Kinderfilosofie voor islamitische ouders!? Reactie op een artikel uit de Trouw

in Actualiteiten/Aqidah - Geloofsleer door
Leestijd: 6 minuten

Er zijn twee groepen in de moslimgemeenschap die onze bescherming verdienen, vanwege hun zwakte om gemakkelijk gekwetst of beinvloed te worden, en dit zijn de vrouwen en de kinderen. Daarom heeft Allaah de mannen tot hoeders gemaakt over deze twee groepen.

Vrouwen en kinderen mikpunt

Het hoeden van deze twee groepen is dus de verantwoordelijkheid van de moslimman, en de laatste tijd gaat het ernstig mis met deze beschermende taak en verantwoordelijkheid die wij hebben gekregen van Allaah. Dit zien wij op het gebied van feminisme, en hoe vele moslimvrouwen en meisjes zich gedragen in de publieke sfeer. Zo ook zien wij dit op gebied van de opvoeding van de kinderen, die flink tekort schiet op vele vlakken, en met name op het vlak van Islamitisch onderwijs. Dit alles resulteert erin dat talloze kinderen opgroeien zonder een sterke Islamitische basis, waardoor de dochters en de zonen van de moslims enorm vatbaar zijn voor beinvloeding van onislamitische denkwijzen zoals feminisme, atheisme, liberalisme, etc.

Vanwege de zwakte van deze twee groepen zien we daarom altijd dat de vijanden van de Islaam zich hebben gemunt op deze twee groepen. Zo wil men de vrouw beinvloeden, uit de huizen trekken, uit haar traditionele moederrol halen, en bij de kinderen willen ze via onderwijs en mediabeinvloeding het zaadje van ongeloof zo vroeg mogelijk planten.

De interne vijand vs de externe vijand

Alhamdulillaah zijn veel moslims – al zijn ze laks – zich hiervan bewust, maar ondanks deze bewustwording leggen wij moslims vaak de grootste focus op de externe vijanden van de Islaam, toch is de interne vijand vele malen erger. Want de interne vijand die lijkt op ons, spreekt als ons, kleedt zich als ons, en komt in onze moskeeen.

Een van deze interne gevaren voor de Islaam zijn de munafiqin en de innoveerders, en deze zijn er in niveau’s. Maar de hoogste niveau van deze innoveerders zijn de filosofen, die zich toeschrijven aan de Islaam maar in werkelijkheid ongeloof en ketterij verspreiden onder de moslims, net zoals de filosofen van vroeger dit deden zoals Ibn Sina, al-Farabi, Ibn ‘Arabi en anderen.

In elke tijd en plaats heb je mensen die dit soort filosofieen in leven willen houden onder de moslims, die nieuw leven willen inblazen in de ketterse geloofsovertuigingen van de Batiniyyah. 

Fahm instituut – de moderne Ikhwaan Safa

In Nederland gebeurt dit o.a. door ‘Fahm instituut‘ de moderne Ikhwaan Safa. Het is geen geheim voor degenen die bekend zijn met het ketterse instituut Fahm, dat zij een groepje vrijdenkers zijn en filosofen. Die een eigen FAHM (begrip) van de Islām erop nahouden. Een van de hoofdfiguren van dit instituut is de bekeerlinge Anne van Dijk. Die zichzelf profileert als zijnde een Islamdeskundige, in werkelijkheid is zij alles behalve kundig in de Islām. Ze boetseert vooral haar eigen Islām en heeft als bekeerlinge niet het fatsoen gehad om zich aan te passen aan een Islām die al 14 eeuwen beleefd wordt binnen duidelijke orthodoxe kaders. Hier hebben ze overigens allemaal een handje van bij het Fahm instituut, de enige inspiratie die zij opdoen uit 14 eeuwen aan Islām is afkomstig van andere buitenbeentjes, afwijkende vrijdenkers en filosofen. Het FAHM-Filter kan uit 14 eeuwen geschiedenis blijkbaar alleen de ketters eruit filteren.

Natuurlijk hebben dit soort ketterse instituten een platform nodig, om hun da’wah te kunnen verkondigen en verspreiden onder de nietsvermoedende moslims. Het zijn liberale ‘polderislam’ moskeeen die hen dit platform geven en dat is een zeer kwalijke zaak. Een zo een liberale “moskee” in Nederland is ‘Centrum Middenweg’ te Rotterdam. Deze moskee is een van de vaandeldragers van een polderislaam in Nederland, waar er een islaam wordt aangeboden die zodanig geboetseerd is dat het past in de moderne nederlandse polder. Daarom is er in die “moskee” o.a. geen scheiding tussen mannen en vrouwen, en mogen jan en alleman daar hun boodschap vertellen. In dit geval mochten de leden van Fahm instituut daar een filosofielesje geven aan onwetende ouders. Waar zij de ouders een boekje aansmeren vol met ketterijen, speciaal geschreven voor kinderen, om zo vroeg mogelijk het kind te duwen richting filosofie i.p.v. al-Islaam. De ouders worden daar toegesproken door ketters zoals Kamal ‘Sindbad’ Essabane 1Zo noemde hij zichzelf vroeger op het ontdekislam forum, Sinbad. Toen was hij al bezig met het verspreiden van zijn ketterijen. Maar nu inmiddels doet hij het op een professionele wijze onder indrukwekkende titels die in werkelijkheid weinig inhoud hebben die zelf totaal geen ervaring heeft met het opvoeden van kinderen maar wel andere ouders op verkeerde gedachten wil brengen. Door hun kinderen op te voeden met een filosofische mindset en niet de mindset van een moslim die zich overgeeft aan Allaah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt.

