Sh. Aboe l-Barakaat | Geschiedenis ontstaan van al-Bid’ah. Vertaalde samenvatting

in Aqidah - Geloofsleer/Geschiedenis/Salafisme door
Leestijd: 11 minuten

Als we de geschiedenis van het ontstaan van al bidʿah gedetailleerd uiteen moeten zetten dan vereist dit, zonder te overdrijven, meerdere zittingen verspreidt over maanden. Dus wat we gaan doen is een zeer korte samenvatting neerzetten.

Samenvatting lezing Shaykh Aboe l-Barakaat 09-12-2022 – De ontstaansgeschiedenis van al-Bidʿah

Als we de geschiedenis van het ontstaan van al bidʿah gedetailleerd uiteen moeten zetten dan vereist dit, zonder te overdrijven, meerdere zittingen verspreidt over maanden. Dus wat we gaan doen is een zeer korte samenvatting neerzetten.

Als we kijken naar de bekende ḥadīth over de beste generatie waarin de Profeet ﷺ zei:

De beste generatie is mijn generatie, dan degenen na hen en dan degenen na hen

De overleveraar twijfelde of de Profeet ﷺ nog een (vierde) generatie daarna noemde. Hier komt ook het meningsverschil vandaan tussen de geleerden of er drie of vier generaties de beste generaties waren die geprezen zijn door de Profeet ﷺ

Een tweede verschil die bestaat bij de geleerden is hoe lang precies een eeuw is, sommigen zeggen 80 en anderen 100

Een derde verschil die bestaat is vanaf wanneer begint een eeuw?

Door deze (kleine) verschillen hebben de geleerden ook verschil in de exacte afbakening van de beste eeuwen en wie bijvoorbeeld de laatste geleerde is van de beste drie of vier generaties.

Als we spreken over de term ‘al-Selef’dan kan dit bekeken worden vanuit tijdsperiode en vanuit individuen. Wat betreft individuen (die zich op de ‘ʿAqīdah van de Selef bevinden) dan blijven zij bestaan in elke periode tot (dicht) aan de komst van het Uur, zoals bewezen wordt door de bekende ḥadīth:

Een groep van mijn Ummah zal nooit ophouden te bestaan, duidelijk op de waarheid, zij worden niet gedeerd door degenen die hen verraden, totdat de beslissing van Allāh komt, terwijl zij zo (onveranderd) zijn (gebleven).”[1]

Als t gaat om ‘al-Selef’ qua tijdsperiode dan is dit afhankelijk van de opinie die men volgt betreffende de bovenstaande verschillen.

Wanneer begon bid’ah te ontstaan?

Het begon al in de tijd van de selef te ontstaan. De moederinnovaties begonnen daar te ontstaan en deze zijn vier.

In de tijd van de Selef waren de mensen gewoon om zaken te vragen die baat hadden voor hen. Die te maken hadden met de aanbiddingen. Daarna, in het prille begin, begonnen sommigen vragen te stellen over al-Qadr, dit was het begin van al-Qadariyyah. De Khawāridj begonnen op te komen in de tijd van ʿUthmān.

Maar de innovaties die ontstonden waren niet sterk of dominant verspreid, het was beperkt tot individuen en groepjes.

Daarna kwam de Khilāfah van ‘Ali. Hij vertrok van Medīnah naar al-Kūfah (in Irak). Daar waren er meerdere fitan, er ontstond daar ook onenigheid tussen Ahl al Sunnah, de Ṣaḥābah. Ahl al Bidʿah mengden zich in deze groepen om meer fitan te maken. De Khawāridj dwongen takfīr op, zij deden Takfīr op ‘Ali en zij splitsten zich af van de gemeenschap en begonnen zich als aparte groep te vestigen in Ḥarūrah.

