Satanic verses”, welke geclassificeerd kan worden onder het Magisch Realisme genre en satire, heeft veel stof doen opwaaien vanwege de indirecte, maar vrij overduidelijke, verwijzingen naar de Islaam en haar leringen en de persoonlijkheid en biografie van de Profeet Muhammed ﷺ. Dit alles op een spottende en denigrerende wijze, voorbeelden zijn het gebruiken van de benaming ‘Mahound’, een denigrerende benaming voor Mohammed gebruikt in christelijke literatuur uit de Middeleeuwen. Het vernoemen van 12 prostituees in het boek, welke de echtgenotes zijn van Mahound, met de benamingen van de vrouwen van de Profeet Mohammed ﷺ. En zo zijn er nog talloze andere indirecte verwijzingen naar Islamitische leerstellingen, en personages welke Rushdie in zijn schrijfwerk laat voorkomen.

Rushdie laat overduidelijk controversiële gebeurtenissen uit de Islamitische geschiedenis de revue passeren in zijn werk. Een controversiële gebeurtenis die er uitgelicht kan worden en een rode draad vormt in zijn werk is wat hij de Duivelsverzen genoemd heeft. Het verwijst naar een verhaal, in de Islamitische bronnen beter bekend als “Qiṣṣah al-Ġarānīq” (het verhaal van de kraanvogels), waarin er een bijzondere gebeurtenis vermeld wordt over een moment waarin de Profeet Mohammed ﷺ openbaring ontvangt en de Shaytaan tracht om de openbaring op dat moment te beïnvloeden.

De benaming ‘Duivelsverzen’ heeft ook geen oorsprong in de Islaam, en de geleerden die deze issue hebben behandeld hebben het ook nooit zo genoemd, het is vooral een term wat door orientalisten wordt gehanteerd. Rushdi kwam dus met niets nieuws, en het zou beter zijn geweest als er totaal geen aandacht aan hem was gegeven, nu heeft alle aandacht geleidt tot internationale bekendheid van een kwestie die binnen de Islamitische traditie allang een plek had gekregen en uitvoerig is behandeld.

In het kort kan ik erover zeggen dat het verhaal geen theologische implicaties heeft, d.w.z. het verzwakt op geen enkele wijze de status van de Islaam en de Profeet ﷺ. De geleerden van de Islaam, en zelfs ook de orientalisten zelf, verschillen over de authenticiteit van het verhaal. Al-Tabari heeft het opgenomen in zijn tafsier en behandeld de verschillende ketens en beschouwt het als authentiek maar ziet verder geen noemenswaardige theologische implicaties in het verhaal die een probleem zouden moeten vormen. Ibn Khuzaymah, tijdsgenoot van al-Tabari, doet het verhaal af als een “verzinsel van de zanaadiqah (ketters)

De meeste geleerden, en met name degenen die na al-Tabari kwamen als ook de hedendaagse geleerden, onderschrijven de mening dat het verhaal zwak is, of zelfs verzonnen.

Als we meegaan met de opinie dat het verhaal authentiek is dan vormt dit alsnog geen probleem, orientalisten proberen aan het gebeuren theologische implicaties te verbinden namelijk dat de Quraan overdracht blijkbaar dus gemanipuleerd kon worden door de Duivel en men dus niet kan weten of dit niet al vaker is gebeurd. Deze bewering wordt door de Quraan zelf ontkracht in het vers en het feit dat de Duivel dit soort zaken probeert wordt door de Quraan bevestigd :

“En Wij hebben geen enkele Boodschapper of Profeet voor jou gestuurd zonder dat, wanneer hij (de Koran) voordroeg, de Satan iets in zijn voorlezing wierp, maar Allaah heft wat de Satan erin wierp op. Vervolgens bevestigd Allaah Zijn Verzen. En Allaah is Alwetend, Alwijs”

22-52

De Quran zelf bevestigd dus dat dit een normale en bekende zaak is en dat alle profeten hetzelfde meegemaakt hebben en dat het behoort tot de listen van de Duivel.

Zo zijn er nog talloze andere theologische argumenten die aangehaald zouden kunnen worden buiten dit duidelijke vers maar daar is in deze reflectie geen ruimte voor.

Tot slot is er nog een logisch argument naast het theologische argument, namelijk dat het vers wat door de Duivel in de recitatie is geworpen geheel niet past in de constructie van de Surah, en derhalve de constructie van de Surah zelf verwerpt het hele verhaal en toont de zwakte ervan aan. Dit is onder andere aangetoond door Mohammed Haykel in zijn biografie van de Profeet ﷺ

Allaah zegt dat (interpretatie van de betekenis) :

19 “Zien jullie dan al-Laat en al-‘ Oezza”

20 “En al-Manaat, de andere, de derde”

Vervolgens zou er gereciteerd zijn : “Dit zijn de verheven kraanvogels, op hun voorspraak kan worden gehoopt.” Hoe is het dan mogelijk dat Allaah meteen daarna weer zegt :

21 “Zijn voor jullie de mannen en voor Hem de vrouwen?”

22 “Dat zou een oneerlijke verdeling zijn.”

23 “Het zijn alleen maar namen die jullie hebben verzonnen, jullie en jullie vaderen. Allaah heeft daarover geen bewijs neergezonden. Zij volgen niets dan vermoedens en wat de zielen begeren. Voorzeker, er is tot hen van hun Heer de Leiding gekomen”

Prijzen en hevig bekritiseren tegelijkertijd?? Shaykh Mohammed Abduh, en anderen voor hem en na hem, geeft aan dat de term “al-Ġarānīq” hoogst ongebruikelijk was, en dat geen van de arabieren ooit hun goden beschreven met deze term, niet in hun poëzie noch in hun dagelijkse taalgebruik.

Tot slot wijkt het af van de kern en rode lijn van de boodschap van Mohammed ﷺ sinds het begin van zijn uitnodiging en tot zijn laatste adem, waarin het afwijzen van ash-Shirk, en van afgoden duidelijk en sterk naar voren komt.

Wa Allaahoe Ta’ aala A’ lam

Abu Hudayfa Musa ibn Yusuf al-Indonesi (geschreven in 2019)

Geef een antwoord

Your email address will not be published.

*