El-Yousfi’s prachtige advies aan de Ashāʿirah

in Aqidah - Geloofsleer door
Leestijd: 6 minuten

Regelmatig komt El-Yousfi met dezelfde uitspraak van Ibn al-Djawzi aanzetten, onlangs haalde hij wederom die uitspraak tevoorschijn, het is waarschijnlijk een van zijn favoriete uitspraken.Laten we even stil staan bij de uitspraak van Ibn al-Djawzi die El-Yousfi zo gretig aanhaalt steeds.

De vertaling is niet helemaal to the point maar we zullen de puntjes op de i gaan zetten.

Laten we eerst even kort stil staan bij het boek Sayd al-Khatir, geleerden hebben aangegeven dat dit boek niet bedoeld is voor leken. Vanwege het feit dat er zowel goedheid als slechtheid in zit, men zou het werk moeten behandelen met een geleerde wanneer men niet capabel en deskundig onderlegd is. Dus stel iemand is niet capabel in ‘Aqidah, om maar een voorbeeld te noemen, bijvoorbeeld in de Sifaat (eigenschappen van Allaah) en men zou proberen al-Tafwidh uit te leggen maar eigenlijk snapt men helemaal niet wat al-Tafwidh inhoudt. In zo een situatie zou het werk Sayd al-Khatir dus niet geschikt zijn voor zo een persoon om in te duiken, want – zoals el-Yousfi terecht stelt:

Wie zich waagt in de wilde zee terwijl hij niet eens kan zwemmen, diegene zal waarschijnlijk verdrinken…”

Moge Allaah el-Yousfi belonen voor zijn scherpe inzicht dit te beseffen…

Laten we nu ingaan op de favoriete woorden van El-Yousfi van Ibn al-Djawzi:

Ibn al-Djawzi begint te spreken over een probleem die zich afspeelt in zijn tijd, namelijk die van verhalenvertellers die onbenullige algemene moslims bezighouden met de volgende kwesties:

– de Istiwaa
– Ta`wil al-Sifat
– de Kalaam van Alllah die bestaat in zijn essentie (qaa`im bi l-dhaat)

Twee zaken zijn belangrijk om bij stil te staan:

1: Ibn al-Djawzi gebruikt de term al-Ghasham als hij de algemene moslims beschrijft, dat heeft El-Yousfi uit zijn vertaling weggelaten. Ghasham duidt op een persoon die onbenullig is, niet in staat is om te snappen. Het is bekend dat algemene moslims meestal leken zijn, en minder kennis bezitten, maar onbenullig is extra heftig. Hij spreekt dus niet zomaar over algemene moslims, maar hij beschrijft ze met een extra eigenschap, namelijk van onbenulligheid, niet in staat om te begrijpen.

Als we de tijdsperiode van Ibn al-Djawzi bekijken dan was er in die tijd een grote mate van ongeletterdheid, het gros van de mensen was analfabeet, en totaal niet geschoold. Dit kunnen we niet vergelijken met de moderne tijd waar de meeste mensen geschoold zijn, kunnen lezen en schrijven, en vaak ook hoger onderwijs volgen of hebben gevolgd. Laat staan wanneer deze moslims in een tijd leven waarin andere groepen en sekten hen misleiden met dit soort onderwerpen in hun onderwijsinstellingen waar talloze algemene moslims naar toe gaan.

Daarom heeft Ibn al-Djawzi er ook geen bezwaar tegen om zaken uit te leggen aan dit soort moslims, met als doel het slechte af te weren, zo zegt hij in zijn boek Talbis al-Iblis meteen op pagina 3 :

“In het beschrijven van het slechte zit een waarschuwing om erin te vervallen”

Dit verklaart dan ook waarom Ahl al-Sunnah soms genoodzaakt is om dieper op ‘Aqidah kwesties in te gaan, wanneer de mensen van innovaties met allerlei complexe geïnnoveerde termen in al-‘Aqidah komen aanzetten zoals A’raadh en Jawhar, of wanneer zij zeggen dat de Istiwaa van Allaah niet werkelijk is maar figuurlijk, of dat Hand kracht betekent, etc. Ahl al Sunnah is dan genoodzaakt om op deze onnodige complexiteit in te gaan om het te weerleggen. Want Ahl al-Sunnah zijn namelijk van mening dat het voldoende is voor de moslims om je te beperken tot de teksten in de Quran en de Sunnah, omdat de Dhaahir (evidente) betekenis van deze teksten aansluiten bij de Fitrah (natuurlijke aanleg) van de mens. De Ashaa’irah daarentegen zeggen dat de dhaahir betekenis kufr is! En dat leren zij weer aan de algemene moslims.

We zijn dus blij dat El-Yousfi dit probleem van Ashaa’irah aankaart hier in Nederland…

2: De onderwerpen die Ibn al-Djawzi aanhaalt gaan over de Mutakallimin, in het specifiek de Ashaa’irah, zij waren namelijk degenen die over deze onderwerpen aan het spreken waren bij de algemene moslims. Dit wordt duidelijk als men het gehele werk Sayd al-Khatir erbij neemt, én als wij vanuit een hollistische kijk de werken van Ibn al-Djawzi in totaliteit bekijken.