De allereerste bidʿah die zich manifesteerde was de bidʿah van de Khawāridj. De bidʿah die daarna ontstond was die van de Shīʿah. Dit was in de periode van de grote Ṣaḥābah. Dus deze twee innovaties ontstonden in de periode van de Khulafāʾ al-Rāshidūn

De twee volgende innovaties ontstonden in de periode vanaf ʿAbdullāh ibn Zubayr I tot ʿAbd al-Malik ibn Marwān, dit was de bidʿah van al-Irdjāʾ en al-Qadr

Over al-Qadr was er een persoon in Damascus die als (een van de) eersten hierover begon te spreken. Hij sprak over zaken waar niemand ooit over gesproken had m.b.t. de daden van de dienaren.  Dit nieuws bereikte Abdullah ibn Umar die in Medīnah was. Hij weerlegde deze innovatie met de ḥadīth van Djibrīl en dat men dient te geloven in al-Qadr het goede en het slechte ervan. Hij zei “lever dit over aan die personen in Damascus en als zij dit niet accepteren vertel hen dan dat wij vrij van hen zijn en zij van ons[2]

De andere bidʿah was al-Irdjāʾ maar het was toen nog niet in de (verder ontwikkelde) vorm van Kalām. Het was een lichte vorm van al-Irdjāʾ. De zwaardere vorm van al-Irdjāʾ kwam op in al Kūfah bij sommige Fuqahā daar. Dit was al-Irdjāʾ waarbij men daden buiten al-Īmān plaatst. Dit was in de eind periode van ʿAbd al-Malik ongeveer 117H

Vier moedergroepen van al-Bid’ah

Dus in deze periode waren er vier duidelijke groepen van Bidʿah, (1) Khawāridj, (2) Shīʿah, (3) Qadariyyah, (4) Murdjiʾah.

Als t gaat om al-Taṣawwuf dan ontstond dit in Kūfah en in Baṣrah. Zoals al-Ḥulūliyyah en Ittiḥādiyyah. De meeste sekten zijn in de omgeving van Iraq ontstaan. Na de dood van Ḥasan al-Baṣrī en na de val de Omajjaden.

(Profijt) De 72 sektes zijn deze volbracht? Of is de ḥadīth niet bedoeld als exacte begrenzing? (de geleerden verschillen hierover, of het precies 72 sekten moet zijn of dat de hadieth nooit bedoeld is als een exacte afbakening met 72) Maar hoe dan ook is het zo dat de talloze nieuwe sektes allemaal onder moedersektes geschaard kunnen worden. Als je gaat kijken naar deze sekten en naar hun geestelijke leiders/oprichters dan zul je zien waar zijn hun uitspraken vandaan hebben, en dat deze uiteindelijk gewoon genomen zijn van de moedersekten.

Belangrijke hoofdpersonen van al-Bid’ah

Ik zal nu wat belangrijke namen noemen van personen en we gaan kijken waar zij hun uitspraken vandaan hebben.

Zoals eerder gezegd werden na de val van de Omajjaden Khilāfah de innovaties dominanter en sterker, zo hebben we personen zoals Wāṣil ibn al-ʿAtāʾ[3]  en Djaʿd ibn Dirham[4] Voor deze personen werd er niet gesproken over Allaah en Zijn eigenschappen. De vier eerder genoemde sekten deden dit niet.

Uit deze twee personen ontstonden de Muʿtazilah en de Djahmiyyah.

Muqātil ibn Sulaymān aan hem werd al-tadjsīm toegeschreven maar hij is hier vrij van. Imam al-Shāfiʿī zij in Fiqh zijn de mensen afhankelijk van Abu Ḥanīfah en in Tafsīr van Muqātil. Toen de dawlah ʿAbbāsiyyah kwam begonnen deze geschillen over de eigenschappen van Allaah verder uit te dijen. Talloze mensen werden beïnvloed hiermee alsook de khulafāʾ en sommige intelligente geleerden en Fuqahā.  

Abu Hudhayl al-ʿAllaaf (235H) was een grote geleerde van de Muʿtazilah maar hij werd beïnvloed door filosofen. Hij was enorm sterk in debatten waardoor sommige khulafāʾ hierdoor onder de indruk raakten van hem. De Abbasiden hielden van deze intellectuele debatten, en ze hielden van de kennis van de Griekse en Indiase filosofen. Totdat zij zelfs een speciaal gebouw lieten bouwen waarin men deze kennis verzamelde, en waarin men debatten organiseerden, dit werd wereldwijd bekend als Bayt al Ḥikmah.

