Het verhaal van de Ashāʿirah – Deel 2 : Verspreiding van de Madhhab || Ibn Fūrak

in Aqidah - Geloofsleer/Geschiedenis door
Leestijd: 4 minuten

Zoals in deel 1 is beschreven verschoof de Madhhab (leerschool) van een inactieve verzoenende fase naar een verspreidende en onverholen fase, vanaf de verschijning van de twee werken van al-Bāqilānī en Ibn Fūrak. In dit tweede deel gaan we stil staan bij de rol van Ibn Furak.Wat betreft Ibn Fūrak, hij stichtte een school in Naysābūr (Nisjapoer)[1] waar velen van de Ashāʿirah en Ṣūfiyyah afstudeerden. Vervolgens schreef hij een boek waarin hij uitspraken (Maqālāt) van al-Ashʿarī verzamelde, en hij maakte het tot een basisboek voor het onderwijzen van de Madhhab (leerschool)., Hierdoor begonnen de uitspraken van al-Ashʿarī bekendheid te verwerven. Ze beperkten waarschijnlijk het bestuderen van de fundamenten van de Madhhab tot de school, en verspreidden het niet buiten de muren, behalve in beperkte mate. Ze hielden veel ervan verborgen, met name zijn uitspraken over de Kalām van Allāh en de Qurʾān.

Toen sommige van hun overtuigingen aan het licht kwamen en ze openlijk ermee naar buiten traden, realiseerden de Ḥanābilah zich dat ze tegenover een nieuwe tegenstander stonden. Dat deze vervanging, die ze eerst hadden bestreden onder de naam al-Djahmiyyah, en die vervolgens veranderde in de vorm van de Muʿtazilah, nu in de vorm was verschenen van deze soort mensen. Dus noemden ze hen al-Ashʿaryyirah, verwijzend naar de eigenaar van deze uitspraken die ze onderling bestudeerden en aan wie ze al die overtuigingen toeschreven.

Er vonden debatten plaats tussen Ibn Fūrak en Ibn al-Hayṣam, de Shaykh van de Karrāmiyyah. Al-Dhahabi leverde over van Abū al-Walīd al-Bādjī dat hij zei: “Toen Ibn Fūrak de Karrāmiyyah uitdaagde (voor een debat), stuurden ze een bericht naar Maḥmūd b. Sebuktekin[2], de heerser van Khorasān, waarin stond:

‘Deze man, die tegen ons ophitst, is in jullie ogen heviger qua bidʿah en kufr dan ons, vraag hem over Muḥammed b. ʿAbdullāh b. ʿAbd al-Muṭalib en of hij (voor hen) vandaag nog de Boodschapper is van Allāh of niet.

Mahmud nam deze kwestie serieus en zei: ‘Als dit waar is over hem, dan zal ik hem zeker doden.’ Toen riep hij hem en vroeg hem erover, en hij antwoordde: ‘Hij was de profeet van Allah, maar vandaag is hij dat niet.[3] Dus beval Maḥmūd hem te doden, maar men bemiddelde voor hem en er werd gezegd: ‘Hij is een oude man.‘ Dus beval hij hem te vergiftigen en dus werd hij vergiftigd.”[4]

Het is vermeldenswaardig dat zowel al-Bāqilānī als Ibn Fūrak gestudeerd hadden onder Abū al-Ḥasan al-Bāhilī, en al-Bāqilānī was ook een leerling van Abu Abdullah b. Mudjāhid de Mutakallim. En deze uitspraken zijn nooit aan al-Bāhilī noch aan Ibn Mudjāhid toegeschreven, wat onze bewering ondersteunt dat al-Bāqilānī en Ibn Fūrak de eersten waren die deze Madhhab tot leven brachten en openlijk hun overtuigingen verkondigden.