Zo zegt hij in Sayd al-Khatir:

“De mensen (i.e. de moslims) waren het over andere zaken niet oneens – dat wil zeggen over de Sifah van al-Kalam – totdat (Abu l-Hasan) Alī ibn Ismā’īl al-Ash’arī opstond. Hij hield eerst de mening van de Mu’tazilieten aan, maar veranderde later van gedachten en beweerde dat al-Kalam een eigenschap is die bestaat in zijn Nafs (essentie) (qaa`imah bi l-Nafs). Deze claim genoodzaakt dat wat wij bij ons hebben (d.w.z. de Quran) geschapen is en het bracht nog meer verwarring in de overtuigingen (van de moslims)

We zien hier dus dat deze termen zoals dat al-Kalaam qaa’im bi l-Dhaat is, de onderwerpen waren van de Ashaa’irah.

Zo zegt hij ook in Sayd al-Khatir:
Een van de meest schadelijke zaken voor de algemene moslims is de spraak van degenen die Taʾwīl doen en degenen die de Sifaat ontkennen. Want de profeten عليهم الصلاة والسلام legden sterk de nadruk op al-Ithbaat (bevestigen), zodat het geloof in het bestaan van de Schepper stevig gevestigd wordt in de harten van de algemene moslims. Want voorzeker, de zielen vinden troost in al-Ithbaat (bevestiging). Wanneer een algemene moslim iets hoort dat ontkenning impliceert, dan wordt al-Ithbaat (bevestiging) uit zijn hart geworpen, wat het meest schadelijk is voor hem. En degenen van de geleerden die zogenaamd Allaah willen vrijpleiten (van lichaamsdelen) staat in werkelijkheid in oppositie tot de (Manhadj van) Ithbaat (bevestiging) die de profeten عليهم الصلاة والسلام bewandelden […].

Dit wordt verduidelijkt door het feit dat Allah de Verhevene (de moslims) informeert over Zijn Istiwaa’ op de Troon, waardoor de zielen troost vinden in de bevestiging van de Godheid en Zijn bestaan.

Allah zegt … “En het Gezicht van jouw Heer blijft, Heer van majesteit en eer” , en Hij zegt: “Maar Zijn beide handen zijn uitgestrekt“, en Hij zegt: “En Allah was boos op hen“.

En zo staat zijn werk Sayd al-Khatir bomvol met soortgelijke afwijzende uitspraken over de Mutakallimin, en de Ashaa’irah in het algemeen.

Zeer scherp van onze Shaykh Ilias dat hij hiervan op de hoogte was en op deze manier zijn vrienden van de Ashaa’irah (die 98% met Ahl al-Sunnah overeenkomen) op de vingers tikt, om de mensen niet te verwarren met hun filosofische gebrabbel en complexe Arestoteliaanse hersenspinsels.

Want de Ashaa’irah en de Maturidiyyah in Nederland zijn dag en nacht bezig om de algemene moslims hiermee te verzieken, zoals in hun publicaties die zij groots aankondigen. Dit is dan ook de reden waarom El-Yousfi zo actief betrokken is bij het publiceren van deze werken van de Ashaa’irah in Nederland. Dat doet hij om hen te adviseren en op de vingers te tikken, zoals hij dit nu ook doet met de woorden van Ibn al-Djawzi.



Hij zal ze vertellen dat ze de algemene moslims niet moeten lastigvallen met ingewikkelde terminologieën over de Sifaat van Allah, want zij gaan zelfs zover dat ze hele tabellen maken over de Eigenschappen van Allaah… Dus wij danken El-Yousfi voor zijn onvermoeide inzet in het adviseren van de Asharis en de Maturidis in Nederland, constant weer spreekt hij over hen wanneer zij weer eens afwijken van de Weg van Ahl al-Sunnah. Moge Allaah het zwaar laten wegen op zijn Weegschaal.

Het is ook enorm scherp van El-Yousfi dat hij steeds weer met Ibn al-Djawzi komt, het getuigt ervan dat hij zeer belezen en kundig is, een echte erudiet! Zoals men vaak zegt ‘soort zoekt soort‘ en Ibn al-Djawzi was dan ook een buitenbeentje onder de Hanaabilah, zoals door velen van de Hanbali Imaams is bevestigd. Zoals o.a. Ibn Radjab toen hij zei over hem:

“…de oorzaak van de onvrede van een groep van de mashaykh van onze metgezellen (van de Hanbali madhhab) en hun imams van de Maqaadishah en de ‘Alathhiyin, was zijn neiging tot al-Ta`wil (van de Sifaat) in sommige van zijn uitspraken, zij keurde dit hevig af. En er is geen twijfel dat zijn uitspraken hierover tegenstrijdig waren en ongelijksoortig. Hoewel hij bekend was met de overleveringen in deze materie, was hij niet deskundig in het oplossen van de twijfels van de Mutakallimin en het verduidelijken van hun valsheden”

Je moet echt een zeer scherp oog hebben, bijna als een havik, om een Hanbali te vinden die zo als Ibn al-Djawzi was, het is zeg maar soort van een spelt in een hooiberg. Maar onze Shaykh Iliyas El-Yousfi heeft dan ook een kundig oog in het aanhalen van dit soort speciale personen.

Moge Allaah de Ummah beschermen tegen de Dajjaalin

1 Comment

  1. Die man is letterlijk zelf misleid. Hij is vriendjes met azzedine karrat en zijn soortgenoten. Verspreid bid’ah zoals gezamenlijk reciteren in moskeeën. IS niet vreemd van protesten sterker nog hij zegt dat het toegestaan is in de islam. Verder uit hij altijd kritiek op de “madakhila” omdat zij zich strikt aan de quran en sunnah houden.

Geef een reactie

Your email address will not be published.

*