Je had ook de grote filosoof al-Kindi. Hij was de mushrif over het vertalen van de filosofische boeken en in die periode werden er talloze boeken van filosofie vertaald[5]. Dit werkte als een katalysator effect voor het verspreiden van deze innovaties.

In de tijd van Hārūn b. Rashid sprak men over de Kalām van Allaah, een belangrijk figuur hierin was Bishr al-Marīsī. De bidʿah van ḥudūth al-adjsām[6] werd ook in deze tijd besproken. De Imāms van Ahl al Sunnah spraken zich hier tegen uit zoals o.a. al Bukhārī en Abu Isḥāq ibn Rahuya.

Ibn Kullaab innoveerde o.a. de bidʿah over de Kalām van Allaah, dat Zijn Kalām, Kalām nafsi is (innerlijke spraak, niet hoorbaar en het bestaat niet uit letters) en dit verspreidde zich vervolgens via de Ashāʿirah.

Imām Ahmed verschilde sterk met Ibn Kullāb en bekritiseerde hem. Het verschil tussen Imām Ahmed en Ibn Kullāb was totaal niet van dezelfde orde als die tussen al-Bukhārī en ibn Abi Du’aad.

Waar waren Ahl al-Sunnah?

Waar waren Ahl al Sunnah in deze hele periode? Waren zij er niet terwijl er zeventig innovaties waren?? (Want sommige beweren dat Ahl al Sunnah niet bestonden en dat de Aqīdah van Ahl al Sunnah niet bestaat) In het jaar 130H al had je een geleerde die zijn werk de titel gaf “Ahl al Sunnah wa l Djamaa’ah” zoals Abu Abdillaah al-Waaqidi. De Imāms van Ahl al Sunnah hebben de Khawāridj weerlegt, de Murjiʾah, Qadariyyah en de andere sekten. Imāms van de Sunnah zoals o.a. Ibn Abī Ḥātim, Ibn Abī ʿĀṣim, Imām Aḥmed, ʿAbdullāh ibn al-Imām Aḥmed, al-Ḥumayd etc. etc. Dus deze term bestond al eeuwen op de tong van de Salaf, vanaf de Ṣaḥābah zelfs al. Zelfs Abu l Ḥasan al-Ashʿarī sprak met deze termen in zijn werken door te zeggen “En het standpunt van Ahl al-Sunnah is…” Dus hoe kan er gezegd worden dat zij niet bestonden terwijl al die andere groepen wel bestonden?? Zij schamen zich niet om dit te zeggen zelfs tegenover de mensen!! In deze inleiding hebben we de duidelijke verschillen gezien tussen Ahl al-‘Bidʿah en Ahl al-Sunnah. De grote Imām van de Salaf ʿUthmān Ibn Saʿīd al-Dārimī weerlegde de Djahmiyyah al in 280H. Hij weerlegde de grote Djahmi Imām Bishr al-Marīsī. Wanneer werd Abu l-Ḥasan al-Ashʿarī geboren? 260H! Dus Ibn Saʿīd al-Dārimī weerlegde de Djahmiyyah terwijl Aboe l-Ḥasan in die tijd nog verdronken was in Iʿtizāl. (Want Aboe l-Ḥasan was veertig jaar lang Muʿtazilī)[7]

Einde samenvatting

Aboe Hudayfa Musa ibn Yusuf al-Indonesi


[1] Ḥadīth ṣaḥīh, overgeleverd door Muslim (1920), en de bewoording is van hem. At-Tirmidhī (2229), Ibn Mādjah (10), en Aḥmad in zijn Musnad (5/278, 279). Allen via de weg van Thawbān en in het hoofdstuk van al-Mughīrah b. Shuʿbah in al-Bukhārī (3640), en Muslim (1921), en van Muʿāwiyah is het overgeleverd door al-Bukhārī (3461), en Muslim (1-37), en van Djābir b. ʿAbdullāh in Muslim (1923), en van Djābir b. Samurah in Muslim (174).