De Zoon van de Gazelle

In het boekje ‘De zoon van de Gazelle‘ is men erop uit om kinderen al vanaf een vroege periode in te leiden tot het filosofisch denken. Dit boekje is gebaseerd op een middeleeuws werk van de Andalusische filosoof Ibn Tufayl, genaamd ‘Hayy ibn Yaqdhaan‘ die dit werk o.a. schreef als weerlegging op al-Imaam al-Ghazali’s boek ‘Tahaafut al-Falaasifah‘ (de incoherentie van de filosofen). Ibn Tufayl was sterk onder de indruk van Ibn Sina’s en hij was dus ook een volgeling van zijn geloofsovertuiging.

In dit werk verspreidt Ibn Tufayl middels een fictief verhaaltje over een jongen op een onbewoond eiland het filosofische uitgangspunt dat de mens enkel met zijn verstand en rationeel denken in staat is om tot gedetailleerde waarheden te komen over de wereld, het onstaan van het leven, God, het hiernamaals etc. Wat maakt dat de mens dus geen openbaringen en boodschappers van Allaah nodig heeft.

Dit gebeurt allemaal heel subtiel doch voor degene met kennis van de Godsdienst is het kristalhelder. Dit boekje komt dus niet zomaar uit de lucht vallen maar is, zoals eerder vermeld, gebaseerd op een middeleeuws filosofisch werk van Ibn Tufayl, dit werk is in de Westerse wereld met veel acceptatie ontvangen. Het wordt door de Westerse wereld gezien als een van de grootste verdiensten van de moslims uit de “Gouden Eeuw” van de Islaam. Vele grote westerse liberale filosofen zijn door dit werk geinspireerd zoals Thomas Hobbes en John Locke. Het is dus niet zomaar een onschuldig kinderboekje maar een opstapje naar een gevaarlijke filosofie.

Hieronder heb ik een gedeelte vertaald van de woorden van Shaykh ‘Abd al-Rahman Naasir al-Barraak die kort ingaat op het originele werk van Ibn Tufayl genaamd ‘Hayy ibn Yaqdhaan‘ waar het boekje ‘De zoon van de gazelle‘ op gebaseerd is.

Hayy ibn Yaqdhaan

Alle lof zij Allaah, en de Ṣalāh en de Salām zij over de Boodschapper van Allāh,

Om verder te gaan:

Ik heb een aantal geselecteerde pagina’s onder de loep genomen van het verhaal genaamd “Ḥayy ibn Yaqdhān” van de auteur “Ibn Ṭufayl”. Een verhaaltje wat uitgekozen wordt door sommige leraren die dit onderwijzen.

Ik heb ondervonden dat deze Soefistische Filosofische Baatini auteur (d.w.z. Ibn Tufayl) het verhaaltje heeft verweven met zijn soefistische filosofische gedachtengoed. Die zijn gebaseerd op de ʿAqīdah van al-Ḥulūl[1], al-Ittiḥād[2] en de eeuwigheid van het universum (qidam al-ʿĀlam) wat in werkelijkheid het ontkennen van het bestaan van al-Rabb is, het ontkennen van het ontstaan van de Schepping (middels het scheppen) en het ontkennen van de wederopstanding, en het ontkennen van Profeetschap.

Deze ongelovige en atheïstische ideeën zijn op een slinkse wijze verwerkt in dit fictieve verhaal, waarin waarheid en onwaarheid op misleidende wijze worden gemengd, waarbij de ware aard van deze atheïstische principes worden verborgen. Maar deze misleiding is alleen verborgen voor degenen die onwetend zijn over de fundamenten van de geloofsleer van de Islamitische godsdienst of voor degenen die oppervlakkig zijn en niet de betekenissen van de woorden doorhebben.

Hier een samenvatting van de hoofdpunten van ongeloof die plaats vinden in dit boek:

  1. De goddelijke kennis, op gedetailleerde wijze, kan alleen door het verstand worden begrepen, en degene die deze kennis heeft verworven heeft geen Profeten nodig. Dit is, volgens hun bewering, dan ook de positie van de Filosoof, iemand die Profeten niet nodig heeft.
  2. Allāh kan geen eigenschappen bezitten, niet in Zijn essentie (dhaathi) en niet in Zijn handelingen (afʿāl)
  3. Dat Allāh een volmaakte oorzaak is (al-ʿIllah al-Tāmah) van het bestaan van deze wereld, en dat deze wereld eeuwig is in zijn bestaan vanwege het feit dat de oorzaak ook eeuwig is.
  4. Allāh -verheven en glorieus is Hij boven hetgeen zij over Hem zeggen – kan zich volgens hen manifesteren in spirituele wezens (al-Ḥulūl) omdat zij vrij van materie zijn, en met hen versmelten tot één entiteit.
  5. Dat de ziel eeuwig is en dat haar wedergeboorte en de daaropvolgende gelukzaligheid en bestraffing enkel spiritueel zijn.
  6. De Profeten hebben deze (metafysische) waarheden slechts in verbeeldende taal uitgedrukt en zij spraken tot de toehoorders in denkbeeldige taal, omdat hun verstand – volgens de filosofen – de waarheid niet kan begrijpen zoals het is, dus spraken zij tot de mensen in denkbeeldige taal om zodoende hun toestand te verbeteren.
  7. De Filosoof is degene die de waarheid werkelijk kent betreffende de Goddelijke kwesties, en het ontstaan van de wereld en de wederopstanding. De filosoof heeft begrepen dat hetgeen waar de Boodschappers mee gekomen zijn slechts denkbeelden zijn en niet werkelijkheden.
  1. De menselijke perfectie wordt enkel bereikt door volledige afzondering van de massa’s en degenen die de zaken niet kunnen vatten hoe ze daadwerkelijk zijn. Tevens door het vermijden van de wereldse geneugten, en door jezelf te verliezen en op te gaan (al-Fināʿ) in de aanschouwing van de Waarheid – glorieus verheven is Hij boven elke tekortkoming- zodat de kenner van onder hen niets anders meer aanschouwt dan alleen God. En dit behoort tot een van de fundamenten van de dwaling van de soefi’s.

