Taḥqīq al-Ghāyah: Het bewerkstelligen van het doel | Shaykh Abu l-Barakāt

in Aqidah - Geloofsleer/Manhaj door
Leestijd: 10 minuten

De Shaykh begint met het bedanken van al onze imaams en docenten en geleerden van Ahl al-Sunnah en de inzet die zij hebben gehad vóór ons. En dat het beamen van hun inzet en het niet bagatelliseren van hun inzet belangrijk is, zodat wij met elkaar verenigd blijven zoals één lichaam.

Wat volgt is een samengevatte vertaling van de lezing die de Shaykh heeft gegeven in Centrum al-Rahmah in Veenendaal:

Het belang zit in het bereiken van een volmaakt einde, niet in de tekortkomingen van de beginselen

De Shaykh begint met het bedanken van al onze imaams en docenten en geleerden van Ahl al-Sunnah en de inzet die zij hebben gehad vóór ons. En dat het beamen van hun inzet en het niet bagatelliseren van hun inzet belangrijk is, zodat wij met elkaar verenigd blijven zoals één lichaam.

Wie kijkt naar de Salaf en hun biografieen volgt ziet dat als één van hen getroffen werd door slechts de prik van een doorn dat zij allemaal de pijn voelden. Als woonde de ene in het Westen en de andere in het Oosten. Men deed du’aa voor elkaar, en hetgeen wat hen verenigde was één ʿAqīdah en één Manhadj.

Daarom ondersteunden zij elkaar en dit is zichtbaar en vastgesteld in hun biografieën, dit was de reden dat hun positie en hun onderlinge ondersteuning verheven was en waarom de positie van hun vijanden laag en zwak was.

De dars zal gaan over een uitspraak van Ibn Taymiyyah die zegt:

Het belang zit in het bereiken van een volmaakt einde, niet in de tekortkomingen van de beginselen’

We doen een poging om deze zeer omvattende stelregel simpel uit te leggen, de stelregel spreekt over twee zaken, namelijk:

1 het begin

2 het einde

De moslim dient te beseffen dat het einde, het bereiken van een volmaakt einde, niet in de handen ligt van de dienaren, maar dit ligt in de Handen van Allaah.[1] Tevens dient men ook te beseffen dat het einde noodzakelijkerwijs wordt veroorzaakt door de beginselen. Als we gaan kijken naar hoe een persoon wordt beoordeeld, dan is dit op hoe hij eindigt. Wanneer zijn einde slecht is zal men dit wijten aan de slechte beginselen.

De mumin is scherp en intelligent, en een intelligente persoon zal zijn focus dus leggen op het volmaken van de beginselen. Bijvoorbeeld als een persoon een bepaald diploma behaald heeft, dan heeft hij dit zonder twijfel bereikt door het ondernemen van de juiste middelen in het begin. Want in de meeste gevallen is het zo dat wanneer hij de beginselen goed heeft gedaan dan zal zijn eindresultaat goed zijn en als hij de beginselen slecht heeft gedaan dan zal zijn eindresultaat slecht zijn. Wie het hoge, waardevolle, verkiest boven het lage, niet waardevolle, is zoals iemand die zuivere honing en geroosterde gevogelte verruilt voor uien en knoflook.

Wat hier ook op duidt is de bekende ḥadīth vermeld in Bukhārī dat iemand zijn hele leven (zoals het lijkt voor de mensen) de daden verricht van de mensen van het Paradijs en dan vlak voor het einde van zijn leven verricht hij een daad van de mensen van de Hel, waardoor hij de Hel zal betreden.

Dit komt door een gebrek in de beginselen (namelijk Ikhlāṣ in de daden)

Dit alles geldt voor alle gebieden, dit geldt bij ʿAqīdah zaken, bij Sharīʿah zaken, bij Adāb en Sulūk, als men daarin qua beginselen tekortschiet zal men in deze zaken geen volmaakt einde bereiken.

Het bereiken van het einde ligt niet in onze handen, maar wat wel in onze handen ligt is het focussen op het vervolmaken van de beginselen. Daarom is deze stelregel een grote omvattende fundamentele stelregel, waar allerlei andere kwesties onder vallen.

Wij zullen stil gaan staan bij deze qāʿidah (stelregel) op het gebied van al-daʿwah.