[2] Zijn vader ‘Umar b. al-Khaṭṭāb I weerlegde ook de Qadariyyah: Zie hier: https://www.sahieh.nl/2022/02/10/de-risalah-van-amir-al-mu%ca%beminin-%ca%bfumar-b-al-kha%e1%b9%ad%e1%b9%adab-in-het-bevestigen-van-al-qadr/

[3] De Muʿtazilah zijn de volgelingen van deze Wāṣil ibn ʿAtāʾ en ‘Amroe ibn ‘Oebayd, degenen die de Namen van Allaah bevestigden, en de Eigenschappen ontkennen. En zij zeggen; “De dienaar schept zelf zijn eigen daden…” Kitāb al-Sharḥ wal-Ibānah ‘alâ Uṣūl al-Sunnati wa al-Diyānah van Ibn Battah. Zij zijn een van de sektes in oppositie met Ahl al-Sunnah wal-Djamāʿah, en aan het hoofd van deze sekte staat Wāṣil ibn ʿAtāʾ al-Ghazāl, hij was een student in de kenniskringen van al-Ḥasan al-Baṣrī, vervolgens opperde hij de uitspraak van ‘al-Manzilah bayna al-Manzilatayn’ (de positie tussen de twee posities), dat de grote zondaar niet een muʾmin (gelovige) is en niet een kāfir (ongelovige) maar hij bevindt zich in een positie tussen de twee. En ‘Amroe ibn ‘Oebayd sloot zich bij hem aan en vervolgens trokken zij zich terug (I’tazala) uit de kenniskringen van al-Ḥasan al-Baṣrī, en daarom worden zij al-Muʿtazilah (de terugtrekkers) genoemd. En zij worden ook betiteld met al-Qadariyyah, door dat zij de handelingen van de dienaren toeschrijven aan hen (m.a.w. dat zij hun eigen daden scheppen) en al-Qadr (de Voorbeschikking van Allaah) erin ontkennen. Bron: Sharh al-‘Aqīdah al-Wāsiṭiyyah, Shaykh Ṣāliḥ aal-ash-Shaykh. En deze vijf fundamenten van de Muʿtazilah houden het volgende in: 1- al-Tawḥīd; en zij bedoelen hiermee het ontkennen van de Sifaat, en zij zien degenen die de Sifaat bevestigd als een mushrik (polytheist). 2- al-‘Adl (rechtvaardigheid); en zij bedoelen hiermee het ontkennen van al-Qadr (de Voorbeschikking van Allaah), want zij zeggen: “Het bevestigen van al-Qadr is onrechtvaardig en onrecht, en al-‘Adl (rechtvaardigheid) is verplicht voor Allaah’ . 3- al-Amr bil-Ma’roef wa al-Nahi ‘an il-Moenkar (het goede gebieden en het slechte verbieden); en zij bedoelen hiermee het in opstand komen tegen de leiders van de moslims, wanneer zij zonden hebben die geen kufr (ongeloof) inhouden. En hierin gelijken zij op de Khawāridj. 4- al-Manzilah bayna al-manzilatayn (de positie tussen de twee posities): En dit is hun oordeel over de pleger van grote zonden dat hij uit de Islām is getreden, maar niet in al-kufr is getreden. 5- Infaadh al-Wa’ied (het realiseren van de bedreiging (met het hellevuur), en hiermee bedoelen zij, dat degene die sterft op zonden minder dan al-Shirk, dan verblijft hij voor eeuwig en altijd in het Vuur, dus zij komen overeen met al-Khawāridj als het gaat om de eindbestemming in het Hiernamaals, en zij verschillen met al-Khawāridj dat hij zich begeeft (in het wereldse leven) in een positie tussen de twee posities in.”