🖋’Abu Hudayfa Musa ibn Yusuf


[1] Al-Hulul: Het geloof dat Allāh zich in de schepping van bevinden, zoals bijvoorbeeld het geloof van de Christenen die geloven dat God in de belichaming van Jezus op aarde was.

[2] al-Ittiḥād, de bewering dat de gehele schepping één is met Allāh, waarmee o.a. Ibn ʿArabī mee kwam en soortgenoten. Deze Ibn ʿArabī wordt hedendaags gepromoot en verdedigt door de extreme soefie Ashʿarīs en Mātūrīdīs, ook in Nederland.

4 Comments

  1. Naast drogredenen zoals op de man spelen, trieste broederverketteringen en onterechte generalisaties over filosofie, feminisme en islam bevat dit artikel onjuistheden mbt het verhaal van Hayy Ibn Yaqdhaan. De auteur Ibn Tufayl wilde niet Al-Ghazali weerlegen maar spreekt in de inleiding zowel positief over Al-Ghazali als over Ibn Sina en probeert de verschillen te overbruggen. Niet zoals hierboven beweerd door voor Ibn Sina te kiezen ten kostte van Al-Ghazali.
    Een reactie op de 8 punten hierboven:
    1. Onjuist. The clue van het verhaal is: is het mogelijk om zonder openbaring en enkel met de fitrah tot dezelfde waarheid te komen als de geopenbaarde godsdienst? Dit is ook iets waar orthodoxe theologen zich over buigen als het gaat om de vraag of volkeren die geen openbaring hebben gehad in staat zijn om God te kennen en een ethische levenswijze? Het verhaal zegt dat dit mogelijke is, maar Hayy blijkt tegelijkertijd wel een uitzonderlijk geval wanneer hij andere mensen ontmoet, blijkt uit het verhaal. De meeste mensen kunnen dat niet. Het kennen van God gebeurt in het verhaal ook niet zoals hierboven geclaimd puur met de (rationele) rede, maar juist door deze te overstijgen doormiddel van mystieke oefeningen die erg lijken op islamitische rituelen zoals salaat en tawaaf. In het verhaal wordt ook herhaaldelijk gezegd dat bepaalde inzichten die Hayy krijgt van God komen.
    2. Dit wordt niet met zoveel woorden gezegd in het boek en is een vergezochte interpretatie.
    3. Onjuist. De auteur kiest geen positie tussen Al-Ghazali geschapen universum en Ibn Sina’s ongeschapen universum, maar beredeneerd dat het op basis van de rede niet te achterhalen is of het universum eeuwig of niet eeuwig is. Uiteindelijk concludeert Hayy dat het irrelevant is wie gelijk heeft. In het verhaal concludeert de hoofdpersoon dat een eeuwig universum of een tijdelijk universum beiden niets afdoen aan God als ultieme oorzaak of voorafgaand principe aan het universum.
    4. Onjuist. Ibn Tufayl en zijn hoofdpersoon wijzen ittihad af en wijzen erop dat de mystieke ervaring elke uiting van taal over de mystieke ervaring beperkt is, zoals “eenwording” en “scheiding”, “enkelvoud” en “meervoud” omdat deze verbonden is met de fysieke wereld. Laat staan al-hulul (incarnatie). Het is dus onjuist om woorden als “alles is één” of “alles is meervoudig” te gebruiken voor deze ervaring concludeert Hayy in het verhaal. In de inleiding citeert Ibn Tufayl Soefi’s die wel zulke woorden gebruikten en noemt dat ronduit ongepast. Wel prijst hij Al-Ghazali juist die erover zweeg en enkel zei dat de ervaring goed was.
    5.6.7. Niet helemaal juist. Dit wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar is een mogelijke interpretatie. Tegelijkertijd betekent spiritueel bij Ibn Tufayl ook niet “denkbeeldig” of “niet-werkelijk” maar een hogere werkelijkheid, die meer werkelijk is dan de aardse fysieke werkelijkheid.
    8. Niet helemaal juist. Afzondering in de natuur, weg van de gemeenschap om het dichtst bij God te kunnen komen, lijkt weliswaar de visie te zijn van Ibn Tufayl maar dit was en is zeker niet de mening of fundament van het soefisme. Er zijn ook soefi’s die er voor pleiten de drukte van de gemeenschap op te zoeken om God te vinden. In het verhaal eindigt Hayy trouwens ook niet in totale afzondering maar samen met een (mensen)vriend terug op het eiland.
    Advies: Lees het verhaal zelf. Het ligt veel genuanceerder dan hierboven beschreven.