De gelovige is scherp en intelligent en dus dient de moslim dit soort stelregels zeer goed te begrijpen en te bestuderen. Al-Bidāyāt (de beginselen) slaat op het nemen van de juiste middelen, als men dus een volmaakt einde wenst te bereiken dan dient men een enorme zorg te dragen voor de beginselen. Zoals het voorbeeld wat ik eerder gaf, iemand die een diploma behaald met het oordeel van uitstekendheid, kan een student dat bereiken zonder de juiste beginselen te ondernemen?

Het probleem is dat er een groep bestaat die beweert dat dit geloven kufr is en shirk! Dat het geloven in de middelen ongeloof in Allaah is! Hun hele madhhab is gebouwd op dit fundament en als we dit fundament onderuit kunnen halen dan halen we daarmee hun hele madhhab onderuit.

Zij geloven in het fundament van Inkār al-Asbāb (het ontkennen van de oorzaken), wat weer komt door hun geloof in Tadjaddud al-Khalq[2], dit betekent dat men alle oorzaken en middelen ontkent, bijvoorbeeld een zwaard heeft geen snijkracht, water en eten heeft niet de kracht om de honger te stillen, bijvoorbeeld medicijnen hebben geen genezend effect, vuur brandt niet, etc. etc. Dus wie gelooft dat een zwaard kan doden of dat medicijnen genezingskracht heeft, die heeft ongeloof gepleegd volgens hen. Dit is een fundamenteel begrip in deze madhhab, hun hele begrip van al-Tawḥīd is weer gebouwd op dit beginsel. Dus de handelingen van een tovenaar en de wonderen van een Profeet zijn gewoon hetzelfde bij hen.

Let op! Wij, Ahl al Sunnah, we zeggen niet dat de middelen een onafhankelijke kracht hebben (istiqlāl), die onafhankelijk is van Allaah. Maar wij geloven dat Allaah deze tot middelen heeft gemaakt die leiden tot gevolgen. Bij hen is dit niet het geval, dus Vuur heeft bij hen geen brandkracht, dus wie gelooft dat ijzer, nadat het voor een lange tijd is blootgesteld aan vuur en gaat smelten, en dit toeschrijft aan het vuur, die is ongelovig in Allaah en heeft shirk gepleegd.

Maar de Imāms van de Sunnah zeggen dat Vuur niet onafhankelijk van Allaah verbrandt, maar het is wel degelijk een oorzaak. Deze dwalende groep zeggen zelfs dat het oog niet een middel is tot zien.

Maar wij, Ahl al-Sunnah, geloven dat het nemen van de juiste en volmaakte middelen een volmaakt einde veroorzaakt, en dat dit geloof juist een volmaakt geloof is in Tawḥīd. Dat middels de aanwezigheid van de middelen en het verwijderen van de belemmeringen, zaken worden bewerkstelligd, dus Ahl al Sunnah ontkennen niet de middelen.

Om vervolgens terug te keren naar ons onderwerp, dus een daʿwah, en een dāʿī (uitnodiger) dient alle middelen te verzamelen die leiden tot een correcte daʿwah en een daʿwah van Iṣlāḥ (verbetering)

1 Een daʿwah of een dāʿī als hij niet een muṣliḥ (verbeteraar) is dan is hij een mufsid (verpester),

En Iṣlāḥ is gebouwt op twee zaken:

1 Iḥsān (streven naar het goede)

2 itqān (bekwaam zijn)

Iḥsān is een vereiste in alle handelingen van de muslim, het tegenovergestelde van Iṣlāḥ (verbetere) is Ifsād (verpesten)

وَإِذَا          

“En als er tot hen wordt gezegd: “Zaait geen verderf op aarde,” dan zeggen zij:

“Voorwaar, wij zijn slechts verbeteraars.”

Iḥsān dient te bestaan uit ‘ʿIlm (kennis), ḥilm (zachtaardigheid), en Ḥikmah (wijsheid). Als het gaat om al-Itqān (bekwaamheid), dan is het een vereiste voor een persoon om itqān te hebben als hij iets onderneemt, dus tot het bereiken van een volmaakt einde dient men dus dit beginsel van itqān te hebben.

Daarom de uitspraak het doel heiligt de middelen wordt ontkracht door de stelregel in de Sharīʿah van de verplichting tot het nemen van de voorgeschreven middelen in de Sharīʿah. Men spreekt vaak in de daʿwah over doelstellingen zoals idjtimāʿ en Iṣlāḥ, maar hoe ga je dit bereiken zonder het nemen van de juiste voorgeschreven middelen?

Wie zei de volgende woorden: “al-Siyāsah al Sharʿiyyah in het verbeteren van de leiders en de onderdanen”?