[4] Djahmiyyah: al-Shaykh ‘Abd al-‘Aziz al-Rādjiḥī zegt in zijn uitleg van Kitāb al-Sharḥ wal-Ibānah ‘alaa Oesoeli is-Soennati wa al-Diyānah van Ibn Battah: “de Djahmiyyah, zij zijn de volgelingen van Djahm ibn Ṣafwān, die tevoorschijn kwam in het begin van de tweede eeuw (hidjri), en al-Djahm studeerde bij al-Djaʿd ibn Dirham, en hij is de eerste die de innovatie in de Islām bracht van het ontkennen van de Sifaat, en dat was in het begin van de 2e eeuw. En hij was de tutor (moe’addib) van Marwān al-Himaar, de laatste khalief van de Banī Umayyah, en hij ontkende enkel twee eigenschappen. Hij ontkende dat Allaah Ibrāhīm als Zijn Khalīl (beste vriend) had genomen, en dat Allaah direct met Musa had gesproken, maar deze twee eigenschappen refereren terug naar alle Sifaat, want wanneer men al-Khillah (vriendschap) en al-Maḥabbah (het liefhebben) ontkent, dan snijdt men de relatie tussen Allaah en Zijn Schepping af. En toen hij ook de al-Takliem (het spreken) ging ontkennen “en Allaah sprak tot Musa direct” (al-Nisaa 164), ontkende hij (hierdoor) Kalaamullaah (de Spraak van Allaah), en ontkende hij al-Nubuwwah (het Profeetschap), en al-Risālah (de Boodschap). En daarom doodde Khalid ibn Abdullah al-Qusarie, de Amier van al-Mashriq en Irak, hem in Wāṣiṭ, aan de hand van een fatwa van de geleerden uit zijn tijd, en zij waren van de taabi’ien (studenten van de Ṣaḥābah). Dus hij bracht hem (Dja’d ibn Dirham) geboeid en vastgebonden, en hij bad voor de mensen al-Djumuʿah op de dag van al-‘Ied, en hij bracht hem onder de preekstoel. Vervolgens preekte hij, en bij het einde van zijn preek na het gebed zei hij; ‘Verricht jullie offer, moge Allaah jullie offer accepteren, voorwaar ik offer Dja’d ibn Dirham, want hij beweert dat Allaah Ibraahiem niet tot Zijn Khaliel heeft genomen, en dat Hij niet direct tot Musa heeft gesproken’ , vervolgens daalde hij (van de preekstoel) naar beneden, en pakte hij een mes en slachtte hij hem zoals de slachting van een schaap, en de mensen keken, vervolgens dankte hij de geleerden, en prees hij hen…”.

[5] Ook wel bekend als de Harakah al-Tardjamah (De Vertaaltrend) een katalysator voor de Hellenistische invloeden Er ontstond hierdoor een kruisbestuiving aan ideeën welke invloed begon te hebben op de Islamitische ‘Aqīdah. Ondanks dat er meerdere oorzaken zijn voor de beïnvloeding van de Islamitische theologie, is er één ontwikkeling geweest in die periode die de beïnvloeding van het Hellenisme in een sneltreinvaart zette. Dit was toen er vanuit de Islamitische staat grootschalig ingezet werd op het verzamelen van Griekse teksten om deze vervolgens te vertalen naar het Arabisch. Dit begon al mondjesmaat bij de Umajjaden (El-Ghasni, 2012, pp. 49-50) maar kwam pas echt tot bloei bij de Abbasiden die de macht van de Umajjaden overnamen met geweld. Een van de redenen die aangedragen werd door de Abbasiden als kritiek op de voormalige Umajjaadse machthebbers was dat zij etnocentrisch waren en enkel zich focusten op Arabische dominantie in een multietnisch rijk. Mede vanuit deze denkgeest waren de Abbasiden actief in het zich openstellen voor 1 Theologie is namelijk niet hetzelfde als ‘Aqîdah (geloofsovertuiging), theologie is gestoeld op logische redeneringen waarmee het bestaan van God bewezen tracht te worden en waarmee religieuze overtuigingen bewezen en verdedigd worden aan de hand van logische stelregels en gebruik van dialectiek. In die zin staat de theologie ten dienste van de ‘Aqidah. 2 Dit fenomeen wordt in de antropologie ‘bricolage’ genoemd, als er een externe cultuur/religie verschijnt in een gebied waar al reeds een bestaande cultuur/religie heerst. Wat er dan ontstaat is dat mensen een eigen hybride cultuur/religie gaan vormen en in elkaar “knutselen”. Deze bricolage wanneer het religieuze overtuigingen en/of handelingen omvat dan wordt dit door de traditionalisten als bid’ah beschouwd. andere etniciteiten binnen het rijk inclusief hun religieuze en culturele bagage. De piek van deze nieuwe grondhouding kwam symbolisch tot uiting in de oprichting van ‘Bayt al-Hikmah’ (Huis van de Wijsheid) in Baghdad door de Abbasidische kalief al-Ma`mûn (813-833). Het was voornamelijk in deze periode waar de eerste zogezegde “islamitische” Kalâm school begon te ontstaan bekend onder de naam al-Mu’tazilah. zie blz 5 van dit document over de geschiedenis van het ontstaan van ‘Ilm al-Kalaam: https://www.sahieh.nl/wp-content/uploads/2019/11/ilm-al-kalaam-site-versie.pdf