    • ▶ Je zegt: “𝘋𝘦 𝘢𝘶𝘵𝘦𝘶𝘳 𝘐𝘣𝘯 𝘛𝘶𝘧𝘢𝘺𝘭 𝘸𝘪𝘭𝘥𝘦 𝘯𝘪𝘦𝘵 𝘈𝘭-𝘎𝘩𝘢𝘻𝘢𝘭𝘪 𝘸𝘦𝘦𝘳𝘭𝘦𝘨𝘦𝘯 𝘮𝘢𝘢𝘳 𝘴𝘱𝘳𝘦𝘦𝘬𝘵 𝘪𝘯 𝘥𝘦 𝘪𝘯𝘭𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨 𝘻𝘰𝘸𝘦𝘭 𝘱𝘰𝘴𝘪𝘵𝘪𝘦𝘧 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘈𝘭-𝘎𝘩𝘢𝘻𝘢𝘭𝘪 𝘢𝘭𝘴 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘐𝘣𝘯 𝘚𝘪𝘯𝘢 𝘦𝘯 𝘱𝘳𝘰𝘣𝘦𝘦𝘳𝘵 𝘥𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘴𝘤𝘩𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘵𝘦 𝘰𝘷𝘦𝘳𝘣𝘳𝘶𝘨𝘨𝘦𝘯. 𝘕𝘪𝘦𝘵 𝘻𝘰𝘢𝘭𝘴 𝘩𝘪𝘦𝘳𝘣𝘰𝘷𝘦𝘯 𝘣𝘦𝘸𝘦𝘦𝘳𝘥 𝘥𝘰𝘰𝘳 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘐𝘣𝘯 𝘚𝘪𝘯𝘢 𝘵𝘦 𝘬𝘪𝘦𝘻𝘦𝘯 𝘵𝘦𝘯 𝘬𝘰𝘴𝘵𝘵𝘦 𝘷𝘢𝘯 𝘈𝘭-𝘎𝘩𝘢𝘻𝘢𝘭𝘪.”

      Dat wilde hij wel degelijk, ja klopt hij sprak positief over al-Ghazali als het ging om zijn mystieke ideeën over Tasawwuf, maar hij sprak ook negatief over en was gekant tegen al-Ghazali’s kritieken op het avicennisme (Ibn Sina’s ideeën). Niet zo vreemd dat zijn student – Ibn Rushd – na hem ook al-Ghazali hierop bekritiseerde. Dus hij verkoos wel degelijk Ibn Sina boven al-Ghazali op dit punt, en laat dit nu precies het grote probleem zijn.