Dit is het bekende boek van Ibn Taymiyyah, en dit boek gaat over het nemen van de juiste voorgeschreven middelen, wanneer men dit niet doet zal er geen goed resultaat zijn.

Zo waren er bijvoorbeeld afgestudeerden van bepaalde universiteiten waar men ook allerlei mensgemaakte ideologieën onderwezen kreeg, zij worden Duʿāt tadjid al Dīn (uitnodigers naar het vernieuwen van de religie) genoemd, die zogenaamd de werken van al-Shāfiʿī’ gingen vernieuwen maar het in werkelijkheid afbraken. Dit zijn de resultaten van slechte beginselen.

Kijk ook hoe de Profeet ﷺ was met zijn gemeenschap, nadat hij de leider van Mekka was geworden en zei tegen ʿĀʾishah:

“Als jouw volk niet nieuw in de Islām waren, dan had ik de ka’bah afgebroken en het herbouwt naar haar originele staat.”

Dit is een bewijs voor itqān in daʿwah, namelijk dat men weet heeft over de ḥāl al madʿū (de situatie van degene tot wie je jouw daʿwah richt)[3]

De mensen zijn niet hetzelfde, wat je tegen Zayd zegt kun je niet tegen ‘Amr zeggen, wat je tegen de ene gemeenschap kunt zeggen kun je niet tegen een andere gemeenschap zeggen. Daʿwah vereist Ḥikmah (wijsheid), en Ḥikmah is ‘wadʿu shayʾ fī maḥallihi’ – iets op de juiste plek plaatsen.

Het is dus niet zo dat je zomaar even iemand kan aanwijzen die de mensen aanspreekt en hij spreekt tot iedereen op dezelfde manier. Dit is geen wijsheid en maakt meer kapot dan dat het verbetering bereikt.

فَقُولَا       

“En spreekt mild tot hem, moge hij zich laten vermanen, of er bang van worden.”

وَلَوْ       

en als je streng en hardvochtig was geweest, dan waren zij rondom jou uiteengegaan.

Wie waren zijn toehoorders? Dat waren Abu Bakr, Umar, de mubashirin bi l jannah. Dus de situatie kennen van de toehoorder is een vereiste in de daʿwah. Onthoud dit goed, dus Iṣlāḥ is gebouwd op itqān en Iḥsān. In élke onderwerp waar je daʿwah naar doet, daar dien je Iṣlāḥ in te brengen.

Het kan zijn dat je tien jaar ergens mee bezig bent en probeert te verbeteren en uiteindelijk is er geen resultaat en heb je niets verbeterd? Door wat komt dit? Door het tekortschieten in de beginselen. Het is dus noodzakelijk dat men dit begrijpt, en dan men de juiste middelen neemt om zo het volmaakte einde te bereiken. Daarbij dienen we de eerdere inzet van onze geleerden, imaams, docenten niet te bagatelliseren, maar we dienen wel te leren van hun ervaringen, zonder hun inzet te verlagen. Want dat is wat idjtimāʿ vereist.

Maar we doen ook niet aan mudāhanah (vleierij, sugarcoating en daarmee te kort doen aan de waarheid), maar dat hoeft geen hardvochtigheid in te houden. Het staan voor de waarheid kan met Raḥmah en goede akhlāq, en juiste Sulūk. Rifq is tevens een vereiste, het bevindt zich niet ergens in behalve dat het het mooi maakt en het ontbreekt niet ergens in behalve dat het het lelijk maakt

2 Het afwegen van de Maṣāliḥ (voordelen) en mafāsid (nadelen) is ook een fundament in de daʿwah.

De Sharīʿah is gekomen om de Maṣāliḥ te verzamelen en te bereiken en om deze mafāsid weg te halen. In de daʿwah dient men dus de Maṣāliḥ te verzamelen, ze te verbeteren. Zoals bijvoorbeeld een grote stichting, hier of daar, die altijd voor de daʿwah van Ahl al-Sunnah stond, en later afzwakt. Dienen we niet te kijken naar de onderliggende redenen daarvoor? Dat we de mafāsid onderzoeken en deze tenietdoen? Kijk alleen maar hoe de Profeet zich bezighield met het sluiten van de rijen in het gebed, en dat hij duidelijk maakte dat het niet goed sluiten van de rijen een reden is voor het opsplitsen van de harten. Daarom waren de harten van de Ṣaḥābah verenigd.