Na deze twee verschenen er twee anderen die bijdroegen aan de verspreiding van de Madhhab in de landen. De eerste was Abū Dharr al-Harawī, een leerling van al-Bāqilānī, overleden in het jaar 434H.De tweede was Abū al-Qāsim al-Qushayrī, een leerling van Ibn Fūrak, overleden in het jaar 465. De eerste werkte aan de verspreiding van de Madhhab in Mekka en de Maghreb-landen[5], terwijl de tweede het in het Oosten verspreidde en onder de Ṣūfiyyah. De Madhhab zou nooit voet hebben gekregen (in de moslimwereld) zonder de inspanningen van deze vier.

In het volgende deel zullen wij hier verder op ingaan.

Vertaling: Abu Hudayfa Musa ibn Yusuf
Bron: Qiṣṣah al-Ashāʿirah 526-528, Dr.ʿAmmār Khanfar


[1] Nisjapoer of Neyshabur is een stad in het noordoosten van Iran. De stad ligt ten zuidwesten van de stad Mashhad aan de voet van het Binaludgebergte in de regio Khorasan

[2]https://www.sahieh.nl/2019/04/21/al-ghaznawiyyin-deel-3-sebuktegin-strijd-tegen-de-hindoe-koning-jaybala/

[3] Voetnoot vertaler: Wat betreft de oorsprong van de kwestie dat het profeetschap eindigt met de dood van de profeet ﷺ, dan is dit gebaseerd op de stelregel in de Madhhab van de Ashāʿirah dat ‘een ʿAraḍ niet in twee tijden kan bestaan’. Maar de latere Ashāʿirah trekken deze stelregel niet in totaliteit door, en het doortrekken van deze stelregel werd door de tegenstanders van de Ashāʿirah gedaan en vervolgens aan hen toegeschreven als zijnde een conclusie van hun Madhhab. Maar zoals de stelregel van Ahl al-Sunnah zegt ‘de conclusies van een Madhhab zijn niet de Madhhab’. Maar zo werd het idee dat het profeetschap van een profeet eindigt met zijn dood dus toegeschreven aan de Ashāʿirah door hun tegenstanders, maar dit wordt door niemand van de Ashāʿirah geaccepteerd, niet door de vroegere noch door de latere. Al-Qushayrī verwierp dit ook in zijn bekende beklagbrief: “Wat betreft wat over hem (m.a.w. al-Ashʿarī) en zijn metgezellen wordt verteld, namelijk dat zij zeggen dat Muḥammed geen profeet is in zijn graf en geen boodschapper na zijn dood, dit is een grote leugen en pure onwaarheid. Niemand van hen heeft dit uitgesproken, noch is dit ooit gehoord in een discussiebijeenkomst van hen, noch is dit gevonden in een van hun boeken. Hoe is dat überhaupt mogelijk, terwijl zij geloven dat Muḥammed levend is in zijn graf …

[4] Voetnoot vertaler: Volgens andere overleveringen werden er ook andere zaken besproken in deze ontmoeting, zoals het ontkennen dat Allāh verheven is boven de Troon. Deze ontmoeting wordt o.a. door al-Dhahabī overlevert tussen Maḥmūd al-Ghaznavi en Fūrak. De laatstgenoemde zei tegen Maḥmūd: “Het is niet toegestaan om Allaah te beschrijven met al-Fawqiyyah (het boven zijn), want de noodzakelijke logische gevolgtrekking is dan dat Hij ook beschreven kan worden met al-Taḥtiyyah (het onder zijn). Want wie de (filosofische) mogelijkheid ziet voor Hem dat Hij boven is kan met dezelfde (filosofische) beredenering zeggen dat Hij onder is” Waarop Maḥmūd antwoordde: “Ik ben niet degene die Hem beschreven heeft hiermee dat je mij aan zulke conclusies verbindt. Integendeel Hijzelf is Degene die Zichzelf heeft beschreven ermee” Vervolgens vertrok Ibn Fūrak van deze ontmoeting en hij stierf kort daarna. Siyar A’laam al-Nubalaa, al-Dhahabī 17/485

[5] Zie ook dit artikel, waar dit wordt besproken: https://www.sahieh.nl/2023/03/29/review-video-sh-hasan-al-kettani-asharis-en-salafis-broeders-of-tegenstanders/

Geef een reactie

Your email address will not be published.

*