      ▶ Je zegt: “1. 𝘖𝘯𝘫𝘶𝘪𝘴𝘵. 𝘛𝘩𝘦 𝘤𝘭𝘶𝘦 𝘷𝘢𝘯 𝘩𝘦𝘵 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘢𝘭 𝘪𝘴: 𝘪𝘴 𝘩𝘦𝘵 𝘮𝘰𝘨𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬 𝘰𝘮 𝘻𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳 𝘰𝘱𝘦𝘯𝘣𝘢𝘳𝘪𝘯𝘨 𝘦𝘯 𝘦𝘯𝘬𝘦𝘭 𝘮𝘦𝘵 𝘥𝘦 𝘧𝘪𝘵𝘳𝘢𝘩 𝘵𝘰𝘵 𝘥𝘦𝘻𝘦𝘭𝘧𝘥𝘦 𝘸𝘢𝘢𝘳𝘩𝘦𝘪𝘥 𝘵𝘦 𝘬𝘰𝘮𝘦𝘯 𝘢𝘭𝘴 𝘥𝘦 𝘨𝘦𝘰𝘱𝘦𝘯𝘣𝘢𝘢𝘳𝘥𝘦 𝘨𝘰𝘥𝘴𝘥𝘪𝘦𝘯𝘴𝘵? 𝘋𝘪𝘵 𝘪𝘴 𝘰𝘰𝘬 𝘪𝘦𝘵𝘴 𝘸𝘢𝘢𝘳 𝘰𝘳𝘵𝘩𝘰𝘥𝘰𝘹𝘦 𝘵𝘩𝘦𝘰𝘭𝘰𝘨𝘦𝘯 𝘻𝘪𝘤𝘩 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘣𝘶𝘪𝘨𝘦𝘯 𝘢𝘭𝘴 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘢𝘢𝘵 𝘰𝘮 𝘥𝘦 𝘷𝘳𝘢𝘢𝘨 𝘰𝘧 𝘷𝘰𝘭𝘬𝘦𝘳𝘦𝘯 𝘥𝘪𝘦 𝘨𝘦𝘦𝘯 𝘰𝘱𝘦𝘯𝘣𝘢𝘳𝘪𝘯𝘨 𝘩𝘦𝘣𝘣𝘦𝘯 𝘨𝘦𝘩𝘢𝘥 𝘪𝘯 𝘴𝘵𝘢𝘢𝘵 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘰𝘮 𝘎𝘰𝘥 𝘵𝘦 𝘬𝘦𝘯𝘯𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘦𝘦𝘯 𝘦𝘵𝘩𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘭𝘦𝘷𝘦𝘯𝘴𝘸𝘪𝘫𝘻𝘦? 𝘏𝘦𝘵 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘢𝘭 𝘻𝘦𝘨𝘵 𝘥𝘢𝘵 𝘥𝘪𝘵 𝘮𝘰𝘨𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘦 𝘪𝘴, 𝘮𝘢𝘢𝘳 𝘏𝘢𝘺𝘺 𝘣𝘭𝘪𝘫𝘬𝘵 𝘵𝘦𝘨𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘦𝘳𝘵𝘪𝘫𝘥 𝘸𝘦𝘭 𝘦𝘦𝘯 𝘶𝘪𝘵𝘻𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘭𝘪𝘫𝘬 𝘨𝘦𝘷𝘢𝘭 𝘸𝘢𝘯𝘯𝘦𝘦𝘳 𝘩𝘪𝘫 𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳𝘦 𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘰𝘯𝘵𝘮𝘰𝘦𝘵, 𝘣𝘭𝘪𝘫𝘬𝘵 𝘶𝘪𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘢𝘭. 𝘋𝘦 𝘮𝘦𝘦𝘴𝘵𝘦 𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘬𝘶𝘯𝘯𝘦𝘯 𝘥𝘢𝘵 𝘯𝘪𝘦𝘵. 𝘏𝘦𝘵 𝘬𝘦𝘯𝘯𝘦𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘎𝘰𝘥 𝘨𝘦𝘣𝘦𝘶𝘳𝘵 𝘪𝘯 𝘩𝘦𝘵 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘢𝘭 𝘰𝘰𝘬 𝘯𝘪𝘦𝘵 𝘻𝘰𝘢𝘭𝘴 𝘩𝘪𝘦𝘳𝘣𝘰𝘷𝘦𝘯 𝘨𝘦𝘤𝘭𝘢𝘪𝘮𝘥 𝘱𝘶𝘶𝘳 𝘮𝘦𝘵 𝘥𝘦 (𝘳𝘢𝘵𝘪𝘰𝘯𝘦𝘭𝘦) 𝘳𝘦𝘥𝘦, 𝘮𝘢𝘢𝘳 𝘫𝘶𝘪𝘴𝘵 𝘥𝘰𝘰𝘳 𝘥𝘦𝘻𝘦 𝘵𝘦 𝘰𝘷𝘦𝘳𝘴𝘵𝘪𝘫𝘨𝘦𝘯 𝘥𝘰𝘰𝘳𝘮𝘪𝘥𝘥𝘦𝘭 𝘷𝘢𝘯 𝘮𝘺𝘴𝘵𝘪𝘦𝘬𝘦 𝘰𝘦𝘧𝘦𝘯𝘪𝘯𝘨𝘦𝘯 𝘥𝘪𝘦 𝘦𝘳𝘨 𝘭𝘪𝘫𝘬𝘦𝘯 𝘰𝘱 𝘪𝘴𝘭𝘢𝘮𝘪𝘵𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘳𝘪𝘵𝘶𝘦𝘭𝘦𝘯 𝘻𝘰𝘢𝘭𝘴 𝘴𝘢𝘭𝘢𝘢𝘵 𝘦𝘯 𝘵𝘢𝘸𝘢𝘢𝘧. 𝘐𝘯 𝘩𝘦𝘵 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘢𝘭 𝘸𝘰𝘳𝘥𝘵 𝘰𝘰𝘬 𝘩𝘦𝘳𝘩𝘢𝘢𝘭𝘥𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬 𝘨𝘦𝘻𝘦𝘨𝘥 𝘥𝘢𝘵 𝘣𝘦𝘱𝘢𝘢𝘭𝘥𝘦 𝘪𝘯𝘻𝘪𝘤𝘩𝘵𝘦𝘯 𝘥𝘪𝘦 𝘏𝘢𝘺𝘺 𝘬𝘳𝘪𝘫𝘨𝘵 𝘷𝘢𝘯 𝘎𝘰𝘥 𝘬𝘰𝘮𝘦𝘯.”

      Het is wel degelijk juist wat de Shaykh aangeeft, aangezien hij heel scherp aangeeft dat:

      “De goddelijke kennis, 𝗼𝗽 𝗴𝗲𝗱𝗲𝘁𝗮𝗶𝗹𝗹𝗲𝗲𝗿𝗱𝗲 𝘄𝗶𝗷𝘇𝗲, kan alleen door het verstand worden begrepen, en degene die deze kennis heeft verworven heeft geen Profeten nodig. Dit is, volgens hun bewering, dan ook de positie van de Filosoof, iemand die Profeten niet nodig heeft.”

      M.a.w. het onderwerp is niet dat een mens met zijn fitrah en ratio tot bepaalde 𝗮𝗹𝗴𝗲𝗺𝗲𝗻𝗲 waarheden kan komen over God en de wereld, maar het onderwerp is 𝗴𝗲𝗱𝗲𝘁𝗮𝗶𝗹𝗹𝗲𝗲𝗿𝗱𝗲 𝘄𝗮𝗮𝗿𝗵𝗲𝗱𝗲𝗻.

      Wat de Shaykh dus aangeeft is ook precies de strekking van het verhaal van Hayy, en zonder dat je het doorhebt bevestig je dit zelf aangezien je zegt:

      “𝘏𝘦𝘵 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘢𝘭 𝘻𝘦𝘨𝘵 𝘥𝘢𝘵 𝘥𝘪𝘵 𝘮𝘰𝘨𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘦 𝘪𝘴, 𝘮𝘢𝘢𝘳 𝘏𝘢𝘺𝘺 𝘣𝘭𝘪𝘫𝘬𝘵 𝘵𝘦𝘨𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘦𝘳𝘵𝘪𝘫𝘥 𝘸𝘦𝘭 𝘦𝘦𝘯 𝘶𝘪𝘵𝘻𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘭𝘪𝘫𝘬 𝘨𝘦𝘷𝘢𝘭 𝘸𝘢𝘯𝘯𝘦𝘦𝘳 𝘩𝘪𝘫 𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳𝘦 𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘰𝘯𝘵𝘮𝘰𝘦𝘵, 𝘣𝘭𝘪𝘫𝘬𝘵 𝘶𝘪𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘢𝘭. 𝘋𝘦 𝘮𝘦𝘦𝘴𝘵𝘦 𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘬𝘶𝘯𝘯𝘦𝘯 𝘥𝘢𝘵 𝘯𝘪𝘦𝘵. ”