Kijk ook naar de Imāms van ḥadīth, ze leefden allemaal op verschillende plekken op de aarde, los van elkaar, al Bukhārī, al Nasāʾī, al-Dārimī, Muslim, Abū Dāwud, al Tirmidhī, maar hun harten waren verenigd zoals de rijen in het gebed. Als de harten zich verenigen (op een ʿAqīdah) Wallāhi de mafāsid kunnen in 1 nacht opgelost worden. Elke moskee zou elke persoon die uitnodigt naar de waarheid moeten ondersteunen, ongeacht van welke stichting, moskee hij komt. Dat is wat leidt naar eenheid.

Een stichting of een prediker, het is verplicht dat zij handelen volgens deze Maqāṣid, zoals het behouden van de Dīn, de Nafs, de ʿAql.

Bijvoorbeeld de ʿAql, die kan beïnvloed worden via de onderwijsinstellingen met allerlei nieuwe ideeën, we dienen hierin niet gemakzuchtig te zijn, de onderwijsonderwerpen worden verdeeld in 3 categorieën.

ʿAqīdah,

Sharīʿah,

Akhlāq en Sulūk

En dus de verkeerde ideeën kunnen bij deze drie binnensluipen als we niet alert zijn

Het belang van Ādāb al Khilāf (omgangsnormen bij verschillen)

Ibn al-Qayyim in Sawāʿiq al-Mursalah vernoemt dat sommige van de Salaf meer Raḥmah voor elkaar hadden nadat ze Khilāf kregen dan vóórdat ze Khilāf kregen in bepaalde kwesties. Er bestaan verschillende vormen van Khilāf, de ene is de andere niet. Als je ze allemaal hetzelfde behandelt dan is dit een probleem. Je hebt Khilāf die niet te verenigen valt en je hebt Khilāf die plaatsvindt in de vertakkingen.

Dus men dient Ādāb al Khilāf goed te kennen zodat er geen opsplitsing ontstaat over zaken waarbij dit niet nodig is. Daarom wat Ibn al-Qayyim noemde van de geleerden en dat ze meer Raḥmah en broederschap kregen onderling nadat zij Khilāf kregen, wat was het geen wat hen verenigd liet blijven? Dat was Kennis! En door de Khilāf zag men het niveau van elkaars kennis wat leidde tot het versterken van de banden en de broederschap. Men zag elkaars kennis, en ādāb. Want Kennis kan nooit opsplitsen maar behoort juist tot de zaken die verenigt en leidt tot broederschap.

Het laatste fundament: Taṣḥīh al-Manāhidj (Het verbeteren

Dat is dat men in de methodologie van al-Daʿwah begint met de Uṣūl (fundamenten) alvorens de Furūʿ (vertakkingen), of dat men begint met de fundamentele boeken en met de boeken die veelvuldig gebruikt en uitgelegd zijn door Ahl al-Ilm voor ons. Want als wij de beginselen niet verbeteren dan moeten wij vrezen voor het einde.

Vertaling en samenvatting: Abu Hudayfa Musa ibn Yusuf al-Indonesi


[1] Zoals we terugzien bij sommige Profeten die jarenlang daʿwah hebben verricht zonder dat de mensen zijn daʿwah accepteerden. We kunnen nooit zeggen dat de Profeten niet met de juiste beginselen starten in hun daʿwah, maar uiteindelijk is de acceptatie ervan in de Handen van Allaah. Maar om het succes te vergroten in de daʿwah dient men wel te vertrekken vanuit de correcte beginselen, doet men dit niet dan zal men meer schaden dan baten.

[2] Dit is een van de fundamenten van de Ashāʿirah, wat gebouwd is op hun geloof in atomisme, het geloof in Adjsām en Aʿrāḍ. Waarbij men gelooft dat al-Baqāʾ (het voortduren in bestaan) een ʿAraḍ is. Volgens hun theorie kan een ʿAraḍ niet zelf ook onderhevig zijn aan Aʿrāḍ, met andere woorden zaken zoals kleur, groot, klein, dik, dun, koud, warm, zijn allemaal Aʿrāḍ die niet kunnen voortduren in hun bestaan. Daarom schept Allaah dit soort zaken constant opnieuw, omdat ze slechts één moment kunnen bestaan en niet ook een tweede moment, want dit zou dan al-Baqāʾ (het voortduren in bestaan) inhouden. Dus beste lezer jij bent niet dezelfde persoon die zonet deze woorden heeft gelezen, je bent tijdens het lezen van dit artikel al talloze malen geheel opnieuw geschapen, zo ook de kleur zwart die jij ziet van deze letters is niet dezelfde kleur zwart die je nu ziet. Wa Allāhu l-Mustaʿān.      