[6] Huduth al-Adjsaam of Tasalsul al-Ḥawādith, volgens de Filosofen waren oneindige opvolgende gebeurtenissen (aḥdāth) filosofisch onmogelijk, dit staat bekend als het Kosmologische argument. Op basis van dit argument (en dus niet op de Qurʾān en de Sunnah) bouwden zij het bewijs dat het universum wel een begin moet hebben. En dit begin moest iets zijn wat zelf geen oorzaak had. En deze ‘onveroorzaakte veroorzaker‘ moest dus wel de volgende eigenschappen bezitten, de eerste Oorzaak moest:

1- Onveranderlijk zijn

2- Buiten tijd en plaats zijn

3- Immaterieel zijn

Deze van oorsprong Griekse concepten werden vertaald naar Arabische termen, die vreemd waren aan het Qurānische woordgebruik, en die nooit werden gebruikt door de beste articulators van Allaah, namelijk ZIJN Boodschappers- vrede en zegeningen zij met hen allen.

Dus deze concepten van de neo-platonische beschrijving van God als ‘eerste veroorzaker’ werden gearabiseerd, en men kwam met een Apofatische theologie, ook wel negatieve theologie genoemd, waarbij God “beschreven” wordt met enkel ontkennende beschrijvingen, dus “beschrijvingen” van wat God vooral niet is. Dus God was:

1- Niet onderheving aan hawâdith (gebeurtenissen)

2- Niet in een ruimtelijke plaats (tahayyuz)

3- Niet een Jism (lichaam)

4- Niet een Jawhar

5- Niet een ‘Aradh

Deze ‘Apofatische theologie’ is karakteristiek voor de filosofen. Maar niet karakteristiek voor de Boodschappers van Allaah. Wie het Qurānische taalgebruik naloopt, zal zien dat het hoofdzakelijk geen negatieve theologie is, maar eerder een bevestigende ‘positieve theologie’. De Qurânische stijl is specifiek bevestigen en algemeen ontkennen. De Filosofische stijl is specifiek ontkennen en algemeen bevestigen. Lang verhaal kort, de Falâsifah gooiden dit principe terug in het gezicht van de Mutakallimin. En zeiden: “Als jullie hiermee willen bewijzen dat de Kosmos een begin had, en dat deze is veroorzaakt door een ‘eerste veroorzaker’ die (1) niet onderhevig aan hawâdith (2) niet een ruimtelijke plaats bezet (tahayyuz) (3) Niet een jism is. Dan zien wij deze ‘Eerste Veroorzaker’ niet beschreven worden in jullie Qur`ân? Want jullie ‘Allâh’ wordt beschreven met dat Hij: spreekt tegen Musa, dat hij Ibrahim nam als khalil, dat Hij nederdaalt, dat Hij komt met de Engelen op het Dag des Oordeels, dat Hij Zich verheven heeft boven de Troon, etc etc etc” En dit zijn beschrijvingen die (volgens hun neo-platonisch denkbeeld) duiden op:

– Hawâdith

– Tahayyuz

– Djihah (richting)

– Tadjsim

 Enzoverder. En hiermee werden de Djahmiyyah verplicht om de ḍḥāhir (klaarblijkelijke) betekenissen van de Qurānische Woorden te ontkennen.

[7] Zie ‘Aboe l-Hasan al-Ash’arie stierf hij op een andere geloofsovertuiging nadat hij afstand nam van de Mu’tazilah? https://www.sahieh.nl/wp-content/uploads/2022/12/sunni-instituut-asharie-1.pdf

Geef een antwoord

Your email address will not be published.

*