      We stuiten hier al op twee problematische punten, namelijk (1) Men kan dus middels de ‘Aql tot 𝗱𝗲𝘇𝗲𝗹𝗳𝗱𝗲 kennis komen als via de openbaring, en sterker nog (2) Filosofen zijn bijzondere mensen die boven de rest uitsteken, WANT blijkbaar kunnen de meeste mensen dat niet. Wat de meeste mensen wel kunnen is slaafs de openbaring volgen zonder na te denken.

      Dit is nu precies de problematische positie van de Falaasifah en de Mutafalsifah als het gaat om de positie van de ‘Aql en de Naql, of je het door hebt of niet. Wat maakt dat Filosofen volgens hen dus de Profeten niet nodig hebben, de enigen die hen wel nodig hebben dat is het gepeupel. Dan laat ik nog achterwege welke opvolgende mafaasid worden gebouwd op dit standpunt, zoals dat de teksten uit de openbaring gericht zijn aan het gepeupel die weinig snappen of begrijpen, en dat men deze teksten dus niet op face value (‘alaa dhaahiri) dient te begrijpen zoals het gepeupel dit wel doet. Integendeel! Er is namelijk een baatini (esoterische) betekenis die alleen de Filosofen snappen,…. en blah blah blah.

      ▶ Je zegt: “3. 𝘖𝘯𝘫𝘶𝘪𝘴𝘵. 𝘋𝘦 𝘢𝘶𝘵𝘦𝘶𝘳 𝘬𝘪𝘦𝘴𝘵 𝘨𝘦𝘦𝘯 𝘱𝘰𝘴𝘪𝘵𝘪𝘦 𝘵𝘶𝘴𝘴𝘦𝘯 𝘈𝘭-𝘎𝘩𝘢𝘻𝘢𝘭𝘪 𝘨𝘦𝘴𝘤𝘩𝘢𝘱𝘦𝘯 𝘶𝘯𝘪𝘷𝘦𝘳𝘴𝘶𝘮 𝘦𝘯 𝘐𝘣𝘯 𝘚𝘪𝘯𝘢’𝘴 𝘰𝘯𝘨𝘦𝘴𝘤𝘩𝘢𝘱𝘦𝘯 𝘶𝘯𝘪𝘷𝘦𝘳𝘴𝘶𝘮, 𝘮𝘢𝘢𝘳 𝘣𝘦𝘳𝘦𝘥𝘦𝘯𝘦𝘦𝘳𝘥 𝘥𝘢𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘰𝘱 𝘣𝘢𝘴𝘪𝘴 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘳𝘦𝘥𝘦 𝘯𝘪𝘦𝘵 𝘵𝘦 𝘢𝘤𝘩𝘵𝘦𝘳𝘩𝘢𝘭𝘦𝘯 𝘪𝘴 𝘰𝘧 𝘩𝘦𝘵 𝘶𝘯𝘪𝘷𝘦𝘳𝘴𝘶𝘮 𝘦𝘦𝘶𝘸𝘪𝘨 𝘰𝘧 𝘯𝘪𝘦𝘵 𝘦𝘦𝘶𝘸𝘪𝘨 𝘪𝘴. 𝘜𝘪𝘵𝘦𝘪𝘯𝘥𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬 𝘤𝘰𝘯𝘤𝘭𝘶𝘥𝘦𝘦𝘳𝘵 𝘏𝘢𝘺𝘺 𝘥𝘢𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘪𝘳𝘳𝘦𝘭𝘦𝘷𝘢𝘯𝘵 𝘪𝘴 𝘸𝘪𝘦 𝘨𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬 𝘩𝘦𝘦𝘧𝘵. 𝘐𝘯 𝘩𝘦𝘵 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘢𝘭 𝘤𝘰𝘯𝘤𝘭𝘶𝘥𝘦𝘦𝘳𝘵 𝘥𝘦 𝘩𝘰𝘰𝘧𝘥𝘱𝘦𝘳𝘴𝘰𝘰𝘯 𝘥𝘢𝘵 𝘦𝘦𝘯 𝘦𝘦𝘶𝘸𝘪𝘨 𝘶𝘯𝘪𝘷𝘦𝘳𝘴𝘶𝘮 𝘰𝘧 𝘦𝘦𝘯 𝘵𝘪𝘫𝘥𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬 𝘶𝘯𝘪𝘷𝘦𝘳𝘴𝘶𝘮 𝘣𝘦𝘪𝘥𝘦𝘯 𝘯𝘪𝘦𝘵𝘴 𝘢𝘧𝘥𝘰𝘦𝘯 𝘢𝘢𝘯 𝘎𝘰𝘥 𝘢𝘭𝘴 𝘶𝘭𝘵𝘪𝘦𝘮𝘦 𝘰𝘰𝘳𝘻𝘢𝘢𝘬 𝘰𝘧 𝘷𝘰𝘰𝘳𝘢𝘧𝘨𝘢𝘢𝘯𝘥 𝘱𝘳𝘪𝘯𝘤𝘪𝘱𝘦 𝘢𝘢𝘯 𝘩𝘦𝘵 𝘶𝘯𝘪𝘷𝘦𝘳𝘴𝘶𝘮.”