[3] O.a. Shaykh Muhammed ibn Sâlih al-‘Uthaymin stipt deze kwestie goed aan en maakt duidelijk dat 𝘥𝘢’𝘸𝘢𝘩 kennis genoodzaakt. Dat deze kennis niet enkel beperkt is tot de inhoud van hetgeen waar je 𝘥𝘢’𝘸𝘢𝘩 naar verricht, maar gaat veel dieper.

Zo zegt hij in Sharh al-Usūl ath-Thalāthah, blz 10-23:

“𝗞𝗲𝗻𝗻𝗶𝘀 𝗸𝗮𝗻 𝘃𝗲𝗿𝗱𝗲𝗲𝗹𝗱 𝘄𝗼𝗿𝗱𝗲𝗻 𝗶𝗻 𝗱𝗿𝗶𝗲 𝘀𝗼𝗼𝗿𝘁𝗲𝗻:

Ⅰ 𝘒𝘦𝘯𝘯𝘪𝘴 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘩𝘦𝘵𝘨𝘦𝘦𝘯 𝘸𝘢𝘢𝘳 𝘫𝘦 𝘥𝘢’𝘸𝘢𝘩 𝘯𝘢𝘢𝘳 𝘷𝘦𝘳𝘳𝘪𝘤𝘩𝘵

Ⅱ 𝘒𝘦𝘯𝘯𝘪𝘴 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘥𝘦 𝘮𝘦𝘵𝘩𝘰𝘥𝘦 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘢’𝘸𝘢𝘩, 𝘮.𝘢.𝘸. ‘𝘏𝘰𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘳𝘪𝘤𝘩𝘵 𝘫𝘦 𝘥𝘢’𝘸𝘢𝘩’

Ⅲ 𝘒𝘦𝘯𝘯𝘪𝘴 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘥𝘦 𝘴𝘪𝘵𝘶𝘢𝘵𝘪𝘦 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦𝘨𝘦𝘯𝘦 𝘯𝘢𝘢𝘳 𝘸𝘪𝘦 𝘫𝘦 𝘫𝘰𝘶𝘸 𝘥𝘢’𝘸𝘢𝘩 𝘷𝘦𝘳𝘳𝘪𝘤𝘩𝘵”

Als wij kijken naar de tweede en derde voorwaarde of benodigheid om da’wah te kunnen verrichten dan zien we dat dit niet zomaar simpele benodigdheden of capaciteiten zijn. Da’wah vereist pedagogische capaciteiten, levenservaring en mensenkennis. Want wanneer de 𝘥𝘢𝘢’𝘪𝘦 (uitnodiger) tekortschiet in deze capaciteiten kan dit zijn 𝘥𝘢’𝘸𝘢𝘩 onvruchtbaar maken, zijn da’wah kan zelfs schadelijk zijn!

Wanneer iemand tekortschiet bij de eerste voorwaarde kan het zijn dat hij verkeerde kennis overdraagt, waardoor hij een vertekend beeld afgeeft en incorrecte informatie overdraagt.

Wie tekortschiet bij de tweede voorwaarde kan door de verkeerde methode in da’wah schade aanrichtten of zich focussen op de verkeerde prioriteiten. Dit uit zich door bijvoorbeeld te beginnen met onderwerpen die minder prioriteit hebben in de desbetreffende gemeenschap.

Als men bijvoorbeeld in een gemeenschap leeft waar veel misvattingen heersen over de ‘𝘈𝘲𝘪𝘦𝘥𝘢𝘩 van de Islaam op het gebied van Shirk (afgoderij) of 𝘉𝘪𝘥’𝘢𝘩 (innovaties) en men gaat 𝘥𝘢’𝘸𝘢𝘩 verrichten naar de Fiqh van het gebed, de Fiqh van de Zakât etc. Dan begint men met wat 𝘮𝘶𝘩𝘪𝘮 (belangrijk) is, maar laat men wat aham (belangrijker) is. Terwijl de methode van de Profeten en Boodschappers was dat zij begonnen met het uitnodigen naar at-𝘛𝘢𝘸𝘩𝘪𝘥, de eerste 13 jaar was dit het enige onderwerp van de da’wah in Mekka. Dit betekent niet dat men het alleen maar over 𝘛𝘢𝘸𝘩𝘪𝘥 moet hebben en men Fiqh achterwege laat. Maar men zou zijn of haar da’wah zodanig moeten inrichten dat het voorziet in de maatschappelijke behoeften van de desbetreffende gemeenschap.

Geef een reactie

Your email address will not be published.

*