      Je bent snel in je oordelen met onjuistheden, maar misschien ligt het aan jouw niveau van begrijpend lezen, of je wil graag vast blijven houden aan jouw wereldbeeld. Ik zei duidelijk het volgende alvorens ik de punten van de Shaykh opsomde: “𝘦𝘦𝘯 𝘴𝘢𝘮𝘦𝘯𝘷𝘢𝘵𝘵𝘪𝘯𝘨 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘩𝘰𝘰𝘧𝘥𝘱𝘶𝘯𝘵𝘦𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘰𝘯𝘨𝘦𝘭𝘰𝘰𝘧 𝘥𝘪𝘦 𝘱𝘭𝘢𝘢𝘵𝘴 𝘷𝘪𝘯𝘥𝘦𝘯 𝘪𝘯 𝘥𝘪𝘵 𝘣𝘰𝘦𝘬”.

      M.a.w. er worden punten van ongeloof opgesomd die voorkomen in het boek, er wordt niet getracht om de positie van Ibn Tufayl zelf uiteen te zetten.

      Tot die punten van ongeloof behoort het geloof in een eeuwig universum, en zoals je zelf al aangeeft “𝘋𝘦 𝘢𝘶𝘵𝘦𝘶𝘳 𝘬𝘪𝘦𝘴𝘵 𝘨𝘦𝘦𝘯 𝘱𝘰𝘴𝘪𝘵𝘪𝘦 𝘵𝘶𝘴𝘴𝘦𝘯 𝘈𝘭-𝘎𝘩𝘢𝘻𝘢𝘭𝘪 𝘨𝘦𝘴𝘤𝘩𝘢𝘱𝘦𝘯 𝘶𝘯𝘪𝘷𝘦𝘳𝘴𝘶𝘮 𝘦𝘯 𝘐𝘣𝘯 𝘚𝘪𝘯𝘢’𝘴 𝘰𝘯𝘨𝘦𝘴𝘤𝘩𝘢𝘱𝘦𝘯 𝘶𝘯𝘪𝘷𝘦𝘳𝘴𝘶𝘮”. Maar hij benoemt dus wel dit punt van ongeloof, en dus klopt het dat deze kufr vermeld wordt in het boek, en ZONDER afwijzing! Wat maakt dat de ongestudeerde lezer zonder leiding wordt achtergelaten over dit belangrijke onderwerp. Om dit onderwerp irrelevant te noemen bewijst maar eens te meer hoe gevaarlijk dit boek is en hoe hachelijk Ibn Tufayl’s situatie was op het gebied van de Sunni ‘Aqidah. Maar ach we moeten vooral kinderen op zeer jonge leeftijd aanleren dat het niet uitmaakt of Allaah de wereld heeft geschapen met Zijn Wil of dat het gewoon enkel een gevolg was van Zijn bestaan zonder Zijn Wil en Keuze. Dus we schotelen jonge kinderen gewoon twee smaken voor scheppingsleer of emanatieleer. Soebhaan Allaah hoe diep kan men zakken in de filosofische modder.

      ▶ Je zegt: “4. 𝘖𝘯𝘫𝘶𝘪𝘴𝘵. 𝘐𝘣𝘯 𝘛𝘶𝘧𝘢𝘺𝘭 𝘦𝘯 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘩𝘰𝘰𝘧𝘥𝘱𝘦𝘳𝘴𝘰𝘰𝘯 𝘸𝘪𝘫𝘻𝘦𝘯 𝘪𝘵𝘵𝘪𝘩𝘢𝘥 𝘢𝘧 𝘦𝘯 𝘸𝘪𝘫𝘻𝘦𝘯 𝘦𝘳𝘰𝘱 𝘥𝘢𝘵 𝘥𝘦 𝘮𝘺𝘴𝘵𝘪𝘦𝘬𝘦 𝘦𝘳𝘷𝘢𝘳𝘪𝘯𝘨 𝘦𝘭𝘬𝘦 𝘶𝘪𝘵𝘪𝘯𝘨 𝘷𝘢𝘯 𝘵𝘢𝘢𝘭 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘥𝘦 𝘮𝘺𝘴𝘵𝘪𝘦𝘬𝘦 𝘦𝘳𝘷𝘢𝘳𝘪𝘯𝘨 𝘣𝘦𝘱𝘦𝘳𝘬𝘵 𝘪𝘴, 𝘻𝘰𝘢𝘭𝘴 “𝘦𝘦𝘯𝘸𝘰𝘳𝘥𝘪𝘯𝘨” 𝘦𝘯 “𝘴𝘤𝘩𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨”, “𝘦𝘯𝘬𝘦𝘭𝘷𝘰𝘶𝘥” 𝘦𝘯 “𝘮𝘦𝘦𝘳𝘷𝘰𝘶𝘥” 𝘰𝘮𝘥𝘢𝘵 𝘥𝘦𝘻𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘣𝘰𝘯𝘥𝘦𝘯 𝘪𝘴 𝘮𝘦𝘵 𝘥𝘦 𝘧𝘺𝘴𝘪𝘦𝘬𝘦 𝘸𝘦𝘳𝘦𝘭𝘥. 𝘓𝘢𝘢𝘵 𝘴𝘵𝘢𝘢𝘯 𝘢𝘭-𝘩𝘶𝘭𝘶𝘭 (𝘪𝘯𝘤𝘢𝘳𝘯𝘢𝘵𝘪𝘦). 𝘏𝘦𝘵 𝘪𝘴 𝘥𝘶𝘴 𝘰𝘯𝘫𝘶𝘪𝘴𝘵 𝘰𝘮 𝘸𝘰𝘰𝘳𝘥𝘦𝘯 𝘢𝘭𝘴 “𝘢𝘭𝘭𝘦𝘴 𝘪𝘴 𝘦́𝘦́𝘯” 𝘰𝘧 “𝘢𝘭𝘭𝘦𝘴 𝘪𝘴 𝘮𝘦𝘦𝘳𝘷𝘰𝘶𝘥𝘪𝘨” 𝘵𝘦 𝘨𝘦𝘣𝘳𝘶𝘪𝘬𝘦𝘯 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘥𝘦𝘻𝘦 𝘦𝘳𝘷𝘢𝘳𝘪𝘯𝘨 𝘤𝘰𝘯𝘤𝘭𝘶𝘥𝘦𝘦𝘳𝘵 𝘏𝘢𝘺𝘺 𝘪𝘯 𝘩𝘦𝘵 𝘷𝘦𝘳𝘩𝘢𝘢𝘭. 𝘐𝘯 𝘥𝘦 𝘪𝘯𝘭𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨 𝘤𝘪𝘵𝘦𝘦𝘳𝘵 𝘐𝘣𝘯 𝘛𝘶𝘧𝘢𝘺𝘭 𝘚𝘰𝘦𝘧𝘪’𝘴 𝘥𝘪𝘦 𝘸𝘦𝘭 𝘻𝘶𝘭𝘬𝘦 𝘸𝘰𝘰𝘳𝘥𝘦𝘯 𝘨𝘦𝘣𝘳𝘶𝘪𝘬𝘵𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘯𝘰𝘦𝘮𝘵 𝘥𝘢𝘵 𝘳𝘰𝘯𝘥𝘶𝘪𝘵 𝘰𝘯𝘨𝘦𝘱𝘢𝘴𝘵. 𝘞𝘦𝘭 𝘱𝘳𝘪𝘫𝘴𝘵 𝘩𝘪𝘫 𝘈𝘭-𝘎𝘩𝘢𝘻𝘢𝘭𝘪 𝘫𝘶𝘪𝘴𝘵 𝘥𝘪𝘦 𝘦𝘳𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘻𝘸𝘦𝘦𝘨 𝘦𝘯 𝘦𝘯𝘬𝘦𝘭 𝘻𝘦𝘪 𝘥𝘢𝘵 𝘥𝘦 𝘦𝘳𝘷𝘢𝘳𝘪𝘯𝘨 𝘨𝘰𝘦𝘥 𝘸𝘢𝘴.”

      Deze kufr overtuigingen worden dus wel degelijk vernoemd in het boek en dat was het hele punt. Schuilen achter mystieke ervaringen die dan zogenaamd niet met woorden kunnen worden beschreven behalve dat het kufr inhoudt is een zwak excuus. Kinderen zouden niet aan deze onzin moeten worden blootgesteld, tenzij men de intentie heeft om al in de kinderjaren het zaadje van filosofie in hun hart te planten. Laat dit nu precies jullie intentie zijn…

      Lang verhaal kort, dat jij beste Kamal nooit jouw weg hebt kunnen vinden en tot de dag van vandaag aan het zwemmen bent in de buiken van soefies en filosofen. Betekent niet dat jij jouw ziekte ook moet gaan verspreiden in de hartjes van de kinderen van de muslimin.

      Moge Allaah hen beschermen tegen dit soort dwalingen.

  2. Om een lang verhaal kort te maken, de moraal van het verhaal is: kritisch nadenken en islamtisch geloof gaan prima samen, en de bron van geloof is verwondering omtrent de tekenen van God waar een ieder op kan reflecteren. Het verhaal is daarom ongeschikt voor wie op voorhand afwijst dat islam en kritisch denken samengaan, of het nu een atheist, moslim of christen is.

    Het verhaal is ook ongeschikt voor wie een een dogmatisch geloof aan kinderen wil meegeven, waarbij ze verboden worden om zelf kritisch na te denken over de natuur (schepping) en geloofsvragen en het geloof kritiekloos, blind omarmd dient te worden.

    Een dogmatisch geloof is echter niet de enige manier van geloven in de islam, een kritisch geloof is ook een optie. Dat jij, broeder Musa, bent blijven hangen in dogmatisch geloof en nog steeds faalt om het islamitisch geloof en kritisch nadenken met elkaar te rijmen, betekent natuurlijk nog niet dat dit voor iedereen onmogelijk is, noch dat wie daarvoor open staat aan een ziekte zou leiden.

    “Whoever calls his Muslim brother O Kaafir (disbeliever), then if he is not Kaafir it rebounces back to the one who said it.”

  3. Klopt! Kritisch denken en Islaam gaan prima samen, Ibn Taymiyyah schreef er een heel boek over, aangezien je bent blijven hangen in Nederlands en Engels en je jezelf niet ontwikkeld hebt in Arabisch kan ik je dit boek aanraden.

    https://brill.com/display/title/55796

    Maar kritisch denken heeft ook kaders, wat jij wilt is kritisch denken buiten alle kaders om, waarbij men dus het recht heeft om letterlijke ALLES te betwijfelen. Daarom ben jij een broodfilosoof en niet een moslim.

    Wat betreft de hadith, betwijfel je deze dan ff toevallig niet? Omdat het uitkomt?

Geef een reactie

Your email address will not be published.

*